Iedere teler is tegelijk ook een dokter, een plantendokter. Waar de plantendokters van vroeger een oneindige medicijnenkast hadden met zeer sterke chemische middelen, zoals DDT en Aldrin, wordt er ieder jaar een stukje van deze medicijnkast ingekort.
Persoonlijk ben ik het daar mee eens, want de plantendokter hoort na te denken over de gezondheid van zijn planten. Tegenwoordig hanteren de meeste plantendokters IPM als dé norm oftewel, biologisch tenzij. Gekoppeld aan een plantendieet dat de plant weerbaarder maakt, moet het middelengebruik de aankomende jaren consequent omlaag kunnen.
In de medische industrie, de mensendokters zogezegd, zien we al jaren een tegengestelde beweging. De mens wordt als een kasplantje van vroeger preventief volgestopt met chemische middelen. Aspirientjes zijn als snoepjes en zware medicijnen zoals oxycodon de oplossing voor alle pijnen (zie op Netflix de serie Painkiller). Ziekenhuizen zijn tegenwoordig zware chemische fabrieken. De zorgsector stoot circa 7% van al onze CO2 uit. Als de helft daarvan door ziekenhuizen wordt uitgestoten, is dat nog altijd meer dan de uitstoot van de Nederlandse glastuinbouw.
Hoe vreemd was het te lezen dat Ziekenhuisgroep Noordwest goede sier probeert te maken met plastic bloemen onder de noemer van het verlagen van de CO2-uitstoot. Alsof het niet bewezen is dat bloemen en planten een helende werking hebben op mensen. Alsof mensen beter gedijen bij een Barbie-plastic-fantastic-leven.
Dit ziekenhuis laat hiermee vooral zien dat het zwaar inzet op nog meer chemische oplossingen. Waar wij als telers de weg hebben gevonden naar meer biologisch, natuurlijk en weerbaar, zitten zij op een doodlopend chemisch pad met oogkleppen op. Het wordt tijd dat iedereen zijn oogkleppen afdoet.
Dieter Baas, perkplantenteler in Ens













