De CO2-levering door OCAP hapert. Shell is vorige week gestart met groot onderhoud aan zijn raffinaderij in Rotterdam, wat minstens tot de tweede week van juli zal duren. Op 13 mei viel ook de tweede CO2-bron door een storing bij Alco Energy (een van de grootste bioraffinaderijen in Europa) even weg, maar die is inmiddels weer opgestart. Het zet wel vraagtekens bij de leverbetrouwbaarheid vanuit OCAP.

Door de onderhoudsbeurt bij Shell is er minder CO2 beschikbaar, waardoor sommige telers moeten bijstoken, net nu het financieel toch al niet erg voor de wind gaat. Alleen telers met een back-up contract krijgen nog geleverd. Maar ook dat biedt geen 100% zekerheid. “In het contract staat dat ze alleen leveren indien CO2 van de industrie beschikbaar is. Voor telers met een backup-contract geldt eigenlijk dezelfde clausule: De leverancier doet zijn uiterste best om kooldioxide door te leveren als er voldoende (vloeibare) CO2 van buiten beschikbaar is, maar de vraag is of dat voldoende is”, zegt Hans Koolhaas, voorzitter van de OCAP-telersgroep.

Onderhoudsperiode

Shell heeft in zomer 2019 al aangegeven dat er een onderhoudsperiode in het voorjaar 2020 aan zat te komen – nota bene midden in het groeiseizoen. Omdat volgens de multinational extra veiligheidsmaatregelen moeten worden getroffen als gevolg van de coronapandemie is het mogelijk dat de stop van 10 weken langer gaat duren. “Met de situatie op de oliemarkt heeft dit niets te maken, dat weet ik zeker. Maar de planning staat dus allerminst vast. Vanwege coronamaatregelen kan het nog veel langer duren”, bevestigt Koolhaas.
Dit betekent dat telers hun ketels en WKK’s weer aan moeten zetten in de zomer. Extra zuur is dat de vaste kosten voor alle afnemers gewoon doorlopen, de leiding-fee, die circa 60% uitmaakt van de totale kosten van een contract. De overige 40% wordt alleen in rekening gebracht voor de daadwerkelijk afgenomen hoeveelheid CO2.

Oplossingen

Wat is de beste oplossing voor telers die zonder CO2 komen te zitten? Koolhaas: “Backup-contracten afsluiten is maar voor een beperkte groep mogelijk. Alternatieve bronnen zijn er zomaar niet. Als OCAP volle bak levert praten we over 130 ton CO2 per uur. Afvalverbranding biedt op termijn veel soelaas, alleen zit de SDE daar dwars doorheen.”
Ondanks de lobby van Glastuinbouw Nederland is er nog altijd geen definitieve oplossing voor het externe CO2-vraagstuk. Dat is wel een voorwaarde voor verdere verduurzaming van de glastuinbouw. “Er moeten dus nieuwe bronnen komen”, vervolgt Koolhaas. “Er is veel meer CO2 in de Botlek beschikbaar, maar om dat af te vangen is veel te duur. Het PORTHOS-project, waarop alle Rotterdamse bedrijven in de toekomst aangesloten moeten worden, kan een oplossing zijn. OCAP zou in geval van schaarste CO2 uit de leiding moeten halen, voordat het de zeebodem in gaat. Maar dat mag niet van de overheid: die eist dat het langdurig in de zeebodem blijft. Bovendien dreigt ondergronds opslaan vanwege nieuwe regelgeving goedkoper te worden dan het leveren van CO2 aan OCAP. Het is puur een kostenverhaal.”

Uit de lucht winnen

Zelf kooldioxide uit de lucht winnen dan maar? Koolhaas: “Als we minder afhankelijk willen worden van de CO2-vraag en alles wat daar nu omheen gebeurt, moeten we als tuinbouw juist daarop inzetten. De huidige techniek is meer dan drie keer zo duur als eigen productie of OCAP, maar die techniek is nog sterk in ontwikkeling. Het zal altijd een duurder alternatief zijn, maar dan ben je wel van alle externe afhankelijkheden af.”

Tekst: Mario Bentvelsen