Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) is al in veel gewassen gemeengoed. Er komen meer mogelijkheden om biologisch of langs natuurlijk-chemische weg in te grijpen, maar tegelijkertijd vallen er ‘traditionele’ chemische middelen weg. Dit kan voor nieuwe knelpunten zorgen in de ziekte- en plaagbeheersing. Janny Trouw en Jeannette Vriend van Glastuinbouw Nederland leggen samen met teler Ad van Rijn uit wat er speelt in aardbeien onder glas.

Op 30 april vorig jaar werd Aardbeienkwekerij Rijnland van Ad en Christel van Rijn in Venlo getroffen door een zware hagelbui, die beide locaties (samen 5 ha) tijdelijk buiten spel zette. Dankzij de inzet van de kassenbouwer was het bedrijf in augustus voldoende hersteld om de nieuwe doorteelt van Elsanta en Malling Centenary op tijd te kunnen starten.

Tot de omschakeling op aardbei, nu zeven jaar geleden, teelde het echtpaar tomaten. “IPM was toen al de norm en daar kun je in tomaat heel ver mee komen”, merkt Ad van Rijn op. “Ik heb mijn ervaringen voor een deel mee kunnen nemen naar ons nieuwe gewas.”

Ziekten en plagen

De voornaamste bedreigingen in de aardbeienteelt zijn spint, trips, wittevlieg, luizen, Phytophthora (wortelrot) en Erwinia. In de buitenteelt houdt ook Drosophila suzuki – de Suzuki fruitvlieg – de gemoederen bezig. Hoewel deze nieuwe plaag in de kasteelt nog geen problemen geeft, sluiten Janny Trouw en haar collega Jeannette Vriend niet uit dat dit verandert. “Het blijft goed gaan, totdat…”, zegt Vriend veelbetekenend. “En als het fout gaat, kan ik niet voorspellen of telers over de juiste middelen beschikken om die plaag effectief te bestrijden. Er blijven chemische middelen wegvallen en het aantal groene alternatieven groeit weliswaar, maar niet snel. De ketel blijft de komende jaren onder druk staan en die druk wordt eerder groter, dan kleiner.”

Plaagbestrijding

Direct na het planten zet Van Rijn eenmalig californicus roofmijten uit tegen spint, bij het begin van de bloei gevolgd door cucumeris tegen trips. “Trips kan in principe de grootste schade veroorzaken, maar ik heb er gelukkig nooit echt problemen mee gehad”, vertelt de teler. “In de zeven jaar dat wij aardbeien telen, heb ik maar één keer hoeven bijstrooien omdat de trips plaatselijk de overhand kreeg. Sommige collega’s zitten echter op plaatsen waar de tripsdruk structureel hoger is.”

Tegen lokale spinthaardjes zet de teler af en toe extra Phytoseiulus in en ook deze plaag heeft hij goed in de hand. “Door tijdens de teelt goed te scouten, kun je uitbraken meestal voorblijven”, zegt hij. “Een paar medewerkers zijn hiervoor op cursus geweest en een adviseur van Mertens scout mee. De enkele keer dat ik chemisch moet corrigeren, doe ik dat altijd plaatselijk met de rugspuit.”

Wittevlieg

Volgens de teler en netwerkcoördinator Trouw vormen wittevlieg en luis een groeiend probleem, omdat diverse middelen die voorheen tegen deze plagen werden ingezet niet meer zijn toegelaten. Van Rijn houdt wittevlieg met limonicus onder controle en heeft ervaren dat bijvoeren de populatieopbouw ten goede komt. “Het is belangrijk om de teelt schoon te eindigen, omdat de plaag anders naar buiten vliegt en na een korte vakantie snel terugkeert in het nieuwe gewas”, voegt hij toe. “Er zijn geen middelen om het gewas aan het einde van de teelt schoon te spuiten en veel groene middelen werken alleen als je de insecten goed raakt. In een dicht aardbeigewas is dat lastig.”

Hij stelt ook dat de klimaatomstandigheden bij sommige groene middelen nauw luisteren en dat de werking zich soms beperkt tot één of twee ontwikkelingsstadia. Dan zijn er meerdere behandelingen nodig om de generatiecyclus te doorbreken.

