Een perfecte chrysant telen is niet eenvoudig, weten ze in Bleiswijk. Maar ja, wat wil je? Chrysantentelers dragen een schat aan ervaring mee, die niet makkelijk is te evenaren. Toch is het bijzonder dat twee jaar onderzoek al zoveel informatie heeft opgeleverd, niet in de laatste plaats vanwege de enorme energiebesparing die is behaald. Iedere teelt gaat het een stukje beter, vinden de proefnemers.
Op 22 augustus ging de achtste teeltronde van start binnen het project ‘De Perfecte Chrysant’. Bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk begint de routine er wat in te komen, vertelt teeltmanager Rick van der Burg. Net als in eerdere teelten is het hoofdras Baltica, ditmaal aangevuld met negen rassen van verschillende veredelaars. Samen met Marcel Raaphorst, onderzoeker bij Wageningen University & Research en bemestingsspecialist Willem Verkade van Horticoop bespreekt hij de laatste resultaten.
Generatief
Na zeven afgeronde teelten is de algemene tendens dat de chrysanten eerder generatief dan vegetatief groeiden in deze afdeling. “Met name de derde teelt viel tegen door een te lange periode van droogte bij de start”, vertelt Raaphorst. “Sindsdien hebben we er alles aan gedaan om meer groei in het gewas te krijgen en dat is gelukt.”
Nog steeds is niet precies bekend wat nu de oorzaak is van de generatieve groei, hoewel iedereen aanneemt dat de luchtbeweging van de acht OPAC’s kleiner blad geeft. Sindsdien zijn twee van de acht luchtbehandelingskasten uitgezet. In de zomer is dus gekoeld, maar met minder vermogen dan vorig jaar. Wat mogelijk ook meespeelt is het verschil in klimaat tussen een relatief kleine afdeling waar steeds één teelt plaatsvindt en dat van een compleet jaarrond chrysantenbedrijf waar diverse teelten elkaar continu opvolgen.
De kas, die aanvankelijk drie schermen had, is aangepast. Het licht diffuse schaduwdoek is verwijderd, waardoor de afdeling iets lichter is geworden en meer de situatie van een praktijkbedrijf benadert.
Hogere RV
De afdeling heeft inmiddels een vernevelingsinstallatie gekregen, waardoor de relatieve luchtvochtigheid overdag is verbeterd. Daalt de RV onder een vastgesteld niveau, dan gaat de installatie automatisch aan.
In de eerste teelt met verneveling hebben de proefnemers de RV gedurende de hele teelt nagenoeg gelijk gehouden. Het geoogste product zag er goed uit, maar de houdbaarheid niet. Tijdens de transportsimulatie ‘verdroogden’ de bloemen. Het was een fysiologisch effect, geen aantasting van een zwakteschimmel. Sindsdien is de RV naar het einde van de teelt omlaag bijgesteld en gaat het weer goed.
Dikke stengel met kleiner blad
“Door alle aanpassingen is iedere teeltronde er iets op vooruit gegaan”, vertelt Van der Burg. “Het takgewicht is toegenomen.” Toch is hij nog niet helemaal tevreden. Het blad is kleiner dan op praktijkbedrijven en ook de bloemvorm moet nog beter, vinden telers.
De vorm van de takken wijkt iets af van praktijkgewassen. De tak, van gemiddeld 120 gram, heeft bijvoorbeeld een dikkere en zwaardere stengel, terwijl het blad kleiner blijft. De proefnemers vragen zich af of de belichtingsstrategie ook van invloed is op dit effect. De belichtingsinstallatie heeft een hoger vermogen dan het gemiddelde praktijkbedrijf en het lichtspectrum van de LED’s is anders dan van de gebruikelijke SON-T-lampen. Afgelopen zomer is weliswaar bijbelicht met alleen de LED’s, maar dat vindt Raaphorst ‘peanuts’ vergeleken met het natuurlijke licht. Het is niet waarschijnlijk dat het lichtspectrum oorzaak is van het kleinere blad. Raaphorst: “We gaan dit najaar full LED-spectrumproeven doen in het IDC-LED, bij WUR Glastuinbouw, om de invloed van verschillende lichtkleuren verder te onderzoeken.”
Organische bemesting
Willem Verkade zit net zoals vorig jaar in de begeleidingscommissie van de proef en focust zich op grond en bemesting. De chrysantenafdeling is de enige afdeling van het centrum die geschikt is voor grondgebonden teelten en er was in tien jaar tijd nog niet eerder in de grond geteeld. Dat vroeg om een grondige bewerking van de kleigrond.
Voorafgaand aan de proef is een keer 5 cm compost ingebracht. Sindsdien is er gewerkt met organische meststoffen, die naast nutriënten (calcium) ook organische stof aan de grond toevoegen. “Het doel is tweeledig”, legt hij uit. “Naast structuurverbetering willen we emissie van nutriënten beperken.”
Het bodemleven zorgt ervoor dat de nutriënten in de organische meststoffen weer vrijkomen, waardoor de wortels deze kunnen opnemen. Daarnaast is ook kunstmest nodig, want de organische meststoffen bevatten niet genoeg voeding voor het gewas.
Enorme energiebesparing
Ondanks de stevige discussies, die soms plaatsvinden in de begeleidingscommissie, is inmiddels enorm veel energie bespaard. Vorig jaar lukte het om met ongeveer 12 m³/m² a.e. (aardgas equivalenten) per jaar chrysanten te telen, tegenover 28 tot 30 m³/m² a.e die praktijkbedrijven gebruiken. Dit jaar zal het verbruik iets hoger liggen, verwacht Van der Burg. Daardoor komen de resultaten van de proeven in een iets ander daglicht te staan.
De warme en droge zomer heeft geen nadelen opgeleverd voor het gewas. De technische uitrusting van de kas zorgde ervoor dat Van der Burg het klimaat goed kon regelen. Er is dus geen kwaliteitsverlies of bloeivertraging opgetreden als gevolg van de buitenomstandigheden.
Nieuw voorstel
Bijna twee jaar na de start van de proef is al veel resultaat geboekt met HNT, maar er liggen nog veel vragen. Daarom is Raaphorst begonnen aan een nieuw onderzoeksvoorstel voor een derde teeltjaar. Dit najaar moet bekend worden of het onderzoek wordt voortgezet. “Binnenkort gaan we samen met telers definiëren hoe een perfecte chrysant er uit ziet, want het is nog steeds lastig om concreet te maken waar deze aan moet voldoen. Pas dan kunnen we bepalen hoever we nu zijn gevorderd met dit project.”
Het onderzoek valt binnen het programma Kas als Energiebron en is gefinancierd door het Ministerie van EZ, ChrIP (chrysantentelers) en veredelaars. Svensson, Signify, Horticoop en Koppert Biological zijn participanten. De projectleiding is in handen van Wageningen University & Research.
Uitgangspunten onderzoek ‘De Perfecte Chrysant’
– Hybride belichtingsinstallatie van 65 µmol/m²/s SON-T en 100 µmol/m²/s LED;
– 5% meer productie met 15 m³/m² a.e. (aardgasequivalenten);
– Hijsverwarming en OPAC-luchtbehandelingskasten. Het koelvermogen is 100 W/m²;
– Diffuus kasdek en twee klimaatschermen (een verduisteringsdoek en transparant energiedoek);
– Vijf druppelslangen per bed, om na vier weken over te schakelen van bovenlangs naar onderdoor water geven.
Tekst en beeld: Pieternel van Velden










