Jarenlang kampte Greenbrothers in Zevenbergen met problemen en productieverlies als gevolg van Agrobacterium rhizogenes. Om het tij te keren, investeerden de auberginetelers in een speciale ontsmetter. Deze installatie ontsmet het drainwater door middel van ultrafiltratie. De aanpak werpt zijn vruchten af: de ziektedruk in de kas is lager, de ondernemers hoeven minder middelen in te zetten om hun watersysteem schoon te houden én de energiekosten vallen lager uit.

Ontsmetting van drainwater is een must; dit retourwater kan immers virussen, bacteriën, schimmels en andere ziekteverwekkers bevatten. Greenbrothers in Zevenbergen zette jarenlang UV-lampen in om het drainwater te ontsmetten. “Het drainwater stroomde eerst door een zandfilter en vervolgens langs de lampen. Onder invloed van het UV-licht werden ziekteverwekkers gedood”, legt Frank Groenewegen uit. Hij staat samen met zijn broer Ben aan het roer van het bedrijf, dat inmiddels 16 ha telt.
“Deze aanpak werkte lange tijd goed. Maar de laatste jaren kregen we meer en meer te stellen met Agrobacterium rhizogenes. Deze bacterie, die een groot probleem vormt in de aubergineteelt, kan onder meer leiden tot overmatige wortelgroei, een vegetatief groeiend gewas en een lagere productie. Bij flinke aantastingen was sprake van productieverliezen tot wel tien procent.”

Biofilm als voedingsbodem

De geschetste bacterieproblemen dwongen de ondernemer om te gaan nadenken over een andere ontsmettingsmethode. “Een groot deel van het jaar konden we Agrobacterium rhizogenes wel onder controle houden, maar vooral in de zomer liep het fout. Dan geven we meer water en ging er dus ook meer water langs de UV-lampen. Dit was wellicht meer dan het systeem aankon.”
Het grootste probleem lag volgens Groenewegen in het feit dat het zandfilter alleen de vrij grove deeltjes uit het water filterde. “Het ging om deeltjes tot 40 micron. Een heleboel vervuiling kwam er dus wel nog doorheen, en die vormde uiteindelijk een biofilm in het watersysteem. Deze was een perfecte voedingsbodem voor bacteriën. Om dit probleem te tackelen, was een andere, fijnere manier van filteren noodzakelijk.”

Uitfilteren in plaats van doden

De broers gingen met Moor Filtertechniek (onderdeel van Van der Ende Groep) om tafel om te kijken wat de beste aanpak was. Zo ontstond het idee om aan de slag te gaan met ultrafiltratie. “Deze filtertechniek werd al enkele jaren toegepast als voorfiltratie bij andere technieken”, vertelt Ruud Schulte, manager Waterbehandeling bij de leverancier. “Greenbrothers was één van onze eerste Nederlandse klanten die de techniek ging inzetten als hoofdfiltratie. Wel was al ruimschoots ervaring opgedaan bij een bedrijf in Duitsland. Begin 2020 plaatste installateur Enthoven Techniek, bij wijze van proef, een Kathari-installatie met een capaciteit van 8 kuub per uur bij de teler.”

Ziekteverwekkers verwijderen

De installatie werkt dus op basis van ultrafiltratie: een proces waarbij met behulp van waterdruk en membranen verschillende stoffen van elkaar worden gescheiden. “Het vuile drainwater wordt door de membranen geperst, maar grotere elementen in het water – denk aan virussen, schimmels, bacteriën – en zwevende vaste stoffen worden tegengehouden en afgevoerd. Het grote verschil met veel andere zuiveringsmethoden, bijvoorbeeld oxiderende technieken, is dat de ziekteverwekkers niet worden gedood, maar fysiek worden verwijderd. Hierdoor blijven er sowieso minder deeltjes achter in het water, terwijl de aanwezige voedingsstoffen intact blijven. Daarbij is de werking van de installatie ongevoelig voor de troebelheid van het water, de T10-waarde.”
Groenewegen geeft aan dat de ultrafiltratie daarnaast fijnere deeltjes uit het water filtert. “Voor de ultrafiltratie zit een bandfilter, die de grovere deeltjes eruit haalt. Met de ultrafiltratie filteren we deeltjes tot 0,02 micron uit het drainwater. Het water wordt dus echt heel schoon.”