Luis

Wellicht kan een onderzoek naar wittevliegbestrijding op basis van temperatuurbehandeling uitkomst bieden. Het idee is om de kastemperatuur ’s zomers tegen het einde van de teelt tot ruim 40°C te laten oplopen door de luchtramen niet te openen. De wittevlieg kan dan niet naar buiten en legt binnen de kas het loodje. “Of het echt werkt moeten we afwachten”, zegt de aardbeienteler. “Wat in elk geval zou helpen, is een goede onkruidbestrijding en groenonderhoud rond de kassen. Wanneer de vliegjes daar minder goed kunnen schuilen, neemt de druk van buiten vanzelf af.”

Sluipwespen houden beginnende luisaantastingen binnen de perken. “Volvelds uitzetten is te duur, maar met plaatselijk ingrijpen kun je veel ellende voorkomen”, zegt de teler. “We zien ook gaasvliegen die spontaan komen binnenvliegen en die doen het erg goed.”

Desondanks menen deskundigen dat de luisbestrijding in veel gewassen, waaronder aardbei, onder toenemende druk staat door de gestage versmalling van het middelenpakket.

Gezond uitgangsmateriaal

Nog niet elke bedreiging in de aardbeienteelt is met biologische of groene middelen te pareren. Door het recentelijk wegvallen van Fenomenal tegen Phytophthora verwachten de deskundigen dat wortelrot meer gelegenheid krijgt om toe te slaan, met plantuitval als gevolg.

“Sterk en gezond uitgangsmateriaal kan veel problemen voorkomen en krijgt terecht meer aandacht dan in het verleden”, aldus Trouw. Van Rijn vult aan: “Ook de watergift en voeding zijn van belang, net zoals het klimaat. Ik houd het gewas actief en geef niet te veel stikstof; een wat schralere plant is over het algemeen minder vatbaar voor ziekten dan een weelderige plant.”

Van alle ziekten en plagen die de vruchtgroente kunnen bedreigen is Erwinia pyrifoliae de minst grijpbare. Tot 2014 kwam de nieuwe bacterieziekte sporadisch voor, maar sinds dat jaar heeft hij vastere voet aan de grond. “Ondanks onderzoek dat de afgelopen jaren naar deze bacterie heeft plaatsgevonden, weten we nog steeds niet precies hoe hij zich precies verspreidt en hoe we hem effectief kunnen weren”, aldus Trouw. “Zelfs topbedrijven die hun hygiëne dik voor elkaar hebben, krijgen er soms mee te maken.”

Glasaardbei 20-25

Over een breed front blijft het dus zoeken naar nieuwe, groene oplossingen. Het thema staat hoog op de agenda van de Stichting Aardbeionderzoek, waarbij vrijwel alle plantentelers en een flink aantal productietelers zijn aangesloten.

“De stichting is vergelijkbaar met een gewascoöperatie, met het verschil dat de plantenkwekers ook meedoen en lidmaatschap van LTO/Glastuinbouw Nederland niet verplicht is”, licht Trouw toe. “Het zou goed zijn wanneer nog meer telers zich vrijwillig aansluiten, zodat een verdere verbreding en verdieping van het onderzoek mogelijk wordt. Iedereen kampt immers met dezelfde vragen en problemen.”

Er is ook aandacht voor ontwikkelingen die de verduurzaming op langere termijn kunnen bevorderen. Deze maand wordt het plan ‘Glasaardbei 20-25’ uitgewerkt, dat mikt op een realistisch en duurzaam teeltsysteem waarin alle actuele ontwikkelingen rond fossielvrij, weerbaarheid en groene middelen worden meegenomen. De netwerkcoördinator: “Er gebeurt op dit vlak al heel veel, dus we gaan eerst inventariseren waar de sector nu staat. Daarna stellen we vast wat er de komende vijf jaar nodig is om zo’n duurzaam systeem te realiseren. De aardbeiensector is klaar om die slag te gaan maken.”

Samenvatting

Hoewel de geïntegreerde gewasbescherming (IPM) in de aardbeienteelt onder glas terrein wint, liggen er nog genoeg uitdagingen die de komende jaren om oplossingen vragen. Het vormt een belangrijke paragraaf in het plan ‘Glasaardbei 20-25’. Dit plan, dat deze maand nader wordt uitgewerkt door Glastuinbouw Nederland en Stichting Aardbeionderzoek, moet uitmonden in een blauwdruk voor een teeltsysteem dat in alle opzichten duurzaam is.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen.

Gerelateerd