Rozen telen met zo min mogelijk energie; dat is al jarenlang het credo van de familie Van der Hulst. De huidige energieprijzen dwingen de ondernemers om verdere stappen te zetten. Zo zetten ze hun kassen afgelopen winter volledig koud en investeerden ze onlangs in ontvochtigingsunits. Hiermee hopen de telers hun gasverbruik met 35% te reduceren.

Van der Hulst Rozenkwekerijen in Meterik is om diverse redenen een bijzonder bedrijf. Zo is het een familiebedrijf in optima forma: de onderneming wordt gerund door de broers Mark, Koen en Paul en hun zus Linda. “Ook onze ouders Sjaak en Cleta, die het bedrijf hebben opgezet, zijn nog nauw betrokken. Zij verhuisden in 1992 vanuit Den Hoorn in Zuid-Holland naar het Limburgse Meterik”, vertelt Paul van der Hulst.
Het bedrijf omvat vandaag de dag drie locaties van ieder 3 ha. Elk van de broers heeft één van deze locaties onder zijn hoede. De focus ligt op de teelt van bijzondere soorten, qua kleur, vorm en houdbaarheid. “Ons sortiment omvat 17 soorten, waarbij we bij 15 het alleenrecht hebben op de teelt. Exclusiviteit en kwaliteit, dat is waar wij ons op richten.”
De afzet loopt via Royal FloraHolland en Plantion, daarnaast is de huisverkoop een belangrijke pijler onder het bedrijf. “De afzet via deze winkel en de bloemenautomaat nam de afgelopen jaren een flinke vlucht, mede door corona. Ik schat dat de huisverkoop met zo’n dertig procent is gegroeid.”

Rustiger telen

De keuze om niet in te zetten op een topproductie, maar vooral een kwalitatief hoogwaardige en onderscheidende roos te telen, zorgt er voor dat de energiebehoefte lager is dan op veel andere rozenbedrijven. “Wij hebben altijd al ingezet op een laag energieverbruik”, vertelt Sjaak van der Hulst. “Zo telen we veel rustiger dan andere rozenbedrijven en brengen we minder buiswarmte in de kas. Hierdoor halen wij maar 200 rozen van een vierkante meter, bij collega’s zijn dat er misschien wel 300. Wij hebben echter ook minder arbeid nodig. Daarbij leveren onze onderscheidende soorten doorgaans meer op.”
De familie teelt daarnaast cultivars die weinig energie vragen. “We steken er enorm veel tijd in om uit te zoeken welke soorten met weinig licht toe kunnen. Het is zaak dat een roos van zichzelf goed groeit”, zegt Paul van der Hulst. “Deze inspanningen werpen hun vruchten af: wij hebben slechts 90 µmol/m².s aan groeilicht hangen. Op andere rozenbedrijven is dat vaak twee of drie keer zoveel.”

Slapeloze nachten

Hoewel de energie-inzet dus relatief beperkt is, dwongen de hoge energieprijzen de telers afgelopen winter toch om verdere stappen te zetten. Ze besloten hun kassen volledig koud te zetten. “Het was gewoonweg niet meer rond te rekenen”, zegt Paul van der Hulst. Ze hebben vier WKK’s staan, met een totaal vermogen van 3,4 MW. “Daarmee kunnen we de helft van onze belichting laten draaien, de rest van de stroom moeten we inkopen. En we hadden zestig procent van onze gasbehoefte vastgelegd, de rest moesten we inkopen op de dagmarkt. We hebben verschillende scenario’s doorgerekend, maar zelfs op halve kracht belichten was niet rendabel. Daarop besloten we de kassen in de week voor Kerst volledig koud te zetten, maar wel vorstvrij te houden. Op een halve hectare na, zodat de huisverkoop toch kon doordraaien.”
De ondernemers zetten het vastgelegde gas om in elektra in hun WKK’s en leverden de stroom voor hoge prijzen terug aan het net. De restwarmte ging de kas in. “Hoewel het stilleggen van de productie financieel gezien de beste keuze was, was het wel een bizarre periode. Ook omdat je hele structuur ineens wegvalt en je niet kunt doen wat je het liefste doet; rozen telen. Het heeft me behoorlijk wat slapeloze nachten gekost.”