Volledig over op ultrafiltratie

De testinstallatie, die werd ingezet om het drainwater op een deel van het bedrijf te ontsmetten, liet vanaf dag één positieve resultaten zien. De aubergineteler: “Vanaf het moment dat de installatie werd aangezet, hoorde de biofilm in de leidingen en daarmee de bacterieproblemen tot het verleden”, zegt de ondernemer.
“Na een jaar was ik eigenlijk al overtuigd van de werking van het systeem. Maar omdat we hadden gepland om in 2021 ons hele watersysteem op de schop te nemen, besloot ik nog een jaar te wachten met een volledige switch naar ultrafiltratie. In mei vorig jaar gingen we uiteindelijk helemaal ‘om’, als eerste tuinbouwbedrijf in Nederland. In onze nieuwe waterruimte staat nu een installatie met een capaciteit van 42 kuub per uur. Daarmee kunnen we het drainwater van ons hele bedrijf filteren. De proefinstallatie is ook nog steeds in gebruik: deze zetten we in een kleinere kas in, die niet is aangesloten op de centrale waterruimte.”

Minder inzet waterstofperoxide

Een lagere ziektedruk is volgens Groenewegen nog steeds het grootste voordeel van de filtertechniek. Daarnaast leidt Agrobacterium rhizogenes niet meer tot problemen. Verder hoeft de aubergineteler minder reinigingsmiddelen mee te druppelen, om zijn watersysteem schoon te houden.
Voorheen zette hij regelmatig gestabiliseerde waterstofperoxide in, om het systeem vrij te houden van de gevreesde biofilm. “Afgelopen zomer gebruikte ik nog de helft van de gebruikelijke hoeveelheid waterstofperoxide, deze winter wil ik teruggaan naar een derde en uiteindelijk naar tien procent. En misschien hoef ik uiteindelijk helemaal geen waterstofperoxide meer in te zetten, maar ik vind het nog wat eng om dit helemaal los te laten. Minder inzet van dit middel betekent een flinke kostenbesparing: eerst waren we op jaarbasis namelijk zo’n 20.000 euro kwijt aan dit reinigingsmiddel.”

Lager elektriciteitsverbruik

Een ander voordeel is dat Groenewegen nu minder frequent hoeft te spuien. “Voorheen spoelden we het systeem nog regelmatig door, om vorming van biofilm te voorkomen. Voorlopig spuien we nog wel preventief, maar minder vaak dan voorheen.”
Daarnaast kost het ontsmetten van het drainwater minder elektriciteit dan voorheen: de teler ziet dat hij duidelijk minder stroom nodig heeft. “Er is alleen nog elektriciteit nodig om het drainwater door de membranen te persen. Het lagere stroomverbruik is ook een belangrijk voordeel, zeker met de huidige energieprijzen. En niet te vergeten: de Kathari is het meest stille apparaat in de waterruimte. Ook dat is prettig.”
Per saldo is de teler dus goedkoper uit dan bij de inzet van UV-lampen. “Qua investering is ultrafiltratie namelijk vergelijkbaar met lagedruk-UV-ontsmetting. Het is nog wel even afwachten hoe vaak we de membranen moeten vervangen, maar ik verwacht dat deze toch wel een jaar of tien mee zullen kunnen.”

Specialist raadplegen

Nadelen aan de filtertechniek heeft de ondernemer nog niet kunnen ontdekken. Wel geeft hij aan dat het goed is om kritisch te kijken op welke plek in het watersysteem de installatie het beste kan worden ingezet. “We hebben recent ook nog een bandfilter met UV-ontsmetter aangeschaft, om het regenwater uit ons bassin te ontsmetten voordat dit de tuin ingaat. Aangezien het uitfilteren van hele fijne vuildeeltjes hier niet nodig is, kozen we voor deze lampen.”
Welke techniek het beste past op een bepaalde plek in het watersysteem, is volgens Groenewegen vooral afhankelijk van het watervolume en het type vervuiling. “Je moet als teler een specialist in de arm nemen om wat dit betreft de juiste keuzes te kunnen maken. Maar samenvattend geeft de ultrafiltratie ons zonder twijfel meer grip op de kwaliteit van het gietwater. Dat is veel waard en biedt rust.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Marcel Otterspeer