Sinds lelietelers zijn overgeschakeld naar full LED ervaren zij ’s winters meer problemen met de bladkwaliteit. De verminderde verdamping is hier hoogstwaarschijnlijk debet aan. Door te variëren met de voedingsoplossing probeerden onderzoekers toch voldoende kalium in het blad te krijgen. Ondanks dat extremen zijn opgezocht, viel het effect tegen.

Dat de groeiomstandigheden onder full LED veranderen is bekend. Zeker als deze techniek wordt gecombineerd met een energiezuinige teeltstrategie. De lagere input van energie resulteert immers in minder verdamping en dus moet op een andere manier het gewas worden geactiveerd om voldoende nutriënten op te nemen. Tekorten kunnen leiden tot chlorose en bruingele bladpunten (tipburn). Voor producten met sierwaarde zoals lelie, is dat een probleem.

Kalium en bladkwaliteit

Om meer kennis te ontwikkelen over het ontstaan en vooral ook voorkomen van deze bladproblemen, startte Delphy Improvement Centre met financiering van Kas als Energiebron het project ‘Versnelling naar energiezuinige full LED teelt van lelie’. Daartoe onderzochten ze een oktober- en een januariplanting. Respectievelijk 24 oktober en 16 januari kwamen de lelies aan in de proefkas te Bleiswijk.
Projectleider Richard Steenvoorden licht de eerste proefopstelling toe: “We kozen de gevoelige en minder gevoelige Oriëntals Signum en Santander en plantten deze op gebruikt en gestoomd leliesubstraat. De bakken werden tijdens de teelt in de kas bemest met vier voedingsoplossingen waarvan de kalium/calcium-verhouding varieerde.”
Leliespecialist Hans Kok wijst op de relatie tussen kalium en bladkwaliteit: “De bladchlorose onder LED was vaak het gevolg van een kaliumtekort. Schijnbaar wordt dit element in de belichte wintermaanden lastig opgenomen door het gewas. Calcium daarentegen is vaak wel op niveau. Door stapsgewijs de verhouding tussen die twee elementen te veranderen in de aangeboden voeding, hoopten we de kaliumopname positief te beïnvloeden.”

Proef en praktijk

De verwachting was dat door veel kalium te doseren, meer kalium opgenomen zou worden door de plant en de bladproblemen zouden afnemen. De groeiomstandigheden werden daarbij nagenoeg gelijk gehouden aan een energiezuinige praktijk. Dus met een stooklijn van 12ºC in de onbelichte nacht, 17ºC in de belichte nacht en 18ºC overdag. De instellingen van de bijbehorende ventilatielijn stonden op 17ºC, 20ºC en 22ºC.
Gedurende de teelt werden deze instellingen in overleg met de BCO bijgesteld. Qua belichtingsstrategie week de proefkas wel wat af van de gangbare praktijksituatie onder full LED, geeft Kok aan. “De meeste telers schakelen de lichtintensiteit en belichtingsduur iets af vanaf het moment dat de bloemknoppen zichtbaar zijn. Wij deden dat expres niet. Door de bladproblemen op te zoeken, konden we namelijk het effect van de bemesting goed onderzoeken.”
In de eerste en tweede week na opkomst werd gedurende 18 uur belicht met een lichtintensiteit van respectievelijk 30 en 60 µmol. Daarna werd de lichtintensiteit verhoogd naar 150 µmol. Deze waarde werd tot het einde van de teelt aangehouden. De MechaTronix-lampen werkten met een basisspectrum van 88% rood, 6% groen, 6% blauw met mogelijkheid tot 8% verrood.

