De inzichten in het optimale lichtspectrum bij komkommer zijn de afgelopen drie jaar steeds gegroeid. Er is nog steeds veel over te leren, maar er beginnen zich inmiddels duidelijke lijnen af te tekenen. Onderzoeker Anja Dieleman zet ze op een rij aan de hand van zeven vragen.

1. Wat doe je met verrood licht?

Dit is uitgegroeid tot één van de belangrijkste vragen, en wel vanwege het grote effect van verrood. Wageningen University & Research heeft in Bleiswijk een reeks van proeven gedaan om hier zicht op te krijgen. Bij de laatste proef in het IDC LED, het innovatie- en demonstratiecentrum voor toepassing van LED-belichting, was de opbrengst van een heel korte teelt van de snackkomkommer Qwerty bij assimilatiebelichting zonder verrood 0,9 kilo/m². Bij 12% verrood steeg dat naar 1,2 kilo en bij 24% naar 1,7 kilo. “Let wel: dit zijn korte proefjes en het gaat om de beginproductie. Maar de verschillen zijn wel erg fors”, vertelt Dieleman die de reeks proeven leidt.
In het begin van de serie onderzoeken van de laatste jaren is verrood toegevoegd als extraatje bovenop het PAR-lichtniveau. Maar omdat verrode LED’s ook stroom verbruiken, is gekeken wat er gebeurt als je de fotonenflux (de stroom lichtdeeltjes) gelijk houdt en een deel van de PAR vervangt door verrood. Dan blijkt overduidelijk dat verrood ervoor zorgt dat er meer assimilaten naar de vruchten gaan. De verdeling wordt anders, want het bladgewicht daalt en het totale vruchtgewicht stijgt. Dit spoort met de resultaten bij tomaat.

2. Wat is het ideale spectrum bij komkommer?

Dieleman: “Er valt nog veel te leren, maar we komen in de buurt. In de Winterlichtkas hanteren we nu 5 procent blauw, 5 procent groen, 75 procent rood en 11 procent verrood. Dat is in ieder geval een spectrum zonder risico’s en met de voordelen van verrood.”

3. Betekent het goede spectrum probleemloos telen?

Dat is zeker niet het geval. Overgang op LED-belichting is een systeemverandering. “Je moet eigenlijk opnieuw leren telen. Als je doorgaat zoals je gewend was onder SON-T, kun je problemen met de balans tussen vegetatief en generatief krijgen, wat zich bij ons uitte in nabloei in de oksels”, vertelt ze.
Dit komt overeen met de ervaringen bij de Belgische onderzoeksinstituten en Botany. Alle onderzoekers trekken op dit vlak dezelfde conclusie: je moet opnieuw kijken naar de balans licht/temperatuur/vochtigheid.
“Als je overstapt naar LED’s heeft dat grote consequenties voor de planttemperatuur. Die ligt 1-2ºC lager dan onder SON-T. Telers sturen nu op kasluchttemperatuur. Wij denken dat je onder LED’s beter op planttemperatuur kunt sturen”, zegt Dieleman.

4. Welk spectrum heb je nodig als er geen zonlicht is?

Als er geen natuurlijk licht meer is, komt het erop aan. Dan tikt de samenstelling van het LED-spectrum het hardste door. WUR heeft in het IDC LED de mogelijkheid om alle klimaatfactoren en lichtkleuren onder controle te houden. “We zijn gaan opbouwen: eerst rood licht, dan blauw erbij, dan groen erbij en op het laatst verrood. Daaruit bleek overduidelijk: de grootste klapper maak je met verrood. Alle behandelingen met verrood in de nacht zorgden voor een meerproductie”, vertelt ze.

5. Wat doe je met groen licht?

De ideeën over groen licht zijn in de afgelopen jaren diverse keren gewijzigd. Van onderschatting via overschatting naar een gewogen beeld. Uit de literatuur is bekend dat de verhouding tussen blauw en groen een vergelijkbaar effect heeft op strekking en bladstand als de verhouding tussen rood en verrood; alleen minder sterk. De vraag is dan: kun je niet een deel van het verrood vervangen door groen. Een voordeel daarvan is dat groen PAR-licht is en dus bijdraagt aan de fotosynthese.
“We zijn daarom gaan spelen met groen licht in de nacht: als je dan blauw vervangt door groen werkt dat niet positief uit. Als je groen door verrood vervangt krijg je een positief productie-effect. Bij komkommer zie je in de nacht eigenlijk niet zo’n duidelijk groen-effect”, vertelt de onderzoeker.
“Waarschijnlijk is er overdag voldoende groen licht van de zon aanwezig. Toch houden we deze kleur in ons referentiespectrum omdat het voor de mensen in de kas een beter zicht oplevert. Er leven duidelijk vragen over de arbeidsomstandigheden en de gevoeligheid van het menselijk oog onder blauwe LED’s, zeker bij felle tussenbelichting. Een voordeel van een breed spectrum, inclusief groen, is bovendien dat je beter kunt scouten en de vruchtkwaliteit beoordelen.”

6. Heeft een dynamisch spectrum zin?

Deze vraag is in feite versmald tot: moet je de hele dag verrood geven, of volstaat een deel van de dag, bijvoorbeeld aan het begin of eind. “Daarvoor hebben we een reeks proeven gedaan. De conclusie is: meer verrood is beter. Tot je tegen een grens aanloopt. Bij tomaat krijg je bij een hoge intensiteit dunnere bladeren die gevoeliger zijn voor verdroogde bladranden. Bij komkommer worden blad- en vruchtkleur lichter. Je moet dus het midden vinden tussen meerproductie en productkwaliteit”, vertelt ze.
Vervolgens maakt het niet zoveel uit hoe je die hoeveelheid verrood geeft. Over de hele dag of aan de randen. Mits de totale verrode lichtsom maar hetzelfde blijft. “Voor het effect op de productie hoef je het dus niet dynamisch te maken”, zegt ze.
Maar er zijn wel twee kanttekeningen. Verrood heeft een dubbel effect: het zorgt voor herverdeling van de assimilaten met meerproductie tot gevolg. En het zorgt voor strekking van het gewas. Dit laatste is een typisch eind-van-de-dag verschijnsel. Als je dat wilt sturen, moet je dus iets doen aan het eind van de dag: wel of juist niet bijbelichten met verrood.
Belangrijker punt is nog om optimaal gebruik te maken van het zonlicht. Dat bestaat voor maar liefst een kwart uit verrood. “Het uitgangspunt is dat je het zonlicht goed moet benutten. Als je zonlicht wegschermt, scherm je dus ook nogal wat verrood weg. In de randen van de nacht is dat heel belangrijk voor komkommer. Het blijft vooralsnog een zoektocht hoe je hier het beste mee om kunt gaan”, vertelt ze.

7. Moet je rekening houden met het gewasstadium?

In de vegetatieve fase, vóór de eerste bloei, kan verrood zorgen voor zwaardere planten. Omdat deze lichtkleur de strekking en de bladstand beïnvloedt, kan de jonge plant meer licht onderscheppen. Zo krijgt hij een vliegende start. Dit gaat wel een beetje tegen het belang van de plantenkweker in, die juist compacte planten wil kweken.
De onderzoeken in Bleiswijk zijn gefinancierd uit het programma Kas als Energiebron. Behalve het productie-effect van het spectrum is ook de invloed op de gewasgezondheid een belangrijk aspect. Dat onderdeel is dit jaar in de februari editie van Onder Glas uitgebreid aan de orde geweest.

Tekst: Tijs Kierkels, beeld: Michel Heerkens