We zien de bodem van de gereedschapskist met gewasbeschermingsmiddelen de laatste jaren steeds meer in zicht komen. De druk op teelten neemt toe, het aantal beschikbare middelen daalt, en tegelijkertijd wordt van de sector verwacht dat zij continu blijft innoveren en geïntegreerde teeltsystemen verder doorontwikkelt.

Eén ding is duidelijk: Europa loopt voorop in het afbouwen van synthetische oplossingen, maar blijft achter bij de toelating van biocontrol-middelen. Terwijl landen buiten de EU binnen enkele jaren nieuwe biocontrol‑middelen beschikbaar hebben, moeten Europese telers soms meer dan tien jaar wachten. Telers moeten echter wél kunnen blijven bijsturen met synthetische middelen als dit noodzakelijk is. Je kunt niet verwachten dat de sector verder verduurzaamt en ICM aanpakken doorontwikkelt als correctiemiddelen met de huidige snelheid verdwijnen.

Modernisering toelatingsprocedure

Eind 2025 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor het vereenvoudigen en versterken van de Europese regelgeving over voedsel- en diervoederveiligheid. Dit voorstel − het ‘Omnibus-voorstel’ − bevat aanpassingen van de verordeningen voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Daarmee maakt de Europese Commissie werk van de modernisering van de toelatingsprocedure en zijn ze met een voorstel gekomen om het registratiesysteem sneller, slimmer en flexibeler te maken.
Het huidige systeem loopt vast. De voorgestelde wijzigingen verlagen de veiligheid niet, maar verminderen bureaucratie en complexiteit. Dat is geen bedreiging voor mens of milieu, zoals soms wordt gesuggereerd, maar juist een kans om telers tijdig van het juiste gereedschap te voorzien.

Nieuwe aanpak herbeoordelingen

Ook de nieuwe aanpak voor herbeoordelingen is noodzakelijk. Nu worden middelen standaard elke zeven, tien of vijftien jaar opnieuw beoordeeld. De Commissie stelt voor om alleen dan een herbeoordeling uit te voeren wanneer daar aanleiding voor is. Een uitzondering geldt voor stoffen die zijn aangemerkt als ‘candidates for substitution’; deze blijven elke zeven jaar in het herbeoordelingssysteem. Voor overige stoffen wordt een herregistratieproces alleen gestart wanneer nieuwe beoordelingsmethoden worden ingevoerd of wanneer nieuwe wetenschappelijke inzichten dat noodzakelijk maken.

Toekomstgericht registratiesysteem

Daarnaast is er al veel bereikt met robuuste teeltsystemen. In 2024 daalde het middelengebruik met meer dan 22%, ondanks een extreem nat en ziekterijk jaar. Nederland loopt voorop in Europa. Dat is geen toeval: er wordt geïnvesteerd in geïntegreerde gewasbescherming en geïntegreerde teeltsystemen, kennis en innovatie. Maar vakmanschap heeft ondersteuning nodig: snellere toelating van zowel synthetische middelen als biocontrol-middelen, een keten die duurzame keuzes waardeert en beloont, en politiek die uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen.
Laten we het Omnibusvoorstel daarom breed omarmen als basis voor een flexibel, toekomstgericht en robuust registratiesysteem. Snelheid en actie is geboden. Alleen dan kunnen Nederland en andere Europese landen voedsel blijven produceren, zonder afhankelijk te raken van landen buiten de EU of van weersomstandigheden waarop we niet meer kunnen anticiperen.

Tekst: Jolanda Wijsmuller, Biopesticide Consult