Uit twee onderzoeken is gebleken dat de opkweek van tomatenplanten in een klimaatcel voordelen voor de teler kan bieden. De betrokken partijen zien kansen voor de praktijk. Of de toegevoegde waarde opweegt tegen de hogere kosten van indoor opkweken zal nog verder moeten worden uitgezocht.

Aan tafel zitten Rick van Schie, teeltman van Artechno Growsystems, Tico van Leeuwen en Thomas Peters, respectievelijk accountmanager groenteteelt & vertical farming en business development manager van Grodan en Leon van Wingerden, verkoper groenteplanten van Klugt Quality Plants.
Van Wingerden is helder over de missie: “We wilden samen onderzoeken of je indoor een betere plant kunt opkweken onder LED-belichting. Hoe kunnen we meer stabiliteit krijgen, kijkend naar de troskwaliteit en het aantal bladeren tussen de eerste en tweede tros. Dit is namelijk erg belangrijk voor de sturing die de teler er vervolgens aan kan geven.”

Open consortium

Bij ingenieursbureau Artechno Growsystems uit De Lier is de motivatie vooral markt- en plantgedreven, zegt Van Schie: “Ik voer hier de onderzoeken uit en zit ook in het R&D-team. Indoor farming is gemeengoed in de teelt van bladgewassen en kruiden, maar naar tomaat is nog weinig onderzoek gedaan. Van oudsher is het vertical farming-wereldje gesloten, wij proberen dat een beetje te doorbreken. Vandaar dat we na een brainstormsessie met Thomas en Tico de plantenkwekers hierbij hebben betrokken. Art van Rijn, onze directeur, heeft connecties met Ted Duijvestijn van Duijvestijn Tomaten en die heeft zijn plantenleverancier Klugt Quality Plants erbij betrokken, die op hun beurt partner Vreugdenhil Young Plants erbij haalden. Zo is er een soort consortium ontstaan.”

Steenwolpluggen

De onderzoeken zijn uitgevoerd in een klimaatcel (CEA = Closed Environment Agriculture) van 30 m² op vier teeltlagen met dynamische LED-belichting en volledig gestuurde klimaat- en watervoorziening. De tomaten zijn gezaaid in een tray met vermiculietvrije pluggen en later overgezet in een Grodan steenwol blok van 10 x 10 x 6,5 cm. Er is gebruikt gemaakt van een kiemkamer, waarin de luchtvochtigheid precies is te sturen.
Volgens Peters is met vermiculietvrije pluggen de vochtigheid rondom het zaadje op 100% te houden, de plug wordt al regelmatig bij plantenkwekers gebruikt. Daarnaast bieden deze pluggen in een CEA ook andere voordelen, vult Van Leeuwen aan. “Denk aan steriliteit, een schoon begin van iedere teeltcyclus, uniformiteit en lichtdoorlatendheid.” Ook Van Wingerden ziet voordelen: “Een nadeel van vermiculiet is dat het vervuiling op de werkvloer geeft, naast de kosten. Als het op de grond terecht komt dan is het spekglad. Met een steenwolplug is het gewoon schoner telen.”

Lichtspectrum

Doel van het eerste onderzoek, dat startte in april 2021, was om vast te stellen bij welke lichthoeveelheid en bij welke topstrategie de tomatenplanten (ras: Axirady) het meest uniform zijn en de beste troskwaliteit generen. Uit vier verschillende posities kwam 120 µmol/m².s als optimale lichtintensiteit naar voren. Voor het lichtspectrum werd gebruik gemaakt van de kleuren rood, groen, blauw en verrood. De percentages zijn vastgesteld door de resultaten van eerdere proeven op de HAS Hogeschool en van LED-leverancier Signify te combineren.
“Wij hebben een hoog percentage blauw licht gebruikt omdat dit – na het toppen – een uniforme scheutgroei bevordert. We gebruiken hier dynamics-lampen, waarvan we de samenstelling per dag of zelfs dagdeel kunnen variëren. We kunnen dus met allerlei variabelen spelen, terwijl de andere omstandigheden exact hetzelfde blijven.”
De tomatenplanten die op het tweede blad waren getopt, gaven een compacte plant en een snelle bloei van de eerste tros. Dat laatste is vastgesteld in een kas, waar de planten ook tien dagen zijn opgekweekt, omdat ze qua hoogte niet meer in de klimaatcel pasten.

Snelheidswinst

In de tweede proef die nu loopt wordt gekeken welke factoren van belang zijn voor de snelheid. Van Wingerden: “Normaal gesproken ga je 16 tot 17 dagen na het zaaien enten. Dan ga je rond de 23ste dag oppotten. Daarna wordt er meestal, afhankelijk van het ras, 4 tot 5 dagen later getopt. Dan zit je op 27 of 28 dagen. Vanaf dat moment gaan de scheuten zich ontwikkelen.”
Afhankelijk van het type plant dat de klant vraagt, wordt de plant verder opgekweekt. De verkoper van groenteplanten: “Duijvestijn zit bijvoorbeeld met een 48-daagse plant. Dan hebben wij hem dus nog 20 dagen na het toppen op ons bedrijf staan. Maar er zijn ook telers die in de wintermaanden een plant van 57 tot 58 dagen willen, die planten staan dus nog langer op het bedrijf.”
De weersomstandigheden hebben veel invloed op deze planning. Van Wingerden: “Wij verwachten in een klimaatcel de opkweek in te kunnen korten en een hoger slagingspercentage van het enten. Bij een constante en gecontroleerde luchtvochtigheid en temperatuur, zonder invloeden van buitenaf, zou de kwaliteit uniformer moeten worden. Dat komt weer ten goede aan de nauwkeurigheid van de planning. De teler krijgt hierdoor de gewenste kwaliteit en op de afgesproken datum zijn plantmateriaal.”

Kosten en baten

Over het verschil in kostprijs tussen opkweek in een klimaatcel of een kas valt nog weinig met zekerheid te zeggen, zegt Van Schie, aangezien die mede afhangt van de vraag ‘hoe ziet de ideale plant eruit’ en ‘hoe kan die ideale plant zo efficiënt mogelijk worden opgekweekt’. “Dat is ook per klant en ras verschillend. Ik denk wel dat planten uit een klimaatcel duurder zullen zijn. Een groot stuk daarvan is natuurlijk energie. Daar staan ook voordelen tegenover: Je hebt meer controle, en kunt altijd dezelfde plant afleveren. Je hebt ook een veel krachtiger plant. Uit de eerste onderzoeken blijkt nu dat het nog sneller kan. De rekensommen hiervoor zijn we al aan het maken.”
Van Schie: “Wij verwachten dat het zal leiden tot een hybride opkweekvorm: de eerste twee fases van de opkweek – van zaaien tot enten en van enten tot toppen – in de cel, de laatste twee tot vier weken in de kas. Ik verwacht niet dat de hele opkweek in een cel zal plaatsvinden, maar dat is afhankelijk van de gewenste lengte van de plant.”
Vertical farming wordt een toevoeging aan, geen vervanging van de kas. Van Wingerden is het daarmee eens: “Het geeft zeker voordelen, zowel voor de plantenkweker als de teler. Maar het blijft een kosten-batenplaatje.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen