“We gingen net iets te hard, maar na een paar dagen met lagere etmaaltemperatuur had het gewas zich prima hersteld”, vertelt Ted Duijvestijn. Samen met data-analist Marissa van Duijn en collega tomatenteler Kees Stijger stuurt hij de referentieteelt aan van de Autonomous Greenhouse Challenge. Met nog vijf weken voor de boeg blikken zij terug op de afgelopen weken, waarin zij even op de rem trapten.

Net zoals de deelnemende teams van gemengde herkomst en samenstelling, leiden de beroepstelers hun teelt op afstand. Om de paar weken komen ze samen in Bleiswijk voor een gewasbeoordeling en worden de data, indrukken en teeltstrategie voor de volgende weken besproken. Een bezoek aan de onderzoeklocatie van Wageningen University & Research was dit keer vanwege het coronavirus niet mogelijk, dus het werd een vergadering via Skype.
“Zelfs praten doen we nu even op afstand”, zegt Ted Duijvestijn gelaten. “We gaan nu de laatste fase in van de challenge en hebben de strategie besproken die ons in week 17 hoge cijfers moet opleveren. Het gewas staat er heel mooi bij, de grofheid en brix-waarden van de vruchten zijn uitstekend. We blijven de parameters uiteraard kritisch volgen.”

Ingrijpen was noodzakelijk

In januari en februari was het buiten ongekend donker, waardoor er intensief is belicht. De telers volgden een offensieve strategie met een hoge etmaaltemperatuur om snelheid te houden in de gewasontwikkeling. Ruim twee weken geleden constateerden zij dat dit net iets te veel van het goede was. “We zagen wat bloemrui en de zetting werd minder”, licht Kees Stijger toe. “Daar hebben we direct op gereageerd door de etmaaltemperatuur met 2ºC te verlagen. Dat is drastisch, maar het gewas herstelde hierdoor opvallend snel. Na een paar dagen zag je dat het de groei weer aankon. We moesten even op de rem trappen, maar het gaat prima. Ik denk dat de opbrengst er nauwelijks onder lijdt.”

Grens bewust opgezocht

“Het is juist goed om iets uit de bocht te vliegen”, vult Duijvestijn aan. “Het mooie van deze challenge is om op afstand en op basis van data de grens op te zoeken in een korte teelt. Zolang je niet over de rand hangt, weet je niet of die grens is bereikt.”
Dat weten de beide telers nu wel en daar leren zij van. Na de correctie is de teeltstrategie vrijwel onverkort doorgetrokken. Er wordt elke vijf dagen geknipt en de grofheid neemt iets toe naarmate de instraling hoger wordt. “Geen idee hoe de andere teams het doen, maar we rekenen nog steeds op een hoge eindklassering”, zegt Stijger. “We zijn het eens over de te volgen strategie richting het voorjaar, maar daar ga ik niet nader op in. Het blijft een wedstrijd, dus wij laten ons niet in de kaarten kijken.”

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen