Fruitbedrijf Van Beusichem teelt dit jaar voor het eerst het aardbeienras Sonrosa, een nieuw ras uit zaad. De ervaringen zijn tot nu toe positief, zegt Louise van Beusichem. “Het ras geeft een zeer stabiele productie: we zien geen pieken en geen dipjes in de opbrengst. Ook zijn we tevreden over kwaliteit en smaak.”
Het nieuwe ras werd op 2 juli geplant in een kas van 4.000 m², acht planten per m², aldus Van Beusichem. “We waren op zoek naar een ander soort, als aanvulling op de rassen Elsanta, Favori, Fandango en Sonsation. In deze kas telen we van eind december tot half juni Fandango. Daarna ruimen we de aardbeienplanten. Normaal pootten we dan Elsanta als najaarsteelt, van half augustus tot begin december. In die korte periode oogsten we echter niet de kilo’s die we graag willen hebben.”
Goede kwaliteit vruchten
Afzetorganisatie FruitMasters adviseerde de aardbeientelers om het nieuwe ras Sonrosa uit te proberen, een hybride aardbei van veredelaar Limgroup (Limore One). Dit ras geeft na ongeveer drie weken in de kas al de eerste aardbeien, aldus Van Beusichem. “We plukken tot nu toe kwalitatief goede aardbeien, weinig klasse 2. Ze zijn mooi aan de maat en hebben de warme zomerperiode goed doorstaan. De smaak was tijdelijk iets minder, maar is inmiddels weer prima. We vinden de smaak van onze producten heel belangrijk. Het is lastig te zeggen wat daar de oorzaak van is geweest.”
Een nadeel van het ras is dat het meeldauwgevoelig is, aldus de aardbeienteler, die samen met haar ouders, vriend en zus een fruitbedrijf in Eck en Wiel heeft, een klein dorp in de Betuwe. “Dat betekent dat je de bespuitingen tegen meeldauw goed moet bijhouden. Daarnaast staat de zwavelverdamper iedere nacht aan. Gelukkig hebben we de schimmelziekte buiten de deur weten te houden, maar het blijft een punt van aandacht. Voor andere ziekten en plagen is de aardbei niet heel gevoelig.”
Stabiele productie
Volgens Van Beusichem onderscheidt Sonrosa zich door een stabiele productie. De telers hebben geen dipjes, maar ook geen pieken in de opbrengst gezien. “Dat is een groot voordeel ten opzichte van Elsanta. We hebben van juli tot en met september al meer kilogrammen geoogst dan normaal in een hele najaarsteelt met Elsanta. Uiteindelijk moeten we er wel geld mee verdienen.”
De aardbeien staan tot half november in de kas. Eind december wordt weer met de teelt van Fandango begonnen.
Minder spuiten
Het fruitbedrijf houdt zich sinds 1998 ook bezig met het opkweken van uitgangsmateriaal. Er worden jaarlijks zo’n 350.000 aardbeienplanten geproduceerd voor eigen gebruik en voor collega-telers. “Het is de eerste keer dat we aardbeien uit zaad telen. Als je iets nieuws probeert, brengt dat altijd risico’s met zich mee. Er wordt gezegd dat dit ras veel kilogrammen geeft, maar dat moet je eerst zelf ervaren”, stelt Van Beusichem.
Toch spreekt het concept haar aan. “De plantjes komen niet buiten op het trayveld te staan. Dit gebeurt normaal wel met de stekjes die op het trayveld uitgroeien tot aardbeienplanten. Je hoeft minder te spuiten. Dat is een goede ontwikkeling en dat is de richting die we op willen. We proberen op ons fruitbedrijf zo weinig mogelijk chemische middelen te gebruiken en zetten waar het kan biologie in. Dit concept moet zich nog bewijzen, maar de eerste ervaringen zijn positief. Het ras zou zeker toekomst kunnen hebben.”
De prijzen schommelen enorm
Van Beusichem ziet wat de markt betreft een grillig aardbeienjaar. De prijzen schommelen enorm, terwijl die vorig jaar juist heel stabiel waren. “Waar dat precies aan ligt, weten we niet. Wij telen onbelicht, eind december is de teelt klaar. Dan starten we begin maart weer met het oogsten van de nieuwe aardbeien.”
Tekst: Annemarie Gerbrandy










