Dankzij het toenemende gebruik van nieuwe roofmijten zoals Amblyseius cucumeris (vernieuwde bugline) en Transeius montdorensis vormt trips in chrysant een minder groot knelpunt dan in het verleden. Desondanks blijven de biorationals Azatin en BotaniGard vaste waarden binnen de geïntegreerde teelt. Behalve trips pakken zij ook andere insecten mee. Die brede werking houdt de plaagdruk significant lager, meent teler Patrick van Uffelen.

Veel chrysantentelers stapten de afgelopen jaren over op de roofmijt montdorensis, die trips zeer effectief kan bestrijden. Patrick van Uffelen van Uffelen Flowers heeft daar bewust niet voor gekozen. “De ervaring leert dat we in dit gebied in de zomer makkelijk mineervlieg en wantsen binnen krijgen. Daar houden we rekening mee met onze strategie. Het is belangrijk om het gewas te blijven beschermen met groene chemie. Een systeem met kweekzakjes past daar beter bij, omdat daar er telkens weer roofmijten uitlopen. Daarom gebruiken wij Bugline cucumeris linten en spuiten wij regelmatig Azatin of NeemAzal tegen tripslarven. BotaniGard werkt goed tegen volwassen trips en de larven van wantsen. Bij hoge plaagdruk is dat heel welkom.”

Roofmijtenleger op sterkte houden

Van Uffelen Flowers omvat twee teeltlocaties met 7,9 en 4,6 ha troschrysanten. Samen met twee neven runt Patrick het bedrijf, dat is aangesloten bij telersvereniging Zentoo. “Roofmijten vormen de basis van onze gewasbescherming”, zegt de teler tegen Lianne van Wijk van Certis en gewasbeschermingsspecialist Dennis Ammerlaan van Iperen. “Na het planten en voospuiten trekken we in de derde week de cucumerislinten in het gewas. We voeren de roofmijten vier tot vijf keer per teelt bij om het leger op sterkte te houden. Trips blijft toch de voornaamste bedreiging.”

Blokbehandeling geeft opbouweffect

In die derde week start ook het spuitschema met Azatin en/of NeemAzal. Beide producten werken op basis van neemextract. Van Wijk: “Azatin is iets zachter en kun je ook toepassen in een bloeiend gewas. De beste resultaten krijg je bij een blokbehandeling van vier wekelijkse bespuitingen, waardoor de concentratie werkzame stof in het gewas geleidelijk oploopt. Dit opbouweffect verbetert ook de nevenwerking tegen wantsen, mineervlieg en luizen. Daarna moet je 42 dagen wegblijven.”
Vanwege de beperkingen op de etiketten heb je beide middelen nodig, vat Ammerlaan samen. “Afhankelijk van de teeltduur en plaagdruk moet je ze per teelt vier tot zes keer toepassen. In de laatste teeltweek volgt dan het chemisch afspuiten.”

Middelenverbruik omlaag

Ondanks de blijvende noodzaak van chemisch corrigeren, zegt Van Uffelen dat hij het middelenverbruik in de afgelopen jaren aanzienlijk heeft teruggebracht. “Dat schrijf ik deels toe aan onze nieuwe werkwijze, waarin we zelf scouten en de resultaten wekelijks doorgeven aan Van Iperen. Die brengt een dag later rapport uit en om de week is er persoonlijk contact. We zijn nu kritischer en alerter dan in het verleden, toen we nog niet zelf scoutten. Daarnaast staat de geïntegreerde bestrijding nu zo goed op de rails, dat we de plagen structureel beter kunnen beheersen dan in het verleden. Dat geeft rust.”





Gerelateerd