Geen teelttechnische problemen

Vanaf januari werd de temperatuur in de diverse afdelingen op de verschillende locaties beetje bij beetje opgevoerd en ging de belichting weer langzaam aan. Begin maart werden weer de eerste rozen geoogst. “Teelttechnisch zijn we er goed doorheen gerold. Dat kwam mede doordat we vroeg in de ochtend de helft van onze lampen aanzetten, om te voorkomen dat de knoppen zouden natslaan en problemen met Botrytis optraden.”
Ook afnemers haakten niet af. “Het feit dat wij het alleenrecht hebben op de teelt van veel soorten was een groot voordeel. Hierdoor hoefden we niet bang te zijn dat concullega’s onze marktpositie zouden innemen. Dat vergemakkelijkte de keuze om koud te gaan. Maar desondanks hopen we dat het komende winter niet meer nodig is.”

Beter ontvochtigen

Vanwege de hoge energieprijzen besloot de familie om versneld te investeren in DryGair-units. “Ik oriënteerde me vorig jaar zomer al op de aanschaf van deze ontvochtigingsunits”, zegt Paul van der Hulst. “Vooral omdat wij een paar cultivars telen met een hoge verdampingsgraad. Daarom moesten we extra stoken, maar dat had weer negatieve effecten op de kwaliteit. Dit zouden we kunnen voorkomen door de kaslucht beter te ontvochtigen, zo was de gedachte.”
Het verder besparen op energie vormt nu echter de belangrijkste reden voor aanschaf van de ontvochtigingsunits. Deze moeten medio juni draaien op de locatie van Paul van der Hulst en in september op de andere twee bedrijfslocaties.
“De afgelopen maanden belichtten we op halve kracht. En de kans is groot dat dat ook in het komende belichtingsseizoen aan de orde zal zijn. Maar wanneer je minder belicht, heb je minder stralingswarmte en dus minder ontvochtiging. Dit dwong ons de afgelopen periode regelmatig om een kier te trekken in het schermdoek en de ramen open te zetten. Dat kostte echter flink wat energie; we moesten dan immers meer warmte in de kas brengen. Dat was voor ons reden om, als eerste rozenteler in Nederland, te investeren in de DryGairs. Deze units halen vocht uit de warme kaslucht en bij de condensatie komt warmte vrij. Hierdoor gaat de kastemperatuur met één tot twee graden omhoog.”

Kwaliteitswinst

De ondernemers hebben hoge verwachtingen van de ontvochtigingsunits: zij denken hiermee zo’n 35% te kunnen besparen op hun gasverbruik. Op iedere 3.500 m² komt een unit te hangen, die 20 kuub lucht per uur kan ontvochtigen. “Dat vergt een investering van circa negen euro per vierkante meter. Maar met de huidige gasprijzen moeten we dit binnen twee tot tweeënhalf jaar kunnen terugverdienen. Ook omdat we zowel EHG- als EIA-subsidie hebben ontvangen op deze investering”, zegt Sjaak van der Hulst.
De ondernemers hopen niet alleen te kunnen besparen, maar ook kwaliteitswinst te boeken. Nu ligt het vochtpercentage in de wintermaanden vaak rond de 90%, straks moet dit rond de 83% uitkomen. “Dit zal waarschijnlijk resulteren in een steviger gewas. We verwachten dat het kasklimaat gelijkmatiger zal zijn en dat de meeldauwdruk omlaag gaat, aangezien de kaslucht droger is. Maar dat moeten we allemaal nog ervaren; zoals gezegd zijn we het eerste rozenbedrijf dat met dit systeem gaat werken.”

Verdere stappen

Een bijkomend voordeel is dat de ontvochtigingsunits het volgens de ondernemers makkelijker maken om verdere energiebesparende maatregelen te nemen. Zo willen ze op termijn wellicht investeren in een tweede scherm en in LED-belichting. Paul van der Hulst: “LED was eerst eigenlijk geen optie, omdat je dan geen stralingswarmte meer hebt en dus te veel vocht in de kas houdt. Met de ontvochtigingsunits tackelen we dit probleem. Maar we doen het stap voor stap. En natuurlijk bepaalt de verdere ontwikkeling van de energieprijzen of extra investeringen nodig zijn en wanneer. Maar wanneer de situatie zo blijft en de gasprijs niet onder de euro per kuub zakt, dan zijn extra stappen onvermijdelijk.”

Tekst en beeld: Ank van Lier