Het onder de duim houden van plagen – met name witte vlieg – werd steeds meer een issue voor kuipplantenteler Marc Peters. ‘Bovenover’ spuiten met chemische middelen sorteerde onvoldoende effect. Hij liet een speciale spuitcabine bouwen om onderdoor te spuiten én maakte de switch naar groene middelen. Met succes: hij zet nu 70% minder chemie in.

Het bedrijf van Marc Peters ligt in Kranenburg, slechts enkele kilometers over de Duitse grens bij Nijmegen. De teler heeft een sterke binding met Nederland. Zo doet hij zaken met tal van Nederlandse toeleveranciers. “Dat ik vloeiend Nederlands spreek, is hierbij een voordeel. Dat maakt de communicatie een stuk eenvoudiger. Ik beheers de taal zo goed omdat mijn familie van oorsprong uit Nederland komt, uit Beek-Ubbergen om precies te zijn. Mijn grootvader begon in 1929 een kwekerij in Duitsland. Eerst bollen broeien, later ging mijn vader over op snijbloemen.” Marc kwam in 1992 in het bedrijf. Om het rendement op te krikken, maakte hij de switch naar de potplantenteelt en daarna naar kuipplanten.

Met klanten meegroeien

Ruim twintig jaar later is Gartenbau Marc Peters uitgegroeid tot één van de grotere kuipplantenbedrijven van Duitsland. Het totale bedrijf omvat inmiddels 14 ha, verdeeld over drie locaties. “Het merendeel van onze producten wordt afgezet via de bemiddeling van Landgard. Via dit kanaal beleveren we vooral discounters en bouwmarkten.”
De teelt bestaat uit een breed scala aan kuipplanten, maar de nadruk ligt op dipladenia, Solanum jasminoides, Solanum rantonnetii en lantana. De ondernemer investeerde de laatste jaren ook in mechanisatie waaronder vorkheftrucks, verwerkingslijnen en snoeimachines. “Desondanks hebben we nog steeds zo’n 65 medewerkers, vooral Poolse mensen.”

Duurzaamheid enige weg

Als het gaat om ziekten en plagen zijn wittevlieg, trips en luis de grootste uitdagingen voor de kuipplantenteler. “Enkele jaren geleden hadden we met name grote problemen met wittevlieg. Ondanks de veelvuldige inzet van chemie kregen we vooral de dipladenia’s niet schoon. Dat kwam ook omdat we veel producten in piramidevorm opkweken. De problemen duiken meestal op in de onderste 10 tot 15 procent van de plant, en daar kom je met een reguliere spuitboom niet bij.”
Zo ontstond bij de teler het idee om de planten onderdoor te gaan spuiten. Hij had hiervoor een speciale machine, die aan de verwerkingslijn in de schuur kon worden gezet. “Om kuipplanten onderdoor te kunnen spuiten, moet je ze naar de schuur halen. Anders kom je er gewoon niet goed bij.”
Tegelijkertijd besloot de teler ook te experimenteren met groene, biologische middelen, zoals middelen op basis van plantaardige oliën en zeep. Peters geeft aan dat hij ook de mogelijkheden voor de inzet van biologische bestrijders heeft onderzocht. Dit is in de kuipplantenteelt echter een lastig verhaal, omdat een gemiddelde plant vijf tot zes keer moet worden gesnoeid. “En aangezien dit in de schuur gebeurt, help je dan dus je hele leger van natuurlijke vijanden om zeep. Daarbij gaan onze teelten redelijk koud de winter door, iets wat biologische bestrijders dikwijls niet overleven.”

10.000 planten per dag

Omdat de machine die hij in gebruik had voor het onderdoor spuiten niet optimaal werkte, ontwikkelde de Duitse teler vorig jaar – samen met het Nederlandse bedrijf Wilburg Projecten – een nieuwe variant. Deze spuitcabine, die over de verwerkingslijn in de schuur wordt gezet, nam hij afgelopen zomer in gebruik.
“De planten gaan na het snoeien over de lopende band door de spuitcabine, waarbij we ze van onderuit met fijne nevel besproeien. Deze handeling zit dus gewoon in de reguliere workflow. Het vergt geen extra werk. Met deze cabine kunnen we 10.000 planten per dag verwerken. En het teveel aan water vangen we op voor hergebruik.”
Peters heeft in totaal drie spuitcabines in gebruik: twee op de locatie in Kranenburg en één in Venlo. “Op de locatie in Herongen proberen we de planten met een handspuit, zo goed als mogelijk, van onderen te besproeien.”

Duurzaamheidsslag

De nieuwe koers blijkt succesvol. Hij wist de inzet van chemie tegen wittevlieg en trips de afgelopen twee jaar met 70% te reduceren. “Alleen tegen luis moeten we nog soms bovenover spuiten met chemische middelen. Groene middelen blijken in de praktijk daadwerkelijk effectief tegen de genoemde plagen. Maar onderdoor spuiten is wel een must: alleen dan kom je goed onder het blad en raak je de beestjes voldoende. Ook geven we altijd een uitvloeier mee. Dit garandeert een goede verdeling van het middel. Kortom: met de geschetste strategie hebben we een flinke duurzaamheidsslag kunnen maken.”

‘Biologische bestrijders niet ei van Columbus in potplanten’

Potplantentelers die hun gewasbescherming willen verduurzamen, zijn volgens Martijn Gevers, Senior Adviseur Pot- en perkplanten bij Delphy, vaak aangewezen op groene middelen. “Veel telers zien biologische bestrijders als het ei van Columbus gezien, maar in potplanten vormen deze niet altijd een goede oplossing. Er wordt vaak te koud geteeld en veel teelten duren te kort om een goede populatie te kunnen opbouwen. Ook speelt mee dat een consument nog geen beestjes wil terugvinden in een bos bloemen of een plant. Daarom zoeken de meeste potplantentelers hun heil in groene middelen.”
De meeste van deze middelen zijn volgens Gevers contactmiddelen, wat betekent dat de plaag zo goed mogelijk moet worden geraakt om een optimaal effect te realiseren. En dit is vaak lastig, aangezien potplanten meestal dicht tegen elkaar staan en het gewas snel dichtgroeit. “Als teler moet je dus iets verzinnen om het gewas ook van onderen te raken. Veel telers proberen dit toch met hun spuitboom voor elkaar te krijgen, of met een handspuit, maar dat werkt vaak niet optimaal.
De oplossing van Peters, waarbij de planten door een spuitcabine in de schuur gaan, zullen terrein winnen.”

Tekst en beeld: Ank van Lier