Tomatenteler Bryte in Tinte is een van de deelnemers aan het FVO-project 100% Groen Geteeld. Dit jaar gaat het derde teeltseizoen met onbelichte tomaten in. Wat is er geleerd van de eerste twee seizoenen en welke knelpunten en uitdagingen liggen er nog? Operations directeur Rob Pennings: “We hebben dankzij dit project veel geleerd en flink kunnen besparen op middelen. Helemaal chemievrij telen blijft een flinke uitdaging, al komen we een heel eind.”
Binnen het project werken telerscoöperaties (FVO) en toeleveranciers samen aan een duurzaam en weerbaar teeltsysteem. Het streven is om zonder synthetische middelen te telen en eind 2026 volledig groen te zijn. De praktijkproef heeft een looptijd van drie jaar.
Naast zeven glasgroentebedrijven met paprika, aubergine, komkommer en tomaat, lopen er pilots in phalaenopsis, gerbera, alstroemeria, kalanchoë en chrysant. Kennis opdoen en delen is een belangrijk aspect, ook met andere sectoren. Dit is om voorbereid te zijn op het wegvallen van nu nog toegestane middelen en de transitie naar een groene én rendabele teelt, samen met toeleveranciers.
Groene middelen
Bryte is een van de zeven glasgroentebedrijven die aan het project deelnemen met 3 ha onbelichte cherry trostomaten. Dat kwam zo, zegt operations directeur Rob Pennings: “Een jaar of vijf geleden hebben we hier al eerder residuvrij telen geprobeerd, vanuit onze afzetorganisatie. Met 100% Groen Geteeld hebben we wel groene middelen tot onze beschikking. Er gelden wel mrl-normen voor, maar het is geen chemie. Ze zijn van natuurlijke oorsprong en kun je daarom gewoon gebruiken. Het zijn ook geen middelen die in de toekomst gaan verdwijnen.”
Motivatie
Naast het snel krimpende middelenpakket heeft Pennings ook een persoonlijke drive om aan het project mee te doen: “Ik heb een grote interesse voor biologie en innovatie. Ik zit bij de innovatieclub van Growers United. Op deze locatie is een scoutrobot in ontwikkeling om sneller ziekten en plagen te kunnen lokaliseren, zodat we daar sneller op kunnen reageren. Het mooie aan dit project is dat er budget beschikbaar is om op een verantwoorde manier te experimenteren en zo te leren wat wel en niet in de praktijk werkt.”
Besparingen
Na twee seizoenen is 100% groen telen nog niet gelukt, erkent Pennings. “Wel hebben we behoorlijke besparingen op chemie weten te realiseren. We werken namelijk met escalatieladders per plaag: preventief doen we dit, bij een bepaalde plaagdruk doen we dat. Pas als een schadedrempel dreigt te worden overschreden zetten we een synthetisch middel in. Eerst pleksgewijs, indien nodig volvelds. Zo willen we zorgen voor een rendabele teelt zonder oogstverlies.”
Insectengaas
De Bryte-vestigingen in Tinte hebben nog geen insectengaas, omdat dit in een onbelichte teelt minder oplevert dan in een belichte teelt. “In een onbelichte teelt heb je met de teeltwisseling altijd een reset moment, we kunnen opnieuw schoon beginnen. Tegelijk zijn we als bedrijf volop bezig met verduurzaming. Daarom hebben we wel plannen om wat met insectengaas te doen, maar dan in het Westland bij een belichte teelt. Daar hebben we veel grotere biologische uitdagingen dan hier. Een belichte tomatenteelt begin je in de zomer, alles vliegt naar binnen en overwintert en in maart ontploft het.”
Biologische bestrijders
In het eerste seizoen lag het accent op het massaal inzetten van biologische bestrijders, ook wel bekend als het opbouwen van een ‘standing army’. “Daar hebben we op zich goede resultaten mee behaald, alleen zagen we wel dat de prijs daarvan ver boven de praktijk uitkwam. In het tweede jaar keken we meer naar de plaagdruk en hoe goed een plaag is bestreden. Neem bijvoorbeeld spint: daar hebben we in het eerste jaar heel veel roofmijten preventief tegen ingezet. Vorig jaar hebben we pas roofmijten ingezet als we de eerste spint zagen. De bestrijding ervan lukte in het tweede seizoen ook prima en deze aanpak heeft ons flink geld bespaard. Hetzelfde geldt voor wittevlieg: het eerste jaar hebben we heel veel sluipwespen ingezet vanaf dag 1. Het resultaat was prima en afgelopen jaar dachten we: we gaan het halveren. Het resultaat was nog steeds prima.”
