Bijna een jaar geleden jaar kondigde David van Tuijl als een van de eersten in Nederland aan om een chrysantenkas te gaan bouwen met insectengaas. De biologische bestrijding functioneert sinds het gaas is geïnstalleerd naar behoren, al wacht komende zomer de eerste echte test. “Nu redden we het biologisch tegen wantsen en rupsen en kunnen we Orius uitzetten tegen trips. Eigenlijk is het daar een beetje om te doen.”

De nieuwe kas in Nieuwaal (7 ha) is sinds week 30 vol geplant, het insectengaas is pas later geïnstalleerd, in week 40. “Op zich is het nog niet zo spannend met betrekking tot insectengaas”, zegt Van Tuijl. “Ik ben wel vanaf het begin met biologisch bestrijden begonnen. In de eerste weken, toen het gaas nog niet geïnstalleerd was, hadden we nog wel eens rupsen of wantsen binnen. Toen hebben we nog chemisch moeten ingrijpen. Nu redden we het wel biologisch, en kunnen we Orius uitzetten. Eigenlijk is het daar een beetje om te doen. Als je Orius inzet kun je eigenlijk weinig middelen gebruiken waar je de wantsen mee kunt bestrijden. In het verleden deden we dat overigens wel: in de winter een paar maanden chemisch bestrijden. Nu werken we altijd biologisch.”

Gaas in bestaande kas

Dit voorjaar zal in een bestaande kas in Brakel (3,6 ha) ook insectengaas worden geïnstalleerd, omdat daar vaker problemen met wantsen zijn dan op de andere drie locaties van Linflowers. “Daar gaan we in maart mee beginnen. Eind april moet het erin zitten.
We hebben daar altijd meer last gehad van wantsen. Ook wel van rupsen, maar vooral wantsen. Mineervlieg was daar in het voorjaar ook altijd wel een uitdaging. We zitten daar in een hoek met veel besmettingen, zeg maar. Eerst wilden we een jaar ervaring met de nieuwe kas afwachten, maar we hebben nu besloten om toch stappen te zetten. Het is eigenlijk geen doen met die wantsen.
Biologische bestrijding verloopt altijd goed, alleen loop je stuk op een aantasting van wantsen. Dan sta je eigenlijk met je rug tegen de muur.” Een verklaring voor die hogere ‘besmettelijkheid’ heeft Van Tuijl eigenlijk niet. Hij denkt dat het de omgeving kan zijn, maar ook de gevoeligheid van sommige soorten.

Chemische middelen niet meer nodig

Van Tuijl wil helemaal af van chemische bestrijding in de winter. “Trips is op zich niet het grootste probleem in chrysant. Mits je met je Orius goed uit de voeten kunt los je dat probleem wel op. Alleen met Montdorensis moesten we in de winter altijd chemisch corrigeren om naar een laag niveau te gaan. Nu willen we eigenlijk naar de combinatie van Montdorensis en Orius. Dan heb je de chemie bijna niet nodig.”
Spuiten tegen trips is een drama, evenals de etikettering, vervolgt de teler. “Dat is ondoenlijk. En die middelen moet je heel veel keren spuiten. Wantsen raak je wel kwijt met twee keer spuiten. Maar ons ideaalbeeld is natuurlijk om met gaas de wantsen, rupsen (motten) en mineervlieg buiten te houden. De laatste vliegt altijd massaal in. Je biologie moet ook altijd eerst op gang komen. Als je mineervlieg ziet hebben de biologische bestrijders nog niks te eten. Daar zit je altijd mee te worstelen. Tegen trips kun je gewoon een leger opbouwen. Een lichte aantasting van trips kun je wel hebben. De plaagdruk moet wel laag zijn, maar hoeft niet naar nul.”
Een andere reden voor Van Tuijl om chemie uit te bannen is de groeiremming die kan ontstaan door het gebruik van middelen. “Dat speelt vooral in de winter. Je hebt meer kans op rot of geel blad.”

Monitoringsproject

Inmiddels stappen meer chrysantentelers over op insectengaas, zoals bijvoorbeeld MG GRAND in het Westland. In de Bommelerwaard gaat dat mondjesmaat, zegt Van Tuijl. “Er is een nieuwe kwekerij van Henda Flowers die met gaas wordt gebouwd. Koen Kreling van Diamond Flowers heeft het in een bestaande kas geïnstalleerd. Het gebeurt nog niet echt massaal, de meesten wachten toch af wat komende zomer onze ervaring zal zijn.
We gaan de plaagdruk in de zomer monitoren. Dat hebben we als chrysantenvak opgestart, in samenwerking met Delphy en Van Iperen. We gaan kijken wat de temperatuur doet, wat doen de insecten, en dat soort dingen.” Vooral juni, juli en augustus worden spannende maanden. “We doen het maar om één ding: proberen de biologische bestrijding beter te krijgen. Het is een demo. Het kost geld en het kost licht. Daar staan wel lagere kosten voor bestrijding tegenover. En het geeft je als ondernemer rust. Het is natuurlijk ook beter voor je maatschappelijke acceptatie. Ik zeg niet dat we nu allemaal die kant op moeten, maar je ziet wel dat het de laatste vijf jaar steeds moeilijker wordt. Ik vind ook dat we chemische middelen over moeten houden, je hebt ze wel nodig. Er zullen alleen steeds minder mogelijkheden overblijven.”

Tekst: Mario Bentvelsen, beeld Fotostudio G.J. Vlekke