Het opwerken van vloeibare digestaat uit een mestverwerkingsinstallatie tot bruikbare vloeibare meststof voor de substraatteelt is een mooie stap in verduurzaming. Met het innovatieve productieproces Greenswitch in Hardenberg wordt deze circulaire, organische meststof momenteel gerealiseerd. “We zijn enorm opgeschoten. Het was een spannend traject, maar we staan nu aan de vooravond van een constante productiestroom”, aldus Marc van Oers.

Met het winnen van de HortiContact Innovatie Award 2021 heeft Greenswitch deze week de eerste waardering binnen voor de inspanningen om tot een circulaire vloeibare meststof te komen. In het procedé, dat is ontwikkeld door Van Iperen International samen met het Amerikaanse bedrijf Pure Green, wordt dierlijke mest omgezet tot hoogwaardige tuinbouwmeststoffen. Het vloeibare digestaat dat als een nauwelijks bruikbaar ‘eindproduct’ achterblijft uit een biogasvergister vormt het uitgangsmateriaal voor het productieproces.
“Dit is een methode waarmee we in een aantal innovatieve processtappen ammoniumstikstof uit mest kunnen strippen en omzetten naar een hoogwaardige vloeibare nitraatmeststof van organische oorsprong. Deze is geschikt voor substraatteelt, fertigatie en bladbemesting”, vertelt innovatiedirecteur Marc van Oers.

Heldere oplossing

De methode is een nagenoeg CO2-neutraal proces dat de traditioneel geproduceerde nitraatmeststoffen kan vervangen. Centraal hierin staat een bioreactor, waarin een ammoniumoplossing wordt omgezet tot nitraatstikstof met behulp van nitrificerende bacteriën (zie ook Onder Glas van mei 2021).
De belofte dat er een bruin goedje het gesloten circuit ingaat en een kristalheldere, geurloze meststof uitkomt is inmiddels ingelost. “Sinds anderhalve week draait het stabiliseren van de ammonium en inmiddels hebben we de eerste partij geproduceerd. Deze kaliumnitraat staat nu in IBC-vaten opgeslagen. Dit is inderdaad het gewenste heldere product met de juiste specificaties. We laten het nog wel een paar weken staan om te zien of het zijn helderheid behoudt.”

Testen

Tijdens de testperiode was de meststof aanvankelijk melkachtig van kleur, dat is intussen gecorrigeerd. Van Oers: “Het is een van de dingen waar we tegenaan zijn gelopen bij deze innovatie. Zo’n traject is ontzettend spannend, maar ik kan wel zeggen dat we enorm zijn opgeschoten en aan de vooravond staan van een constante productie. De komende weken gaan we leveren aan de markt.”
De laatste tijd is hard gewerkt aan het testen, samen met de procesoperators van Pure Green die zijn overgekomen naar Nederland en de analisten van zusterbedrijf Euroliquids, dat de kwaliteitsanalyse en -controles doet.
“Het borgen van alle kwaliteitsnormen in een kwaliteitsprotocol is net zo belangrijk als het eindproduct zelf. Je hebt dat nodig bij het beleveren van de hoogwaardige glastuinbouw die op substraat teelt. De samenstelling van de meststoffen luistert ontzettend nauw”, licht de innovatiedirecteur toe.

Aandacht

Na de recente publicatie in Onder Glas kwamen de nodige reacties uit de glastuinbouw los. Diverse telers hebben interesse om te komen kijken naar de productie-unit in Hardenberg. “De eerste gebruiker van onze meststof wordt Hoogeveen Plants in Hazerswoude, waarmee we al langer contact hebben. Maar er zijn ook al andere orders geplaatst, zowel vanuit Nederland als het buitenland.”
Van Iperen wil de nieuwe techniek daarna geleidelijk verder wereldkundig maken. Zo lopen er gesprekken met NCM (Nederlands Centrum voor Mestopwaardering) en LTO Nederland. “Ook gaan we praten met politici, want we willen duidelijk maken dat deze circulaire meststoffenproductie kan bijdragen aan de oplossing van het stikstofprobleem.”

Tekst: Koen van Wijk