“Het is vooral de kwaliteit die ons onderscheidt. Topkwaliteit in grote aantallen”, zegt Frans van Dijk. De verkoop aan groothandel en retail gebeurt onder het label Decorum. Van de Engelse tot aan de Oost-Europese markt. Twee rassen troschrysanten, Delianne en Baltica, in geel en wit. “Wij gaan nooit iets anders telen dan chrysanten. Deze teelt zit ons in het bloed.”

Vader Frans, zoon Rob, zwager Gerard en zus Saskia: samen vormen ze familiebedrijf Van Dijk Flowers. Het bedrijf telt twee locaties. Eén in De Lier met Gerard als bedrijfsleider en de hoofdvestiging in Honselersdijk. Bij elkaar teelt Van Dijk Flowers op bijna 8,5 hectare. Altijd met troschrysanten dus. “We hebben wel eens een jaar dat het niet zo lekker loopt. Dan kijken we soms om ons heen of we niet eens iets anders er naast moet proberen, maar we komen toch altijd weer uit bij de troschrysant. We kennen de kneepjes van dit vak. En we hebben in deze teelt een goede naam en positie opgebouwd. Dat willen we graag vasthouden. Begin je met iets anders, dan moet je weer van vooraf aan beginnen.”

Betrouwbare partner

Continuïteit en uniformiteit zijn volgens Rob twee woorden die de relatie met de klanten van Van Dijk Flowers kenmerkt. “Continuïteit is belangrijk als het gaat om de kwaliteit van de bloemen, maar ook in de levering zijn we een betrouwbare partner. We zitten hier op 10 minuten afstand van de veiling. Omdat we zelf het transport doen, kunnen we dus snel leveren. Klanten kunnen altijd bij ons terecht. Of ze het nu willen halen of dat wij het moeten brengen, dat maakt ons niet uit. Voor ons is geen klant te klein. Al gaat het maar om één emmertje, wij leveren.”

Overstap en toch samenwerken

Tomaten, daar is het allemaal mee begonnen. Maar begin jaren zeventig werden de eerste bloemen geplant. Frans: “Dat leek mijn vader en mij mooier en we dachten dat het meer geld op zou brengen.” Al snel had de teelt van snijbloemen hen te pakken. Begin jaren tachtig hadden de chrysanten de groenten eruit gewerkt.
Tien jaar later kwam Richard van Spronsen (nu groeispecialist bij Van Iperen) in dienst. “Ik heb hier twaalf jaar met heel veel plezier gewerkt. Maar ik zag die twee jongens van Frans steeds groter worden en dacht: “Hier is straks geen plaats meer voor mij als de uitbreiding uit zou blijven.” Richard kende Van Iperen al omdat Van Dijk toen ook al klant was. En toen er een personeelsadvertentie voorbij kwam besloot hij te solliciteren. Frans: “Ik begreep het wel, dat heb ik hem ook gezegd: ‘Ik denk dat je meer in je mars hebt dan wat je nu doet.’ Maar blij was ik er niet mee. Het was eigenlijk te vroeg.” Richard: “Maar wel heel gaaf dat we nu op een andere manier samenwerken en telkens tot nieuwe oplossingen komen”.

Eigen onderzoeker voor chrysantenteelt

Richard bleef het bedrijf van Frans bezoeken, maar nu als adviseur van Van Iperen. Frans: “We zijn al heel lang klant. Als het om onze toeleveranciers gaat, hebben we altijd lange relaties. We shoppen niet graag, daar is de relatie met te goed voor.”
Van Iperen levert de meststoffen, de gewasbeschermingsmiddelen en de verpakking. Natuurlijk spelen deskundigheid en ervaring daarbij een grote rol. Rob: “80 procent van de chrysantentelers is klant bij deze toeleverancier. Dat zorgt ervoor dat er veel kennis en deskundigheid aanwezig is. Zij kennen onze teelt als geen ander.” Richard: “Omdat we zo’n groot aandeel in die sector hebben, kunnen wij het ons ook veroorloven om een onderzoeker aan te nemen binnen de sector.” Rob: “Binnen de chrysantenteelt bestaat een enorme openheid tussen de telers onderling. We hebben geen geheimen voor elkaar en zijn altijd bereid informatie te delen. Dat is goed voor het vak. Het is niet voor niets dat we hier in Nederland uitsluitend een topproduct telen.”

