Het is zeer effectief als er chemische correctiemiddelen ter beschikking staan ten tijde van overschakeling naar een ‘zo biologisch mogelijke teelt’ in bestaande technologische teeltsystemen. Om naar de toekomst toe te kunnen waarborgen dat er blijvend kan worden geteeld en verhandeld, is het handig om zoveel mogelijk los te komen van chemie. Het is dus goed om ons als sector er hard voor te maken dat er tijdens deze transitie naar zo biologisch mogelijk, chemische middelen beschikbaar blijven.

Daarnaast is het tenminste van net zo groot belang om de biologische bestrijding verder te optimaliseren. Om ook te gaan ontdekken welke laag er nog achter de biologische bestrijding zit. Met alle respect voor de huidige biologische bestrijding, dit is nog steeds een hele nette vorm van bestrijden en de oorzaak waarom de ziektes in het systeem komen blijft nog ongemoeid. Wanneer we ons alleen blijven richten op (be)strijden, zullen we tot de laatste dag dat we teler zijn ook blijven strijden.

Creëren van balans

De laag achter de biologische bestrijding is het bouwen van bedrijfsecologie. Dit houdt in dat het huidige technologische tuinbouwsysteem kaal is, vanuit de natuur gezien. Het systeem is uit balans, en daardoor is er ziektedruk aanwezig. Met het bouwen van bedrijfsecologie wordt het bestaande teeltsysteem weer zo ingericht dat de natuur het als compleet ervaart, het gewas is dus weer in balans gebracht.
Zo zal die balans in het systeem pas ontstaan als we ons gaan richten op het creëren van balans. Met het ontstaan daarvan in het teeltsysteem wordt de ziektedruk lager en kunnen we veel langer volstaan met biologische bestrijding, ondersteund door zachte, groene correctiemiddelen. Met deze werkwijze is chemie minder en uiteindelijk zelfs niet meer nodig.

Vitalere plant

Met het bouwen van bedrijfsecologie doseert de teler een breed divers programma natuurlijke middelen. Daar waar mogelijk werken telers met natuurlijke meststoffen, compost, lavameel enzovoort. Daarnaast wordt de waterkwaliteit verbeterd, door werveling zoals in een bergbeek toe te passen en een aantal andere verloren gegane natuurprincipes te herintroduceren. De brug wordt geslagen tussen technologie en ecologie: ‘Biomimicry’, innovatie geïnspireerd door de natuur.
Door de vitalere plant die ontstaat, kan het geteelde product fysiek nog mooier, smaakvoller, voedzamer en houdbaarder worden, als toegift van deze werkwijze. Door de keuze van een positieve teeltwijze, kan de teler beleving bij het product verkopen: geteeld vanuit de natuurlijke principes met een zo klein mogelijke footprint. Een verhaal waarmee de toekomst ons toelacht.

Tekst: Theo van der Knaap, Van der Knaap Ecoconsultancy.





Gerelateerd