De zoektocht naar groene gewasbeschermingsmiddelen uit siergewassen krijgt een vervolg. Een aantal stoffen is veelbelovend, maar de proeven met bestrijding van trips geven een wisselend beeld: soms een hele goede doding, soms te weinig. Daarom wordt er nu gewerkt aan finetuning.

Planten beschermen zichzelf van nature met allerlei afweerstoffen. Het lijkt logisch om daar gebruik van te maken en zulke stoffen op te werken tot groene gewasbeschermingsmiddelen. Wageningen University & Research werkt daaraan in de kassen in Bleiswijk in opdracht van een consortium. Dat bestaat uit zeven siertelers, Royal FloraHolland, Kenniscentrum Plantenstoffen, Artemis en Surfaplus.
De ontwikkeling vindt plaats in een aantal stappen. In eerste instantie zijn potentiële stoffen geselecteerd met een goede bestrijdende werking. Die zijn in een formulering gegoten om er daadwerkelijk een gewasbeschermingsmiddel van te maken. Daar worden vervolgens proeven mee gedaan.

Gevoeligheid

“Dat geeft een heel wisselend beeld bij trips”, vertelt projectleider Eric Poot. “De ene week gingen ze bijna allemaal dood, de andere week nauwelijks. Het lijkt dan wel of ze in een soort winterslaap zijn, waarin ze niet reageren. Half mei moest de beslissing go/no go (doorgaan of niet doorgaan) vallen, maar eigenlijk is er nog niet genoeg informatie. Daarom is nu besloten de proeven door te zetten. Iedereen in het consortium is ervan overtuigd dat trips een van de grootste plagen in de tuinbouw is en dat deze mogelijkheden serieus moeten worden bekeken.”
Dat de bestrijding van trips niet consistent is, is niet exclusief een probleem bij groene middelen. Ook bij een chemische aanpak zie je in de praktijk afname van de gevoeligheid en soms onverklaarbare periodes waarin middelen het veel minder goed doen.

Formulering

Het vervolg van de proeven is tweeledig. “Een aandachtspunt is de timing. Daarbij vergelijken we de extracten met een chemische aanpak. Als de ongevoeligheid voor beide methoden tegelijkertijd optreedt, ligt het dus niet aan het type middel. Het tweede punt is de formulering; wellicht kunnen we sleutelen aan de extractie van de werkzame stoffen en het type oplosmiddel.”
Pas als er consistente proefresultaten zijn, kan de volgende stap worden genomen. Dat is de ontwikkeling tot een echt gewasbeschermingsmiddel.

Tekst: Tijs Kierkels.





Gerelateerd