Na vier teelten chrysant in een afdeling met hybride belichting, drie schermen en koeling ontstaat een levendige discussie onder telers, adviseurs en onderzoekers. In theorie ligt de weg open om in de toekomst vrij van fossiele energie te telen, maar het valt nog lang niet mee om de kwaliteit op een acceptabel niveau te krijgen.

De eerste resultaten van de praktijkproef ‘De Perfecte Chrysant’ beginnen zichtbaar te worden. Dit onderzoek bij het Delphy Improvement Centre is opgezet om de principes van Het Nieuwe Telen (HNT) toe te passen op een snijbloemengewas. Energiebesparing is daarbij een doelstelling, maar nog veel belangrijker is om de chrysantenteelt verder te optimaliseren met een uitgebalanceerd klimaat.
Inmiddels hebben er vier teelten plaatsgevonden. Alle vier lieten ze een totaal verschillend beeld zien. Chrysantenteler Ron Ammerlaan, Marcel Raaphorst van Wageningen University & Research, Rick van der Burg en Paul de Veld van Delphy doen verslag van hun bevindingen.

Nieuwe grond

De teelten startten achtereenvolgens in week 7, week 18, 28 en 40. Niet iedere planting volgde dus direct na de oogst. Gekozen is voor het veel geteelde ras ’Baltica’. In de zijlijn lopen ook andere rassen van veredelaars mee in de proef.
De eerste teelt verliep heel goed, misschien als gevolg van nieuwe, gestoomde grond. De meerproductie was 5,9%, maar het takgewicht was door een hogere plantdichtheid 6% lager dan van de referentiebedrijven. De tweede teelt verliep minder voortvarend. Door de hoge buitentemperaturen in die periode moest er flink worden gekoeld. Het blad was wat kleiner en de zijscheuten waren langer. Door onder het doek te koelen is de nachttemperatuur in die periode laag geweest (18°C) om de hogere dagtemperaturen te compenseren. Dit was een bewuste keuze om vertraging te voorkomen en een betere bloemkwaliteit te halen.
Bij Baltica trad inderdaad geen vertraging van de bloei op, in tegenstelling tot bij de referentiebedrijven. De bloemkwaliteit was echter niet beter. Het gewicht per m2 was uiteindelijk wel iets hoger dan bij de referentiebedrijven.

Generatief gewas

Een belangrijk thema binnen het onderzoek is het behalen van een hogere zomerkwaliteit met behulp van koelen. Al in de tweede teelt was het nodig om de OPAC’s in te zetten om de ruimtetemperatuur ’s avonds te laten dalen. Overdag werd de koeling ingezet om de raamstand te beperken zodat de CO2 in de kas bleef. Al snel bleek dat het gewas meer generatief werd dan gebruikelijk. Dit zou een gevolg kunnen zijn van de luchtbeweging die de apparatuur veroorzaakt.
Ook in de derde teelt is gekoeld. De Veld: “We weten dat Baltica een ras is dat wat generatief is. Het is een uitdaging om de groei beter te sturen.” In deze teelt traden ook wat problemen op met Pythium en Rhizoctonia als gevolg van een iets te natte start. In reactie op het droger houden, gingen de planten met te weinig wortels de kortedagperiode in. Uiteindelijk viel de uitval mee, maar bleef het gewas ongelijk. Op het einde bleek het takgewicht veel te laag, waardoor er relatief veel klasse 2 is geoogst.

Sturen naar vegetatief

Het generatieve gewas bleef als een rode draad door de proef lopen. In een poging om de vierde teelt vegetatiever te starten, zijn in de eerste twee weken (langedag) de OPAC’s uitgezet, tot het moment dat de verduisteringsperiode startte. Ook is het stikstofgehalte in de voedingsoplossing verhoogd.
“Daardoor hadden we een betere start dan de teelt ervoor”, vertelt Van der Burg. “Toch gaf het gewas minder zijscheuten dan op de praktijkbedrijven. Wat er nu precies speelt is op dit moment nog erg lastig te verklaren.”

