Na mijn vorige column over de perikelen tussen Nederland en Italië over de coronabonds, merk ik dat er ook in de tuinbouw verschil begint te ontstaan, zowel in Europa als in Nederland. Daarbij gaat iedereen op zijn eigen manier met de enorme stress om. Niemand kan zich verstoppen en het is af en toe verassend om te zien dat sommige mensen anders reageren dan dat je zou verwachten.

Dat de coronacrisis veel teweeg brengt is een understatement. Zo heeft iedereen ermee te maken, uiteraard in negatieve zin, maar voor sommigen ook op een positieve manier. Want na de sombere maand maart, toen de lockdown van start ging, gaat het in de maand april juist weer de goede kant op.

Het beleveren van retailketens met seizoensproduct vinden wij topsport en niet altijd eenvoudig. Als ik hoor dat sommige telers nu ineens de retail willen beleveren, dan geeft mij dat een beetje gefronste wenkbrauwen. In dit marktsegment staat er altijd druk op de ketel door de grillige afzet, het veranderlijke weer, kopieergedrag en (te) lage marges. Maar uiteraard is iedereen welkom, want je kunt veel over de retail zeggen, maar ze is over het algemeen heel gastvrij.

Los van de manier waarop wijzelf deze periode door gaan komen is collectieve solidariteit op zijn plaats. Net als Sjaak van der Tak geloof ik er in dat iedere teler en ondernemer zijn eigen plek in de markt verdiend. Ook degenen die ons in de weg zitten of willen zitten. Er komt een periode na de crisis en dan hebben we een sterk collectief nodig met een breed assortiment om de Nederlandse tuinbouw als internationale draaischijf sterk en aantrekkelijk te houden. In andere landen wordt met argusogen gekeken naar de manier hoe de Nederlandse telers worden geholpen met een noodfonds. Zij vrezen voor hun eigen positie na de crisis. Daarin wijst Van der Tak ons de weg, want alleen samen komen we deze crisis door.

Dieter Baas, perkplantenteler in Ens