Vlak achter de voorlopers

Innovatie zit volgens de mannen van Van Dijk vooral in de techniek (bijvoorbeeld de belichting). Frans: “Grote stappen kun je niet meer maken. We zitten al aan de top. Daarbij komt dat de investeringen die nog zinvol zijn, megagroot zijn.” Rob: “We lopen niet voorop, maar we zitten er wel kort achter. Je ziet dat LED-belichting steeds goedkoper wordt en dat de lichtopbrengst ook nog steeds toeneemt. Het loont daarom de moeite om nog even te wachten voordat we alles gaan vernieuwen.” Energie vormt namelijk 15% van de kostprijs. De andere belangrijke kostenposten zijn stek (20%) en arbeid (15%).
De grootste uitdaging in de teelt is nog steeds de trips. “Dat kun je niet voorkomen. Door de vraag van de consument en de regelgeving van de overheid blijven steeds minder middelen over om trips effectief te bestrijden. De consument wil graag dat we biologisch telen. En dat doen we ook zoveel mogelijk, maar je moet altijd de mogelijkheid houden om te kunnen corrigeren.”

Minder middelen

Richard: “Helaas neemt de keuze aan middelen elk jaar verder af. Er zijn gewasbeschermingsmiddelen die verdwijnen omdat het gewoonweg te duur is voor de fabrikant of toelatingshouder om weer een nieuwe toelating aan te vragen als de oude is verlopen. En zo verdwijnt er weer een correctiemiddel, waardoor de mogelijkheden steeds minder worden. Daarnaast hebben we natuurlijk te maken met de etikettering. De beperkende regelgeving die voor de nog toegelaten middelen geldt is bijna niet meer bij te houden.”
Rob: “Natuurlijk is het goed dat we alleen als het moet en op een verantwoorde manier gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. We hebben ook een verantwoordelijkheid naar het milieu. Het aantal middelen is nu zo beperkt dat je vanwege de beperkte effectiviteit soms wel drie keer per week met de spuitboom over je gewas moet gaan. De vraag is of dat nu de bedoeling is, en ook of dat goed is voor het milieu.”

Nieuwe plagen

Met de huidige zeer specifiek werkende middelen zijn ze ook de nevenwerking kwijt, waardoor nieuwe plagen de kop opsteken. Wantsen, luizen en rupsen vormen de nieuwe uitdagingen. Ook in de grond wordt minder chemie gebruikt. Daar krijgen telers steeds vaker last van wortelknobbelaaltjes, die voorheen helemaal niet werden waargenomen. En daardoor weten veel telers ook niet meer wat ze in zo’n geval moeten doen.
“Je hebt elkaar dan hard nodig. Stomen is en blijft heel belangrijk. Daarmee maak je iedere keer weer een schone start. En dat is veel waard. Daarnaast hebben we echt meer uitval door wantsen. Kortom, als je dit alles op een rijtje zet begrijp je hoe belangrijk het is om veel te scouten. We moeten er kort op zitten. Als je ze ziet, ben je eigenlijk al te laat. We moeten daarom meer weten van een ziekte of plaag, bijvoorbeeld voordat ze invliegen, zodat we daar meteen op kunnen anticiperen.”

Flink wat areaal valt weg

De verwachting is dat er de komende vijf jaar flink wat areaal in de chrysantenteelt door gebrek aan opvolging wegvalt. Voor Van Dijk Flowers is dat geenszins het geval. De passie voor de teelt is nog even groot als altijd. “Troschrysanten zijn een mooi en degelijk product waar we veel mensen blij mee maken.”