Hoewel Nederlandse groentetelers nog zweren bij substraat in plastic zakken, is Emsflower op zijn locatie in het Duitse Emsbüren, al vijf jaar aan het experimenteren met het gebruik van organisch substraat in substraatbakken. “Vanuit de retail kwam de wens het gebruik van veen in potgrond te verminderen”, vertelt Jeroen Stamsnijder, teeltverantwoordelijke bij het bedrijf. “We zijn proeven gaan doen om te kijken wat we aan veen, zonder problemen, kunnen vervangen door een andere grondstof.”

Lastig, want wat gebruik je dan als potgrond? “Je krijgt al snel een stapeleffect. Een deel compost, een deel bark, een deel houtvezel. Wat betekent dat voor de biologische activiteit in je grond en de pH? Wanneer ontstaat er broei? Daarbij, de compost die je vandaag koopt, kan een andere samenstelling hebben dan morgen. Het maakt het substraat instabiel. Je moet er echt mee leren werken.”

Vraag uit Duitsland

Al is RHP gecertificeerde compost wel een stabiel product, vult Cock van der Spek van Lentse & Slingerland Potgrond aan. Het bedrijf heeft in samenwerking met Emsflower in het kader van veenvrij telen al vele onderzoeken en teeltproeven gedaan. “In de praktijk worden al veel veenvrije substraten standaard ingezet, met succes”, zegt Van der Spek. “Met veenarme (TF) substraten wordt ondertussen ook veel ervaring opgedaan. Vooral in Duitsland is er vraag naar veenvrije substraten. Hierbij is bark een goeie basis, aangevuld met bijvoorbeeld houtvezel, kokos, compost of rijstkaf. Dit zijn allemaal hernieuwbare grondstoffen met ieder hun specifieke eigenschappen. Door de juiste combinatie van grondstoffen en watergeefstrategie toe te passen is het ook nog eens mogelijk om gedrongen groei te realiseren.”

Indirect voordelen

Emsflower heeft uiteindelijk bij de tomaten gekozen voor een potgrond bestaande uit houtvezel, bark, kokos en veen, waarbij het veenpercentage onder de 20% ligt. De andere percentages verschillen per teelt. Zo bevat potgrond van kerststerren 20% kokos, 20% bark, 15% perliet en 45% veen. “Houtvezel is stabiel van structuur. Het geeft meer lucht en waterverdeling en is qua stikstofvastlegging beter te voorspellen dan compost”, geeft Stamsnijder aan.

Met deze nieuwe potgrond verdient het teeltbedrijf niet extra aan zijn producten, maar indirect zien ze wel de voordelen. “We konden het risicoloos vervangen, dus waarom zou je het niet doen?”, zegt Stamsnijder. “De druk van de retail is nu wat minder als het gaat om veenarm telen, op dit moment is plastic weer een thema. Vooral omdat er veel plastic afval in het milieu terecht komt. Wat dat betreft is de omslag toch goed geweest. Deze potgrond zit in bakken. Plastic hebben we voor het substraat niet meer nodig. Een goede pr.”

Tekst: Marjolein van Woerkom