Het afgelopen jaar kreeg Eurofins Agro veel verschillende zieke gewassen ingestuurd voor laboratoriumonderzoek. Daaronder tomaat met ToBRFV-virus, komkommer met komkommerbontvirus en verschillende sierteeltgewassen, andere glasgroenten en kleinfruit met begoniamijt. Na de diagnose van een aantal voorbeelden volgt advies over herkennen van symptomen en wat de teler moet doen bij een besmetting.  

1. Tomaat – ToBRFV

Tomato Brown Rugose Fruit Virus (ToBRFV) is in 2019 in Nederland voor het eerst aangetroffen. Het is een zeer besmettelijk virus en behoort tot de Tobamovirussen. Sinds november 2019 heeft het virus een Q-status gekregen. Er bestaan nog geen resistente tomatenrassen voor.
De symptomen die het veroorzaakt in de tomatenplanten zijn divers. De bladeren in de top kunnen donker en licht groen gevlekt zijn. De jonge groene vruchten vertonen bruine plekjes. De kleuring van rijpende vruchten kunnen gevlekt zijn, rood- roze- groen of zelfs bruin, het oppervlak is soms onregelmatig.
Bij constateren van het virus op het bedrijf, wordt het bedrijf besmet verklaard. De goede vruchten mag een teler wel verkopen. Na de teelt moet hij alles volgens een hygiëneprotocol ontsmetten.

Tomaat – ToBRFV

Lisianthus – Fusarium solani

2. Lisianthus – Fusarium solani

Fusarium is een vrij algemeen voorkomende schimmel in de bodem, maar lang niet al deze schimmels zijn een ziekteverwekker. Fusarium solani is een schadelijke soort die voet- en wortelrot kan veroorzaken.
Microscopisch is deze schimmel makkelijk herkenbaar aan de sporen, die vaak al zichtbaar aanwezig zijn in het aangetaste materiaal.
Fusarium is moeilijk te bestrijden. Ze vormen chlamydosporen die lang kunnen overleven in besmet plantmateriaal en grond. Met micro- en macrosporen kan Fusarium zich gemakkelijk via het water verspreiden. Het is belangrijk om van onderaf water te geven en zo spatwater te voorkomen.

3. Monstera – roest

Roesten zijn schimmels die alleen kunnen ontwikkelen op levende waardplanten. Ze zijn herkenbaar aan hun roestachtig gekleurde vruchtlichamen en zijn vaak gewasspecifiek. Ze veroorzaken meestal lokale infecties waarbij infectie plaatsvindt via de huidmondjes.
Eén van de bekendste roesten is Puccinia graminis, ook wel de zwarte graanroest genoemd. Deze roest heeft twee waardplanten nodig (tweehuizig) om zijn volledige cyclus met vijf verschillende typen sporen te volbrengen. Op deze foto zijn vruchtlichamen met urediniosporen zichtbaar van Puccinia paullula op de kamerplant Monstera. In 2019 hebben we meerdere planten ontvangen met verschillende roesten. Een zeer veel voorkomende roest is Puccinia malvacearum op stokroos.

Monstera roest

Aloë Vera – trips

4. Aloë vera – trips

Trips kan zuigschade veroorzaken in planten. De schade door trips in Aloë is duidelijk te zien aan de vage kleuring en bruine plekken op de bladeren. De uitwerpselen van de trips zijn als donkere druppeltjes zichtbaar op de bladeren.
Enkele tripssoorten zijn in staat virus over te dragen, zoals het Tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV) en Impatiëns-vlekkenvirus (INSV).
Door transport van planten over de hele wereld, kunnen nieuwe soorten in ons land geïntroduceerd worden. Zeer recent hebben we de exotische tripssoort Hercinothrips aethiopiae in Nederland in Aloë gevonden. Deze tripssoort, uit Afrika, kan zich blijkbaar in Nederlandse kassen handhaven.

5. Komkommer – komkommerbontvirus (CGMMV)

Het kommerbontvirus behoort tot de Tobamovirussen en is zeer besmettelijk. Het is lastig om van het virus af te komen. Bij een besmetting is het van belang de betreffende planten en de aangrenzende planten zo snel mogelijk op een verantwoorde manier te verwijderen om verdere verspreiding te voorkomen.
Het virus kan met besmet zaad, via water, maar ook mechanisch en dus door gewashandelingen gemakkelijk verspreid worden. Daarnaast kan het virus op allerlei oppervlakten achterblijven en overleven.
In het groeipunt van de plant zijn vaak duidelijke symptomen zichtbaar. De bladeren hebben een spits uiterlijk en zijn donker en licht groen gevlekt. De bladranden zijn soms licht en de nerven donkergroen gekleurd. De bladeren kunnen bobbels vertonen. De oudere bladeren en vruchten vertonen geen of nauwelijks symptomen, maar bevatten wel het virus.