Bladanalyses

Behandelingen met de aangepaste voedingsoplossingen leidden echter niet tot het verwachtte resultaat. “Ongeacht de wisselende kalium/calcium-verhouding zagen we in elk proefvak een zekere mate van bladchlorose. Eerst dachten we er in sommige teeltvakken nog vrij van te blijven, maar ongeveer een week voor de oogst vloog het door alle planten heen. Van bladpuntjes tot volledig chlorotische bladeren. Signum startte ermee en later ondervond ook Santander problemen maar wel in mindere mate.”
Uit bladanalyses volgde meer inzicht in de nutriëntenhuishouding van de lelies. Daaruit bleek onder meer dat de opname van kalium en calcium per ras verschilde, zelfs bij gelijke bemesting. Zo bevatte het blad van Santander verhoudingsgewijs meer calcium en dat van Signum juist meer kalium. Dit bevestigt dat de plant een actieve rol speelt in wat er wordt opgenomen en dat sturen via voeding slechts beperkt mogelijk is.
Opmerkelijk was ook dat enkele bakken met lelies die bij telers waren uitgezet met dezelfde bollen, geen bladproblemen vertoonden. De specialist: “Bij ons had dat gewas een kalium/calcium-verhouding van iets minder dan tweeënhalf. Bij de teler kwam de verhouding uit op exact tweeënhalf. Slechts een fractie hoger dus, maar wel zonder bladchlorose. Zou het echt zo nauw luisteren of speelt lichtstrategie een belangrijkere rol dan we vooraf vermoedden?”

Tweede trek

De tweede trek richtte zich op andere variabelen, te weten substraattype en EC-niveau. De onderzoekers plantten dezelfde twee cultivars op vers substraat en op eerder gebruikte, gestoomde leliegrond. Daarbij varieerden ze de EC van het gietwater: laag (1,3) en hoog (2,6). “Als door een lagere verdamping de planten ook minder vocht opnemen, kun je wellicht met EC het aandeel nutriënten in het blad sturen”, verklaart de projectleider.
De resultaten bevestigden deels deze aanname. De verschillende behandelingen hadden inderdaad effect op de mate van bladaantasting. “Een lage EC en verse grond leidde vooral bij Santander tot sterke chlorose-achtige taferelen. Het hele blad werd chlorotisch. Bij Signum beperkte de aantasting zich dit keer tot de bladpunten. Minder dan in de eerste trek, maar nog steeds duidelijk zichtbaar.”
Omgekeerd constateerden de onderzoekers dat de combinatie gebruikte grond en hoge EC minder bladproblemen gaf. Verder viel op dat planten op verse grond sneller groeiden en meer biomassa produceerden, maar tegelijkertijd vaker bladaantasting vertoonden. Dat suggereert dat snelle groei ten koste kan gaan van bladkwaliteit. Uit metingen bleek ook dat de verdamping beperkt bleef tijdens de teelt, wat aansluit bij het eerder geschetste beeld van beperkte nutriëntenopname onder deze omstandigheden.

Invloed lichtstrategie

Helaas nog geen kant-en-klare oplossing voor bladproblemen dus. En ook is na de tweede proef de oorzaak van de bladaantasting nog niet helemaal duidelijk. Kok: “De snelheid en intensiteit van lelieteelten onder full LED maakt dat een eenvoudige aanpassing via voeding haast onmogelijk lijkt. Uitgaande van wat we nu weten, is het beste advies dat ik broeiers kan geven: let op je lichtinstellingen. Kies alleen tijdens de vegetatieve groeifase voor een hoge intensiteit en belichtingsduur. De laatste weken van de teelt tijdens de generatieve groeifase kun je beter wat terugschakelen in belichtingsduur en -intensiteit. Maar ik weet, ook dan kunnen problemen optreden. En wellicht moeten we in de toekomst scherper op cultivars gaan selecteren.”
Hoe dan ook, lelie geeft zijn geheimen niet eenvoudig prijs. De onderzoekers overleggen samen met de BCO over een eventuele vervolgproef.

Tekst: Jojanneke Rodenburg, beeld: Richard Steenvoorden en Michel Heerkens

 

  • In de belichte wintermaanden wordt kalium lastig opgenomen door het gewas met bladpunten en soms volledig chlorotisch blad tot gevolg.