Paprikakwekerij Hoogweg in Luttelgeest mag voorlopig doorgaan met de winning van aardwarmte in afwachting van een definitieve uitspraak van de Raad van State. Het rechtscollege heeft besloten een uitspraak van de rechtbank Overijssel te schorsen via een voorlopige voorziening.
In juli 2018 verleende de minister van Economische Zaken en Klimaat aan Hoogweg Aardwarmte een omgevingsvergunning voor een aardwarmte-installatie. In april 2021 is aan het bedrijf een vergunning verleend voor het uitbreiden van de bestaande aardwarmte-installatie met 7 nieuwe putten en het uitbreiden van de capaciteit van de technische installaties in het bestaande bedrijfsgebouw.
Geen relevante stikstofdepositie
Aan de omgevingsvergunning van juli 2018 ligt een AERIUS-berekening ten grondslag. Daarin is voor de gebruiksfase de totale emissie berekend van de stookinstallatie en de te verwachten voertuigbewegingen van en naar Hoogweg Aardwarmte. Volgens deze berekening is er geen relevante stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
De Rechtbank Overijssel vernietigde eind mei de aangepaste omgevingsvergunning na bezwaren van de provincie Overijssel. De rechtbank oordeelde dat de aardwarmte-installatie en de kassen één inrichting zijn, zodat de gezamenlijke gevolgen van de installatie en de kassen voor beschermde natuurgebieden beoordeeld hadden moeten worden. Daarom waren de berekeningen onvolledig en staat niet vast of de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied ‘De Weerribben’ onder de grenswaarde ligt waarboven ook een vergunning binnen de Wet natuurbescherming nodig is.
Doorgaan met winnen aardwarmte
Hoogweg Aardwarmte voerde aan dat het stopzetten van de warmtewinning uit de bodem zou betekenen dat het bedrijf moet overschakelen op gas als energiebron voor de verwarming van de paprikakwekerij. Dat zou gezien de sterk gestegen gasprijs enorme economische gevolgen hebben. De stikstofuitstoot op de relevante Natura 2000-gebieden zou ook toenemen als gevolg van het opnieuw in gebruik nemen van WKK’s, als de exploitatie van de aardwarmte-installatie wordt gestaakt. De Raad van State vindt in deze argumenten voldoende grond voor het treffen van een voorlopige voorziening.













