CO2 is een belangrijke groeifactor voor planten. In kassen wordt extra gedoseerd om de opgenomen hoeveelheid aan te vullen en de concentratie te verhogen. De CO2 kan afkomstig zijn van verschillende bronnen. Belangrijk is dat er geen schadelijke stoffen mee komen. Controle en onderhoud spelen daarbij een belangrijke rol.

Traditioneel gebruikten telers CO2 uit de rookgassen van hun verwarmingsketel. Nu is de grootste hoeveelheid afkomstig van WKK’s voorzien van een rookgasreiniger. Andere bronnen zijn reststromen van de industrie, zoals OCAP en zuivere CO2 voor het geval er tijdelijk onvoldoende uit de andere bronnen beschikbaar is.

Controle rookgaskwaliteit

Meet bij de bron (WKK/ketel) of er schadelijke gassen mee de kas in gaan. De gasmotor van de WKK wordt standaard met een ureumkatalysator geleverd. Bij onzuiverheden in de ureum kan de rookgasreiniger slijten, waardoor er alsnog schadelijke gassen in de kas terechtkomen. Daarom zit er achter iedere WKK met katalysator detectieapparatuur met meetcellen die de concentratie aan etheen, NOX en CO meten in de rookgassen. Kalibreer deze meetcellen jaarlijks met ijkgas. Neem dit mee bij het jaarlijkse preventieve onderhoud van de WKK.
Bezuinig niet op CO-detectie van de rookgassen van de gasbrander en neem dit ook mee bij het jaarlijkse onderhoud.

Detectieapparatuur en vocht

Detectie-apparatuur is standaard voorzien van ontvochtigers. Maar doen deze hun werk goed? Wanneer de vochtafvoer het niet goed doet, geven de meetcellen niet meer de juiste waarde aan en raken defect. Alternatief is de keuze voor detectie-apparatuur, waarbij automatisch een rookgasmonster wordt genomen. Dit monster wordt voor de meting van vocht ontdaan en op temperatuur gebracht.

Aandachtpunten rond de collector

De rookgassen komen met een geringe overdruk uit de ketels en WKK’s en stromen vervolgens door naar een collector, een dunwandige buis met een bepaalde diameter afhankelijk van het volume.
Tussen de bronnen en collector zitten rvs-kleppen. Deze voorkomen dat rookgas van de ene in de andere bron terechtkomt. Wanneer een bron niet in gebruik is, is de desbetreffende klep gesloten. De kleppen hebben geen onderhoud nodig, maar kunnen door gebruik wel beschadigen en lekkage veroorzaken die de terugmelding op dichtstand niet signaleert. Controleer het sluiten van de klep regelmatig. Bijvoorbeeld iedere twee jaar.
De collector zelf is voorzien van een mechanische vacuümklep. De rookgassen worden met ventilatoren uit de collector afgezogen, waardoor een lichte onderdruk ontstaat. Om ‘imploderen’ van de dunwandige collector te voorkomen, moet deze voorzien zijn van een mechanische vacuümklep die opengaat als de onderdruk een ingestelde waarde overschrijdt.
Transportventilatoren zuigen de rookgassen vanuit de collector naar het verdeelsysteem. Het aantal ventilatoren hangt af van het kasoppervlak en de teelt. Ze zijn voorzien van een temperatuur- en drukbeveiliging en eventueel een extra CO-detector direct in de rookgasstromen. Controleer de thermostaat en drukschakelaar tijdens het jaarlijkse onderhoud.

Darmen

Het distributiesysteem bestaat uit PVC-verdeelleidingen met aansluitsetjes en onderhoudsarme, uit kunststof vervaardigde darmen, die tussen het gewas liggen of hangen. Standaard worden de rookgassen terug gekoeld tot 60ºC, maar er blijft nog vocht in achter. Om het overige condensaat goed af te voeren, liggen de leidingen op afschot met om de zoveel meter afvoerputten om het vocht af te kunnen voeren. Toch zouden de darmen nog kunnen vervuilen of aan elkaar plakken door vocht. Laat de ventilatoren daarom na het doseren de darmen nog even droog blazen.
Controleer regelmatig of de darmen nog in orde zijn. Door een ‘ongelukje’ in de kas kunnen ze bekneld raken, losschieten of scheuren.

Concentratie in de kas

CO2-doseren kost geld. We kunnen tot na de komma nauwkeurig de benodigde hoeveelheid berekenen. Maar daarbij is een juiste meting van de kas-concentratie belangrijk. Schaf daarvoor digitale meters aan die op de juiste plaatsen en op een betrouwbare manier de concentratie in beeld brengen. En volg de onderzoeksresultaten. Uit veranderde inzichten kan blijken dat planten met minder CO2 toe kunnen.

Tekst: Marleen Arkesteijn