Plantpathogene virussen lijken een steeds grotere bedreiging te vormen voor belangrijke gewassen in de glastuinbouw, waaronder vruchtgroenten. Een aantal virussen, waaronder ToBRFV en komkommerbontvirus, kan ‘mechanisch’ worden verspreid via de mens, gereedschappen en hulpmiddelen in de kas. “Het belang van een sluitende bedrijfshygiëne wordt wel onderkend, maar er consequent naar handelen valt in de praktijk nog niet altijd mee”, stelt expert Dirk Timmers vast.

Timmers is hygiënespecialist bij Royal Brinkman en bekend met alle ins en outs van bedrijfshygiëne. Hij heeft een goed gevulde agenda, mede omdat de dreiging van plantpathogene virussen eerder groter, dan kleiner wordt.

Hygiëne op hoger niveau

“Een degelijk hygiëneprotocol én het consequent naleven daarvan zijn essentieel om de kans op virusbesmettingen en de verspreiding daarvan te beperken”, zegt de expert. “Iedere teler voor wie het van toepassing is, weet dat. Als je de hygiëneprotocollen van nu vergelijkt met die van pakweg tien, vijftien jaar geleden, zul je heel wat verschillen zien. Het denken en doen rond hygiëne staat nu echt op een hoger niveau.”
Dat is geen overbodige luxe. Regelmatig dienen zich nieuwe virussen aan die teelten bedreigen. En ook ‘oude, vertrouwde virussen’ blijven een risicofactor en kunnen op ieder moment de kop opsteken. Zaak dus om bij de les te blijven, medewerkers goed te instrueren en toe te zien op een juiste naleving van de geldende protocollen, onder andere betreffende de persoonlijke hygiëne en het reinigen van materialen die tijdens oogst- en gewaswerkzaamheden worden gebruikt.

Preventie

“Het eerste gebod is om vuil en mogelijk besmette materialen zoveel mogelijk buiten de bedrijfsruimte en kas te houden”, aldus Timmers. “Voorkomen is namelijk stukken beter dan genezen. Hygiënesluizen, beschermende kleding en ontsmettingsfaciliteiten voor schoeisel houden al veel ellende buiten de deur. Daarnaast dient iedereen die een kas met een voor mechanische virusoverdracht gevoelige teelt wil betreden, consequent zijn handen te wassen.”
Ook na een korte pauze, zegt de hygiënespecialist met nadruk. Onbewust komen mensen dan toch met van alles in aanraking dat een potentiële besmettingsbron kan zijn, zoals eten (tomaat, komkommer, …), telefoons en tabak. “Goede wasfaciliteiten en het gebruik van effectieve reinigingsmiddelen behoren tot de standaarduitrusting van een moderne kwekerij”, zegt hij ten overvloede. “Maar ook in de kas is het van belang de juiste maatregelen te nemen om de verspreiding van een virus te voorkomen.”

Incubatietijd

Het kan soms enkele weken duren voordat een virus zich in een plant openbaart. In de periode tussen besmetting en zichtbare aantasting – de incubatietijd – kunnen virussen ongemerkt toch worden overgedragen op andere planten. Er zijn specifieke maatregelen bedacht om dat risico te beperken, zoals het grondig reinigen (ontsmetten) van handen, handschoentjes en (bijvoorbeeld) mesjes aan zowel het begin als het einde van ieder pad.
“Er wordt vrijwel altijd aan één kant gewerkt, dus aan één plantrij”, licht Timmers toe. “Aan het einde van die rij draait de medewerker zich om en werkt hij in omgekeerde richting naar het middenpad toe. Dan gaat het dus om een nieuwe plantrij. Grondig reinigen is dan het devies.”

Toch nog te laks?

In de praktijk wordt die reinigingsstap bij het keren aan de kopgevel soms vergeten. “Vaak is dat een keuze vanuit praktische overwegingen, maar het kan de kans op virusoverdracht wel degelijk groter maken. Wat we ook regelmatig zien, is dat sommige medewerkers geen handschoentjes dragen of ze niet vaak genoeg vervangen. Daar kan ook wel iets van gemakzucht bij zitten. Het blijft dus nodig om medewerkers te blijven wijzen op het nut en de noodzaak van hygiënemaatregelen.”

Gebruik de juiste middelen

Last but not least wijst Timmers op de noodzaak om altijd reinigingsmiddelen te gebruiken die voor het beoogde doel zijn toegelaten. “Voor handhygiëne kiezen wij voor middelen die voldoen aan de cosmetische wet- en regelgeving. Die zijn namelijk uitvoerig getest op de huid.”
Wellicht ten overvloede: reinigingsmiddelen kunnen nooit claims bevatten tegen plantpathogenen; die zijn voorbehouden aan gewasbeschermingsmiddelen. “Desondanks kunnen ze wel degelijk effectief zijn om de verspreiding van plantpathogenen zoals virussen en schimmels te beperken”, merkt Timmers tot besluit op. “De producten die wij voor dat doel aanbieden, zijn daar ook onafhankelijk op getoetst.”

Tekst: Jan van Staalduinen