Eind januari is het behoorlijk licht in de kas van Bart de Groot en Stef Zwinkels in Kwintsheul. Dat komt niet alleen doordat de komkommerplanten nog niet helemaal bovenaan bij de draad zijn, maar ook door de vervanging van het oude energiedoek door een fonkelnieuw, helder energiedoek. Daaronder hangt een tweede scherm in plaats van het vaste AC-folie. Deze combinatie is zo lichtdoorlatend dat zelfs de roeden in het kasdek zichtbaar zijn als beide doeken gesloten zijn.

De jonge komkommertelers van kas.ko (kaskomkommers) hebben stapsgewijs het bedrijf overgenomen van hun schoonvader Aad en vader Ruud Zwinkels. Op 1 januari 2018 namen ze het bedrijf over, exclusief de opstanden. “We hebben de kassen eerst nog drie jaar gehuurd en pas drie maanden geleden gekocht. Veel verschil is er niet vergeleken met de oude situatie. We betalen nu hypotheekrente in plaats van huur.”

Eerst eigen weg bewandeld

Beide jonge ondernemers bewandelden eerst een eigen, andere weg. Bart de Groot deed de HBO-studie bedrijfskunde en agribusiness in Delft. Hij werkte als accountmanager bij sierteeltexportbedrijf Noviflora, toen zijn schoonvader hem zes jaar geleden vroeg of hij er iets voor voelde om als zijn opvolger in het bedrijf te komen. “Mijn vader teelde tomaten, maar werd uitgekocht door de gemeente toen ik 13 jaar was. De tuinbouw trok, maar vanuit het niets beginnen met een bedrijf is bijna onmogelijk. Na kort nadenken heb ik besloten om mijn baan op te zeggen en in het bedrijf te komen.”
Mede-eigenaar Stef Zwinkels kwam er in 2017 bij. “Ik heb een meubelmakersopleiding gevolgd en ben als elektromonteur witgoed aan de slag gegaan. Toen ik 22 jaar was, vroeg Bart of ik ervoor voelde om samen met hem het familiebedrijf te gaan leiden. Toen ik jong was, had ik nog geen zin om het bedrijf in te gaan. De tijd was rijp. Ik heb veel gezien, veel geleerd en ben mijn wilde haren kwijt”, lacht hij.

Overname

Er is een taakverdeling. De Groot zorgt voor de teelt en administratie, Zwinkels voor de techniek en arbeid. Beiden zijn van alles goed op de hoogte, zodat ze elkaar kunnen vervangen als dat nodig is.
Naar de verre toekomst kijken de jonge ondernemers nog niet. Ze leven bewust in het ‘nu’.  “We willen eerst goed worden in ons vak”, zegt Zwinkels. “Je weet niet hoe de markt verandert”, vult De Groot aan. Ondanks hun jonge leeftijd relativeren ze. “We hebben eerst allebei geleefd en iets van de wereld gezien voordat we de tuin overnamen. De eerstkomende jaren zijn we bezig met de tuin. Daarna volgt weer een volgende fase in ons leven”, is de eensgezinde opvatting.

Viermaal planten

Het 2,7 ha grote bedrijf in Kwintsheul is een redelijk traditioneel komkommerbedrijf met een parapluteelt en vier teelten per jaar. “We starten in februari en snijden onze laatste komkommers in week 47. Doordat we tussenplanten zijn we continu in productie”, vertelt De Groot. De planten staan in een dubbel steenwolblok met twee planten op een mat van perliet. “Perliet is droger en gemakkelijker te sturen. De planten groeien generatiever.”
Tussenplanten heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat je jaarrond in productie bent. De biologie gaat moeiteloos over van het oude naar het nieuwe gewas. De grotere planten hebben een koelend vermogen, waardoor de jonge planten – zeker ‘s zomers – minder in extreme omstandigheden terecht komen wat betreft de temperatuur, luchtvochtigheid en zon. Het nadeel is dat je op twee gewassen moet sturen (oud en nieuw gewas). “De eerste week na het tussenplanten ‘verwennen’ we daarom onze oude planten nog even met het klimaat en de voeding. Daarna richten we ons wat meer op de nieuwe planten.”

Nieuw energiescherm

Tot eind vorig jaar toe hadden de telers één energiedoek. Na het planten in de winter gebruikten ze een vast AC-folie. Met het vernieuwen van het energiedoek besloten ze gelijk de stap naar twee doeken te zetten. “We hebben gekeken en geluisterd naar de ervaringen van andere telers. Het positieve effect op de productie, meer flexibiliteit en energiebesparing zijn onze redenen om voor twee schermen te kiezen”, vat Zwinkels samen.
Als energiedoek hebben ze het heldere PhormiTex Crystal schermdoek van de Belgische fabrikant Phormium gekozen. Dit is een gebreid doek, waarbij door het garen heen het vocht optimaal afgevoerd wordt. “We hebben voor dit doek gekozen omdat het veel licht doorlaat. Als het buiten koud is en we veel stoken, kunnen we het energiedoek langer dicht houden. Ieder uur langer dicht is winst. Over de invloed op het gewas kunnen we na zo’n korte tijd nog niets zeggen”, vertelt De Groot.
“Het doek heeft een lichttransmissie van 90% en een energiebesparing van 47%. Het is op dit moment het helderste energiedoek en kan klein op pakket. Dit is zeker interessant voor de groenteteelt waar iedere procent extra licht zorgt voor een procent meer productie”, legt Arjan van der Veer, salesmanager bij de doekenleverancier uit.

Tweede scherm

In plaats van een vast AC-folie kozen de telers voor een PhormiTex Clear scherm op het onderste dradenbed. Dit is een geweven scherm, dat ‘potdicht’ is. “Komkommer is een tropische plant. Hoe vochtiger hoe beter. Met een beweegbaar scherm zijn we flexibeler. We kunnen het scherm overdag bij zonnig weer openen en ‘s nachts dichttrekken en extra vocht en warmte vasthouden. Zeker als we later in het voorjaar nog een koude week krijgen, is die optie fijn”, vindt De Groot.
Dit doek zorgt behalve voor flexibiliteit, ook voor energiebesparing en extra licht ten opzichte van vast AC-folie. “Bovendien scheelt het veel werk als je ‘s winters geen AC-folie meer op hoeft te hangen.”
De schermstrategie is dat ‘s nachts beide doeken gesloten zijn om energie te besparen en overdag open. De klimaatcomputer regelt tussentijds wat er gebeurt. Beide doeken gaan tegendraads open en dicht. De telers gaan het onderste doek overdag ook gebruiken om ‘tegen te schermen’. “Als we het energiedoek boven de 80 procent instraling dicht doen en we schermen de 20 procent lichtstrook weg met het onderste doek, hebben de planten geen last meer van een felle strook licht.”

Zo biologisch mogelijk

De komkommers van kas.ko worden zo biologisch mogelijk geteeld. “We zetten steeds meer biologie in tegen wittevlieg, spint, trips en luizen. De bestrijding van luizen wordt steeds lastiger met het verdwijnen van Plenum. De luizen vermeerderen zich te snel om ze met natuurlijke vijanden te kunnen bestrijden. Dit middel ging goed samen met het inzetten van natuurlijke vijanden tegen de andere plagen”, vertelt Zwinkels.
De telers zijn lid van telersvereniging Oxin Growers. De afzet wordt via de telersvereniging geregeld. “Wij geven zelf iedere dag een schatting hoeveel we van de verschillende sorteringen kunnen oogsten. Dan krijgen we door in welke verpakking we de komkommers moeten aanleveren. En dat draaien we dan.”

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn