De rappe toename van de wereldbevolking zorgt volgens wetenschappers voor grote uitdagingen op het gebied van voedselvoorziening. Naar verwachting is er in 2050 een tekort van 22.000.000 km² aan landbouwgrond. Stichting Drijvende Eilanden en Wageningen Universiteit onderzoeken momenteel een interessante mogelijke oplossing voor dit probleem: Drijvende voedseleilanden.

Vanaf 1 november 2016 onderzoekt Wageningen Universiteit de kansen en mogelijkheden van de eilanden van Airpop, zoals piepschuim tegenwoordig wordt genoemd. De universiteit laat deze week een drijvend eiland te water in een bassin in haar terrein in Lelystad, om te testen of zo inderdaad voedsel geteeld kan worden.

Vooronderzoek

Wageningen Universiteit deed vanaf eind 2016 al op papier en in het laboratorium onderzoek naar de mogelijkheid om voedsel te telen op drijvende piepschuimeilanden. “Naarmate het onderzoek vorderde, werden de studenten steeds enthousiaster en zagen ze steeds meer kansen”, aldus Martin Hubers, voorzitter van Stichting Drijvende Eilanden uit
Aerdt. Samen met de Duitse ontwerper Sören Knittel van Nexus Product Design ontwierp Hubers het idee van de drijvende voedseleilanden (Floating Food Farms).

Lange wortels

Van een aantal planten weet Hubers al dat deze prima op het water kunnen groeien. “Je kunt planten die aan het piepschuim hangen laten groeien op water, met mogelijk wat extra voedingsstoffen. Vooral bij planten met lange wortels lijkt teelt op water kansrijk. Sla en spinazie zijn hier een goed voorbeeld van en we hebben goede hoop dat het ook mogelijk is met aardappels.”

Rivieren als teeltlocatie

Een belangrijk voordeel van de drijvende eilanden is dat er bij deze teeltwijze geen land nodig is. Aan water is geen gebrek op het aardoppervlak, dat voor 70% uit water bestaat. “We zien voor dit soort drijvende eilanden van piepschuim vooral kansen in rivieren”, zegt Knittel. “Het mooie daarvan is dat de meeste grote steden ook langs rivieren liggen. De afstand van teeltbron tot afzetmarkt is daardoor beperkt, waardoor je geen lange reizen hoeft te ondernemen. In feite krijg je zo een soort drijvende stadsmoestuinen, maar dan heel groot.”

Sociaal project

De korte afstand tot de grote steden is ook van belang bij het realiseren van het tweede doel van de drijvende voedseleilanden. Hubers wil met de drijvende eilanden ook zorgen voor werkgelegenheid voor mensen met een beperking. “Ik denk dat het heel vaak mogelijk is om mensen met een beperking werk te bieden door ze op de Floating Farms te laten werken. En in grote steden zijn natuurlijk meer mensen een beperking te vinden dan op het agrarische platteland.”

Potentie

Dat het concept potentie heeft, blijkt volgens Knittel wel door de partners die hun naam en medewerking aan het project hebben verbonden. Knittel: “Uit de samenwerking met een gerenommeerde universiteit als Wageningen en een hooggewaardeerd bedrijf als Royal Haskoning DHV voor de technische kennis, blijkt wel dat dit geen luchtfietserij is. Wijlen wereldverbeteraar Jasper Grootveld zei het lang geleden al: “We hebben piepschuim nodig om de wereld te redden”. Dat lijkt misschien gek, maar piepschuim is al een gerecycled product. Hierdoor is het materiaal een uiterst duurzame keuze.

Proefeiland

Deze week laat Wageningen Universiteit een drijvend eiland te water in Lelystad. De universiteit gebruikt hiervoor de verzamelde kennis van het lopende onderzoek naar het concept. “In september kan dan een eerste evaluatie volgen, waarbij we hopelijk antwoord krijgen op de vraag hoe kansrijk het project is met de huidige stand van de techniek”, aldus Hubers. Knittel is optimistisch over de kansen van de drijvende voedseleilanden: “Hoe meer twijfels ik tegenkom hoe meer ik de neiging krijg te geloven dat het kan. Er zijn heel vaak werkbare antwoorden mogelijk op gestelde vragen. Ik denk dat de drijvende eilanden ook een belangrijke rol kunnen spelen bij grote steden in Derde Wereldlanden. Je zou kunnen zeggen dat we via de drijvende eilanden aan het uitpolderen bent.”

Concept met kansen

Marcel Vijn, deskundige op het terrein van stadslandbouw bij Wageningen Universiteit en onderzoeker bij Wageningen Plant Research, denkt ook dat het concept kansen biedt. “In Nederland kan je denken aan drijvende eilanden op rivieren in stedelijke gebieden”, aldus Vijn. “Om dat soort stadslandbouw rendabel te maken, moet wel gezocht worden naar onderscheidende producten en een zeer hoge kwaliteit, omdat het concept hier meer kosten met zich mee kan brengen. Daarnaast moet je het stimuleren door een stuk beleving toe te voegen voor de stadsbewoner, die er de meerwaarde van in moet zien.

Bron en beeld: Stichting Drijvende Eilanden.

Gerelateerd