Hoge lichtintensiteit

Chrysantenteler Ammerlaan volgde de teelt op de voet. Hij is erg benieuwd naar het resultaat van het intensieve belichten. Het vermogen van LED’s en SON-T lampen is 35 µmol/m2/s hoger dan op zijn bedrijf. “Het is een forse investering”, vindt hij, die eigenlijk goed moet worden gemaakt door een hogere plantdichtheid of een betere kwaliteit.”
Dat lijkt een logische conclusie. Toch is het interessant om ook naar het energieverbruik te kijken. Het is namelijk gelukt om in de proef 20% op elektriciteit te besparen ten opzichte van de referentiebedrijven. Een deel van die besparing komt voor rekening van de LED’s, een ander deel uit het eerder afschakelen ten opzichte van de praktijk. Bovendien geven de LED’s minder warmte af dan SON-T lampen, waardoor het minder vaak nodig is om te luchten of langer kan worden belicht.

Laag energieverbruik

Het totale energieverbruik is laag geweest. Na de eerste teelt stond de teller op 1,5 m3/m2 a.e. (aardgasequivalenten). De tweede teelt gebruikte slechts 0,1 m3/m2. Aan het einde van het jaar staat de teller op 6,6 m3/m2. Omgerekend naar een jaarrondteelt zal dit ruim 10 m3/m2 zijn. Dat is veel lager dan de voorgenomen 15 m3/m2 , die al een halvering is van de gebruikelijke 28 tot 30 m3/m2 in de praktijk. “Dat klinkt erg spectaculair, maar er zitten natuurlijk nog veel haken en ogen aan deze manier van telen”, vindt Ammerlaan.
Bijzonder is dat er 17 m3/m2 warmte is geoogst. “Er is dus meer warmte uit de afdeling gekomen dan er is ingegaan”, concludeert Raaphorst. “Eigenlijk maak je zelfs bijna twee keer zoveel warmte als je nodig hebt.” In de meest ideale situatie zou de energiebalans in evenwicht moeten zijn. Het kan zijn dat de capaciteit van de luchtbehandelingskasten iets te hoog is, maar misschien kunnen andere klimaatinstellingen dit evenwicht herstellen.

Veel discussie

De proef levert enorm veel discussie op. Die ligt op het niveau van de hoge kosten voor dergelijke investeringen en het feit dat de kwaliteit van het gewas nog omhoog moet. Kortom, dit eerste proefjaar vraagt om een vervolg om met name het telen beter onder de knie te krijgen. Het project heeft een looptijd van één jaar, maar inmiddels is een aanvraag ingediend voor het tweede jaar.
Het onderzoek valt binnen het programma Kas als Energiebron en is gefinancierd door het Ministerie van EZ en ChrIP (chrysantentelers). Svensson en Philips Lighting zijn sponsors. De projectleiding is in handen van Wageningen University & Research.

Samenvatting

Het eerste proefjaar met Het Nieuwe Telen bij chrysant is afgerond. Inmiddels hebben er vier teelten plaatsgevonden. Alle vier lieten ze een totaal verschillend beeld zien. Het energieverbruik in de vorm van warmte is erg laag geweest. Er is zelfs meer warmte geoogst dan gebruikt. De gewenste meerproductie is nog niet gehaald. Ook kwaliteit en takgewicht moeten omhoog.


Uitgangspunten onderzoek ‘De Perfecte Chrysant’

– De afdeling heeft een hybride belichtingsinstallatie van 65 µmol/m2/s SON-T en – – -100 µmol/m2/s LED, ten opzichte van 130 µmol/m2/s die in de praktijk gebruikelijk is;
– De proefnemers willen 5% meer productie halen van goede kwaliteit met 15 m3/m2 a.e. (aardgasequivalenten) warmte per jaar, terwijl chrysantentelers in de praktijk zo’n 28 tot 30 m3/m2 verbruiken;
– De plantafstand is in de winter 52,5 planten per m2 en in de zomer 67 planten per m2. Dat is 5 tot 13% hoger dan de praktijk;
– De afdeling heeft hijsverwarming en OPAC luchtbehandelingskasten, die kunnen verwarmen en koelen. Het koelvermogen is 100 W/m2.
– De afdeling heeft een diffuus dek en drie schermen (een verduisteringsdoek, een transparant energiedoek en een licht diffuus schaduwdoek).


Tekst en foto’s: Pieternel van Velden.





Gerelateerd