Slechts een handjevol Nederlandse telers waagt zich aan de teelt van asters. Kwekerij Zijdezicht met (nu nog) drie locaties in ’s-Gravenzande en De Lier, is de grootste, vertelt John Krijger. Samen met zijn compagnon Ron van Oosten is hij eigenaar van het bedrijf dat van april tot oktober op 4,2 ha asters en op 3,2 ha santini’s teelt.

In de winterperiode maken de asters plaats voor chrysanten. Vanaf volgend jaar verdwijnen de santini’s en richt Kwekerij Zijdezicht zich alleen nog maar op asters en chrysanten, op twee locaties. Asters zijn een allemansvriend en een populair onderdeel van gemengde (bruids)boeketten, maar een bos solitaire asters biedt de consument ook veel kleur en volume op de vaas.

Lastige teelt

“Een bos asters in huis is echt heel mooi. De teelt is lastig”, vervolgt Krijger. “Ze hebben veel licht nodig en vooral tijdens de tweede en derde snijronde is er nogal wat kans op uitval. Wij hebben dat probleem kunnen oplossen.” Dit jaar is de aster extra populair doordat uitgestelde bruiloften tijdens de coronapandemie nu worden gevierd.

Tekst: Gert Janssen, beeld: Vidiphoto