De laatste jaren is veel ervaring opgedaan met het toepassen van roofmijten en sluipwespen tegen trips, spint en wittevlieg. Ik durf te stellen dat er inmiddels een redelijke blauwdruk bestaat hoe deze plagen, op een zo geïntegreerd mogelijke wijze, beheerst kunnen worden. Wat vooral belangrijk is, is een totaal aanpak. Zeker als het gaat om tripsbestrijding is de toepassing van bodemroofmijten en roofkevers, zoals Atheta coriaria, essentieel naast bladroofmijten.

Als het gaat om wittevlieg zien we dat Bemisia en koolwittevlieg dominanter worden dan kaswittevlieg. Dat vraag om een andere aanpak, maar het kost tijd om die te realiseren. Zo heeft Encarsia minder vat dan we voorheen gewend waren en Delphastus is een goede bestrijder maar pas als een plek helemaal vet is. Uiteindelijk zie je dat de biologie het wel redt, maar de economische schade is dan toch vaak groot.

Een probleem voor een ander

Zware chemie is geen optie meer. Spuiten tegen bovengenoemde plagen is echt maar aanmodderen. Je komt er niet uit en het biologisch evenwicht ligt maandenlang op zijn gat. We zien wel dat bestaande of nieuwe plagen erger worden.
Zo is bladluis dit jaar in gerbera een groter probleem dan anders. In alstroemeria ervaren we dat cicaden steeds meer schade geven terwijl daar nog geen adequate biologische aanpak voor is ontwikkeld. Zo los je één probleem op maar krijg je er een ander probleem (lees insect) voor terug. Dat is toch wel de ervaring van de laatste twee jaar.

Vrachtwagen buiten laden

Insectengaas is een must geworden. Als de invlieg van verstorende plagen als motten, wantsen of cicaden er niet meer is, geeft dat veel meer rust en stabiliteit in de bestrijding van de overige plagen. Toch zien we op bedrijven met gaas toch ook nog wel invlieg; een kapotte ruit of invlieg via de schuur is een onderschat fenomeen. Een uitgekiend deurbeleid is essentieel geworden; nooit twee deuren tegelijk openzetten en de vrachtwagen moet je buiten laden.

Biologie vaart wel bij hogere RV

Ook hogedrukverneveling bewijst meer en meer zijn waarde. Niet alleen is het minder warm en minder droog op zomerse dagen waardoor het gewas vitaler blijft en minder stress ervaart. Het is mijn ervaring dat de biologie het beter doet bij een hogere luchtvochtigheid. Plagen varen wel bij een lage RV, de biologie juist bij een hogere.
Het is dus niet alleen een kwestie van de juiste bestrijders op het juiste moment, het is het totaalmanagement van klimaat, teelt en bedrijfsvoering die plaagbestrijding met biologie succesvol kan maken.

Tekst: Marco de Groot, FloriConsultGroup