In september stelde Botany in Meterik haar deuren open voor telers om uitgevoerde aansluitproeven te komen bekijken. Paprikaspecialist John van de Pasch blikt terug op een geslaagd evenement, waarin telers kennismaakten met nieuwe middelen en rechtstreeks contact hadden met fabrikanten. “We hebben van beide kanten veel positieve reacties gekregen, het zou best eens een blijvertje kunnen zijn.”

In West-Nederland zijn de jaarlijkse Gewasbeschermingsdagen van fabrikanten en WHC/Demokwekerij Westland (Vertify) een begrip. Met de aansluitproeven bieden Mertens en Botany een laagdrempelig platform waar fabrikanten en telers elkaar treffen. Informatie- en kennisdeling zijn daarbij belangrijke facetten. De resultaten worden openbaar gepresenteerd. Het voorziet in een groeiende behoefte, want de problematiek rond gewasbescherming lijkt alleen maar groter te worden.
“Voor een middagje proeven kijken rijdt een teler niet snel naar de andere kant van het land”, zegt John van de Pasch van Mertens. “In deze proeven demonstreren we op een laagdrempelige manier voor verschillende knelpunten wat nieuwe middelen kunnen betekenen en lichten we toe hoe ze werken. Veel telers zitten om die kennis verlegen.”

Eigen opzet

De opzet wijkt iets af van het evenement in het westen. Daar voeren fabrikanten hun eigen proeven uit en vormen adviseurs de primaire doelgroep, gevolgd door telers. Voor de aansluitproeven kunnen fabrikanten zich aanmelden en doen de betrokken partijen het werk. Afhankelijk van de gekozen gewassen en knelpunten zal de deelname variëren. Afgezien van het eigen adviesteam mikt Mertens primair op telers. De proeven in de eerste reeks (begin augustus – begin september) hadden betrekking op wittevlieg in tomaat, trips in chrysant en groene perzikluis in paprika. Vervolgens kwam echte meeldauw in aardbei en komkommer aan bod.

Groene perzikluis in paprika

Voor Van de Pasch en zijn klanten lijkt de groene perzikluis een hoofdpijndossier te worden. Door het wegvallen van dikwijls goed werkende chemische middelen moeten er nieuwe strategieën worden uitgewerkt, waarin nieuwe, overwegend groene middelen een grotere rol krijgen toebedeeld. Daar moet in veel gevallen nog ervaring mee worden opgebouwd en zelfs dan zijn er geen garanties, zeker niet wanneer de omstandigheden de luis in de kaart spelen.
“Een rijdende luizentrein is moeilijk te stoppen, ook niet door ons”, erkent de gewasspecialist. “Je moet er van meet af aan goed opzitten met biologie en ondersteunende middelen die daarbij passen. Dat vereist meer kennis en inzicht in strategieën en middelen. Die hebben allemaal hun eigen verhaal en werkwijze. In de proeven laten we daar iets van zien. Minstens zo belangrijk is dat we telers aan het denken zetten en op nieuwe ideeën brengen, die ze dit seizoen in praktijk kunnen brengen. Het rechtstreekse contact tussen telers en fabrikanten draagt daar ook aan bij. Dat kon je echt merken.”

Nieuwe mogelijkheden

De praktijkproeven, die aansluiten op de proeven die fabrikanten zelf doen in het toelatingstraject, resulteren dus niet altijd in pasklare oplossingen, maar wijzen wel op nieuwe mogelijkheden (en beperkingen). Ze brengen discussie op gang en leiden over en weer tot meer begrip over onder andere toepassingsmomenten, de gecombineerde inzet van middelen, afwisselen (of het gebrek daaraan), toepassingstechniek en praktische beperkingen in praktijksituaties.

Vroeg beginnen

“In vier weken tijd kun je onmogelijk alles laten zien”, erkent de paprikaspecialist. “De aansluitproeven zijn en blijven een momentopname, want elk seizoen en ieder middel heeft zijn mogelijkheden en beperkingen. Wij merken wel dat veel telers er echt iets van opsteken en nu meer open staan voor alternatieven waarmee ze straks kunnen of moeten werken. Of we de groene perzikluis daarmee jaarrond onder controle kunnen krijgen, valt nog te bezien. Dat zal bij de een beter lukken dan bij de ander en mede afhangen van de omstandigheden. Vroeg in actie komen met een geïntegreerde aanpak en blijven nadenken over mogelijke consequenties van een correctie is hoe dan ook essentieel.”

Tekst: Jan van Staalduinen, beeld Wilma Slegers