Komkommer – komkommerbontvirus (CGMMV)

Tomaat – wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.)

6. Tomaat – wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.)

In grondteelten in de kas kunnen wortelknobbelaaltjes problemen veroorzaken. Er bestaan verschillende Meloidogyne soorten en elke soort heeft zijn eigen (brede) waardplantenreeks. In de Nederlandse kassen kunnen tropische soorten van het aaltje voorkomen.
Een kenmerk in een gewas voor de aantasting door Meloidogyne zijn de wortelknobbels die gevormd worden. De vorm van de knobbel is afhankelijk van de soort en het gewas. De Meloidogyne vrouwtjes zetten hun eitjes af buiten het lichaam in een eipakket. De kop van het vrouwtje zit in de wortel vast. Het eipakket is vaak op de knobbel zichtbaar als een glimmend wit bolletje. Eén vrouwtje kan veel eitjes afzetten.
De eitjes in het eipakket kunnen zich in verschillende stadia bevinden. Het J2 stadium verlaat het ei en gaat op zoek naar een wortel. In de wortel stimuleert het de plant tot het maken van reuzencellen/voedingscellen, het plantenweefsel rondom deze cellen zwelt op en vormt de knobbels. De aaltjes worden niet uit het ei gelokt door wortelexudaten, maar door de juiste temperatuur en vochtigheid van de grond.
Is de beginpopulatie bij een nieuwe teelt hoog, dan kan onder andere het wegvallen van planten ontstaan of groeiachterstand. Om de populatie van het aaltje naar beneden te krijgen is soms alleen stomen van de grond nog een optie.

7. Substraat – Peziza (Chromelosporium spp.)

Peziza is een saprotrofe schimmel die leeft van dood organisch materiaal en is niet plantparasitair. De schimmel wordt ook bekerzwam genoemd omdat de vruchtlichamen, in de vorm van kommen op het substraat liggen, de teleomorph of seksuele fase van Peziza spp.
De anamorphe of aseksuele fase van Peziza, Chromelosporium spp, is eerst wit en later kaneelkleurig en zichtbaar op het grondoppervlak of langs de buitenzijden van de potgrond of het substraat. De schimmeldraden groeien bij voorkeur in voedselrijk substraat op basis van houtsnippers, compost en ander strooisel.
Microscopisch is de schimmel goed herkenbaar in de vorm van een ‘palmboom’, met heel veel conidiosporen aan de conidiphoren. De sporen verspreiden zich gemakkelijk via wind, luchtverplaatsing en spatwater.

Door de vele sporen die gevormd worden raakt het oppervlak van de potgrond erg snel dicht begroeid. Jonge plantjes zullen last ondervinden van deze schimmelmat. Daarnaast is er een economische schade door de groei van de schimmel op de potgrond. Hygiëne is erg belangrijk en verwijder zorgvuldig de potten met schimmelgroei om verspreiding te voorkomen.

Substraat – Peziza (Chromelosporium spp.)

Begoniamijt (Polyphagotarsonemus latus)

8. Begoniamijt (Polyphagotarsonemus latus)

De begoniamijt is gemakkelijk te herkennen aan de witte vlek op de rug en de eitjes aan de witte stipjes. De begoniamijt veroorzaakt schade in verschillende gewassen, zoals siergewassen, glasgroenten en ook in kleinfruit, zoals braam.
De aantasting vindt voornamelijk plaats in de jongste delen van de planten, bloemknoppen en onder kelkslippen van vruchten. Tijdens het zuigen worden stoffen afgescheiden, waardoor groeiafwijkingen ontstaan. Op vruchten ontstaat craquelé, omdat aangeprikte cellen niet meer meegroeien. Bloemen kunnen zwarte meeldraden krijgen of vertonen verkleuring. Bladeren gaan omkrullen, raken misvormd of worden bruin.
Begoniamijt houdt van hoge RV 75-90%, bij 20ºC en RV 90% is de vermeerdering optimaal. Inzet van biologische bestrijders op het juiste moment kan vaak schade voorkomen. Bij een grote aanwezige populatie is chemische bestrijding bijna onoverkomelijk.

Tekst en beeld: Ester Dekkers, Trudie Coenen en Mario Bentvelsen