Het Cucurbit Aphid-Borne Yellow virus (CABYV) maakte dit jaar zijn opwachting op diverse komkommerbedrijven in ons land. Onder meer bij Multigrow in Grashoek zorgde het virus voor forse schade: teler Dion van Mullekom zag de productie flink teruglopen en moest zijn laatste teelt zelfs eerder ruimen. Omdat er volgens de ondernemer te weinig effectieve bestrijdingsmiddelen beschikbaar zijn om de luis en daarmee het virus onder controle te houden, wil afzetvereniging Kompany nu investeren in het afgazen van de luchtramen bij de teler.

De eerste problemen met het CABY-virus doken dit jaar op in de zomerteelt van Multigrow Grashoek. Alhoewel Dion van Mullekom niet meteen in de gaten had dat het om het gevreesde virus ging. “In het begin lijkt de aantasting veel op die van het pseudo-slavergelingsvirus; het begint namelijk ook met gele vlekken op het blad”, vertelt de teler. Hij runt, samen met zijn zoon Thom, een bedrijf met 5,75 ha hogedraadkomkommers.
“Maar gaandeweg zie je toch andersoortige symptomen ontstaan. Uiteindelijk wordt het onderste deel van de plant volledig geel, alleen bovenin blijft het gewas groen. Wanneer 70 tot 80 procent van het gewas geen bladgroen meer heeft, heeft dat logischerwijs gevolgen voor de productie. In het begin zakt die terug naar vijftig procent, na verloop van tijd kun je helemaal niets meer oogsten. En sowieso: de vruchten die nog van het gewas afkomen, zijn veel kleiner dan normaal en leveren dus ook minder op.”

Productiederving en eerder ruimen

Het tegengaan van het CABY-virus is geen eenvoudig klus, zo ervoer Van Mullekom. “Aangezien het virus wordt overgebracht door luizen, dien je de luizenpopulatie volledig uit te roeien. Feit is echter dat hiervoor geen effectieve middelen meer voorhanden zijn. De uitdaging is om een goede combinatie te vinden tussen de inzet van biologische bestrijders en breedwerkende middelen. Een dergelijke aanpak heeft echter nooit honderd procent effect, waardoor er altijd een luis achterblijft. Het nadeel is ook dat het enige tijd duurt voordat de luizen een middel hebben opgenomen. Hierdoor kunnen deze in de tussentijd nog steeds planten besmetten en is het heel lastig om het virus onder controle te houden. Collega’s herkennen dit beeld.”
Bij Van Mullekom was sprake van forse schade. In de zomerteelt kon hij beduidend minder oogsten en deze moest – mede door het virus – tweeëneenhalve week eerder worden geruimd. “Zestig procent van de planten was namelijk aangetast. We oogstten door het virus zo’n tien komkommers per vierkante meter minder in deze teelt, wat uitkomt op een totale productiederving van ongeveer 600.000 komkommers. Dat één enkel virus zo’n gigantische schade kan aanrichten, dat heb ik nog nooit meegemaakt in de ruim dertig jaar dat ik komkommers teel.”

Afgazen luchtramen

De teler hoopt het probleem in de toekomst te kunnen tackelen door zijn luchtramen te laten afgazen. “Onze afzetvereniging Kompany is van plan om volgend jaar insectengaas in de luchtramen te gaan monteren. Het gaat om heel fijn gaas, waar geen luizen meer doorheen kunnen en dat ook wittevliegen, rupsen, wantsen, et cetera buitenhoudt. Alleen een trips kan er nog doorheen.”
De teler vervolgt: “Het gaas kan ons ook helpen om de inzet van gewasbeschermingsmiddelen verder terug te dringen. Maar toen we zagen wat het CABY-virus teweegbracht, werd wel duidelijk dat het aanbrengen van insectengaas een must is.”

Verzekering

Het insectengaas vergt volgens Van Mullekom een investering van 5 tot 10 euro per m2. “Maar als we hiermee een paar virusaantastingen kunnen voorkomen, hebben we het binnen een paar jaar terugverdiend. Daarnaast verwacht ik te kunnen besparen op gewasbeschermingsmiddelen en biologische bestrijders tegen insecten. Ook helpt het gaas ons om beter te kunnen voldoen aan verplichtingen richting afnemers. Maar ik zie het gaas vooral als een verzekering dat we de ellende van afgelopen jaar niet nogmaals hoeven mee te maken. Het was niet alleen een forse financiële aderlating, ook neemt het bijna al je werkplezier weg. Een rondje maken door een kas met aangetaste planten, dat wil je niet. Ik was gewoon opgelucht toen we eindelijk konden gaan ruimen.”

Tekst en beeld: Ank van Lier