Scoutrobot
De kostprijs van een gangbare ICM-aanpak ligt volgens Pennings rond 80 cent/m². In het eerste jaar van de proef verdubbelden de kosten door de preventieve inzet van biologie. “Met het aanpassen van de strategie hebben we de kosten in het tweede jaar terug weten te brengen. Volvelds een bestrijder inzetten kost gewoon een hoop geld. Dus hoe meer je dat pleksgewijs kunt doen, hoe beter dat is voor de portemonnee. Dat vraagt wel om oplettende medewerkers. Daarom leiden wij die hier goed op. Hoe meer ogen je in de kas hebt, hoe sneller je kunt ingrijpen. In de toekomst kan een scoutrobot − wij gaan hier een proef doen met Viscon/Fermata − een plaag mogelijk nog sneller vinden, waardoor we de biologie nog accurater kunnen inzetten.”
Strategie voor bladluis
Sommige plagen lieten zich in de proef niet zonder chemie bedwingen, zoals Nesidiocoris. “Niet omdat die schade gaf, we wilden zeker weten dat die er bij de start van een nieuwe teelt niet meer zou zitten. Door schoon te eindigen hebben we voorkomen dat we het jaar daarop starten met plagen en het hele jaar chemisch bezig zijn. Ook dat is een vorm van vergroening.”
Vorig seizoen kwam in het voorjaar opeens veel bladluis binnen: “We hebben daarop met biologie gereageerd en dat deed wel wat. Alleen kwam de luis elke keer harder terug. Je krijgt dan trossen waar huidjes op zitten, die zijn onverkoopbaar. Dan moet je wel chemisch ingrijpen.”
Daarom is de strategie voor bladluis aangescherpt: “Vorig jaar grepen we curatief in met galmug Aphidoletus. Die deed het best goed, alleen kwam het te laat. Dit jaar gaan we het aantal bankerplanten met graanluis verhogen en bij de eerste bladluis meteen aanvallen.”
Rassenkeuze
Botrytis was een ander probleem dat Bryte vorig jaar parten speelde, omdat het ras daarvoor heel vatbaar bleek. Nu staat er een ander ras (cherry trostomaat) dat niet vatbaar is voor Botrytis, maar wel voor Cladosporium. “Die kan zich explosief vermenigvuldigen en dat komt steeds vaker voor. Er is maar één middel, Ortiva, dat daar goed tegen werkt en je mag het maar drie keer per jaar toepassen. We hebben vorig jaar flink wat proeven gedaan met biologisch fungicide Fado en biostimulant XSilem Plus om Cladosporium preventief buiten de deur te houden. Voor dit ras is wel een opvolger beschikbaar dat resistent is tegen deze schimmel, dit gaat alleen wel ten koste van de productie.”
Nitraatarm telen
Een gewas minder aantrekkelijk maken voor bladluis en wittevlieg kan met nitraatarm telen, maar dat pakte vorig jaar averechts uit, zegt Pennings. “Ik wil niet zeggen dat het niet werkte, anders was de plaag misschien nog harder gegaan, maar de bijdrage was lager dan verwacht.” Hij heeft een tijd op 8 tot 10 mmol/l N gezeten, maar rond de oogst merkte hij dat ze daar echt wel te laag mee zaten. Hij denkt dat ze dit jaar ergens tussen de 10 en 14 mmol/l gaan zitten. Dat was vroeger veel hoger: 25 mmol/l. “Nitraatarm telen: ja. Dus niet meer zoals vroeger, maar daar zit wel een grens aan. Een te laag niveau gaat te veel ten koste van de productie.”
Bladbespuitingen
Dit jaar is Bryte volledig overgegaan op het telen op organisch substraat. Dit heeft positieve effecten op de weerbaarheid. Pennings: “Ter versterking geven we silicium met de voeding mee, om de planten nog weerbaarder te maken. We gaan in een deel van de kas dit jaar met bladbespuitingen aan de slag, eens per week of twee weken. Dan gaan we een proefje in de proef doen, zoals we wel vaker doen bij dit project, om de waslaag op het blad nog harder te krijgen. Ook biostimulanten die de weerbaarheid activeren willen we dit jaar testen. We hebben meeldauw al twee keer met Fado kunnen remmen zonder inzet van chemie. Daar zijn we best trots op.”
De tactiek om meeldauw met biostimulanten te bestrijden en spint en bladluis anders aan te pakken, is inmiddels bij alle locaties veranderd door dit project. “We zitten echt nog wel in een leerfase met al die groene middelen. Het effect is heel lastig meetbaar. Maar ik zie het wel als een puzzelstukje in de totale ICM-strategie, ik geloof er zeker in.”
Tekst en beeld: Mario Bentvelsen















