Aanvankelijk zag het er slecht uit, maar uiteindelijk is Anjers De Nijs uit Erpe-Mere in Oost-Vlaanderen de coronacrisis redelijk doorgekomen. Mede dankzij een bloemenkraam langs de weg, die wel twee keer dicht moest van de overheid. Inmiddels liggen de veilingprijzen zelfs op een hoger niveau dan vorig jaar. “Als de prijzen zo blijven, kunnen we een deel van de schade terugverdienen”, vertelt anjerteler Koen De Nijs.

Heel anders was de stemming medio maart toen de Belgische samenleving op slot ging. De Nijs: “Het zag er slecht uit, maar doordat we op het hoogtepunt van de coronacrisis nog weinig productie hadden, hebben we uiteindelijk niet enorm veel schade geleden. Toen de productie op gang kwam, werden ook de beperkende maatregelen verzwakt. Al met al is het meegevallen.”
Het traditionele productieseizoen van de anjerteelt loopt van april tot november, maar in maart komen de eerste anjers op de markt. Voor deze bloemen moesten alternatieve afzetkanalen gevonden worden, omdat de teler niet terecht kon bij Euroveiling in Brussel en Royal FloraHolland in Aalsmeer, goed voor respectievelijke 30 en 70% van zijn afzet.

Bloemenkraam in opspraak

Net als veel andere bedrijven stortte De Nijs zich op de online verkoop. “Met acht telers in de buurt hebben we een online verkoopkanaal opgezet. Een zoon van de aangesloten telers is webdesigner en heeft de webwinkel opgebouwd.” Over de verkoopresultaten was hij niet onverdeeld tevreden. “Het was geen groot volume en het werk dat eraan verbonden is, was enorm.”
Meer resultaten werden geboekt met een onbemande bloemenkraam voor het bedrijf. “De kraam liep als een tierelier”, blikt De Nijs terug. Het succes leek hem echter niet gegund. “Op een gegeven moment moesten we van de lokale overheid sluiten, omdat een bezoek aan de bloemenkraam niet tot een ‘noodzakelijke verplaatsing’ behoort en dus volgens de coronamaatregelen niet toegestaan was”, legt hij uit.

Gratis reclame

De teler tekende verzet aan tegen de sluiting. “Mensen mogen wel naar het werk en naar de winkel. Waarom zouden ze niet halverwege bij mijn kraam mogen stoppen om er anjers te kopen?”, vraagt de Vlaming zich nog steeds openlijk af. Wat volgde, was een getouwtrek tussen verschillende overheden. “Van de plaatselijke overheid mochten we weer open, maar later moesten we van de provincie weer dicht.”
In totaal moest de kraam twee keer dicht, maar iedere keer gooide De Nijs de deuren weer open. “Er was behoorlijk veel aandacht voor mijn protest in de plaatselijke media en op Facebook.” De berichtgeving resulteerde in gratis reclame voor de teler die het aantal bezoekers zag oplopen tot honderd mensen per dag. “In maart en april was de bloemenkraam goed voor bijna de volledige afzet en heeft ons door de crisis heen gesleept”, vertelt hij.

Moederdag

In mei – traditioneel de topmaand van het bedrijf – en juni keerden de normale verkoopkanalen weer terug. “De week van Moederdag was goed’, zegt De Nijs. De bloemenwinkels waren pas één dag voor Moederdag open, maar zij verkochten veel online. Ook onze online verkoop en kraamverkoop liep goed.”
Vanaf de tweede helft van mei lijken de corona-afzetmarkten hersteld, alhoewel Euroveiling in Brussel nog achterblijft. FloraHolland loopt daarentegen boven verwachting. “Doordat er weinig import van bloemen is bij FloraHolland, zijn de prijzen van anjers zeer goed. Met een beetje geluk kunnen we zo onze verliezen goedmaken en afsluiten met een klein verlies ten opzichte van vorig jaar”, herhaalt De Nijs zijn eerdere woorden. Terwijl alles dus weer op het oude lijkt, is een ding door de coronacrisis blijvend veranderd: de bloemenkraam. “Deze heeft zijn nut bewezen en blijft staan”, besluit de teler stellig.

Tekst: Jerom Rozendaal