Rob van der Knaap van Kwekerij Panda uit Honselersdijk geeft sinds vorig jaar silicium mee aan het gietwater voor de aubergines. Hij ziet meerdere voordelen in dit sporenelement, dat bijdraagt aan sterke celwanden en de plantweerbaarheid tegen ziekten en plagen. “We hebben er goede ervaringen mee, maar zoeken nog naar de optimale productvorm en dosering in relatie tot de kosten. Dat doen we in overleg met onze toeleverancier.”
De kwekerij omvat 5,2 ha aubergines en 2,1 ha strelitzia’s. Silicium wordt alleen gebruikt in de aubergineteelt. Daar heeft Van der Knaap goede redenen voor. “In de strelitzia’s zijn er geen bijzondere issues die om inzet van dit element vragen, waar uiteraard ook een prijskaartje aanhangt. In de aubergines zochten we naar een oplossing om de schil minder kwetsbaar te maken. We hadden soms last van een wat zachte schil, die tijdens de oogst en verwerking gevoeliger is voor drukplekjes en kwaliteitsvermindering.”
De teler geeft aan dat silicium bijdraagt aan sterke celwanden in het gewas en in de vruchten, zowel direct als indirect. “Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat dit sporenelement ook de opname bevordert van andere nutriënten die onmisbaar zijn voor stevige celwanden, zoals calcium. En er is nog een voordeel, want een iets sterker, stugger gewas is minder vatbaar voor schimmelinfecties en minder aantrekkelijk voor sommige plagen.”
Meer eigen onderzoek
“Ik ben het gaan toepassen voor een betere vruchtkwaliteit. Ditzelfde gietwater kwam ook in onze hobbykas. Daar zag ik dat het een effect had op meeldauw bij de komkommerplant. Dit effect heb ik in de aubergines nog niet gezien en hier wil ik meer onderzoek naar doen. Tegen meeldauw hebben we daarom af en toe zwavel toe moeten passen. Het gewas wordt weliswaar sterker van silicium, maar niet onkwetsbaar en het is natuurlijk geen gewasbeschermingsmiddel. De schilkwaliteit van de vruchten is daarentegen merkbaar verbeterd.”
Het product Stimucrop Siligreen dat Van Iperen hiervoor leverde, is dus redelijk goed bevallen. De teler: “We hebben de indruk dat het bijdraagt aan een weerbare teelt en een sterkere schil. Desondanks wilden we ons nog wat breder oriënteren. Daarom zijn we kortgeleden overgestapt op kalimetasilicaat, een gangbare vloeibare meststof die wat voordeliger is in gebruik. Ook hiervoor is Van Iperen ons klankbord.”
Basisch karakter
Van der Knaap teelt bij een EC van 3 en een pH van 5,2 tot 5,4. “Omdat kalimetasilicaat erg basisch is en kan reageren met andere elementen, dien ik het niet toe in een A- of B-bak, maar puls ik 1 millimol met de voedingsoplossing mee wanneer het naar de dagvoorraad gaat. Wanneer we meer drain hebben en de pH daardoor hoger wordt, gaan we salpeterzuur meegeven. Hierdoor voorkom je polymerisatie: de vorming van lange ketens van moleculen, die de plant niet goed kan opnemen. Ik moet de pH nog finetunen om de dosering optimaal in te regelen. De opname van silicium door de plant is doorslaggevend voor de pH die we uiteindelijk in moeten stellen.”
Bladsapanalyses
De hamvraag is of de plant er voldoende van opneemt, stelt de teler vast. “We zijn benieuwd naar de eerste bladsapanalyses. Daaruit zal blijken of we met kalimetasilicaat op het goede spoor zitten en hoe we de inzet kunnen optimaliseren. Over de vruchtkwaliteit zijn we in elk geval tevreden, maar de productie is nog maar net op gang.”
Tekst: Jan van Staalduinen










