Een opvallende ontwikkeling van de afgelopen jaren in de aubergineteelt is de toename van geënte en getopte planten. Twee of drie jaar geleden zijn de eerste bedrijven hiermee begonnen, komend seizoen gaat het al om 30 tot 40% van het areaal. Het grootste voordeel van toppen is dat de planten generatiever worden: de eerste bloem komt wat lager te zitten. Ook leidt het tot iets meer productie.
De aubergineteelt wordt niet belicht, starten met een sterke, generatieve plant is daarom onontbeerlijk. Enten op een tomatenonderstam is standaard, daar is in de afgelopen jaren het toppen bij gekomen. Dat gebeurt tijdens de opkweek in november of december. “De telers krijgen dan van de plantenkweker een jonge plant met twee scheuten. Die scheuten zijn natuurlijk dunner dan de hoofdstam van een getopte plant, maar generatiever. Dat geeft een snellere bloem- en vruchtzetting. Bij een ongetopte plant wil de groei vaak te sterk worden. Het scheelt ook in productie: tot maximaal 5%. Bij een geënt getopte plant kun je kiezen voor een drie- of vierstengelsysteem per plant. Kies je voor vier stengels, dan neemt de kans op gelijkheid toe, omdat de plantenkweker die splitsing al maakt.
Afstemming met plantenkweker
Telers die starten met een getopte plant hoeven minder generatief te sturen aan het begin van de teelt. Dat is wel prettig, want generatief sturen kost vaak energie. Ook wil een ongetopte plant na de natuurlijke splitsing van de stengel op zeven bladeren nog weleens ongelijk worden. Dan heb je drie sterke scheuten en een wat zwakkere. “Bij de plantenkweker kun je onder lichtere omstandigheden een gelijkere scheutvorming afdwingen. Dat is zeker een voordeel.”
De inzet van getopte planten vraagt wel om een goede afstemming tussen teler en plantenkweker. Hamer er bij de plantenkweker op dat je gelijke scheuten wil. De uitloop van de scheuten verloopt ook beter onder hogere lichtniveaus. Standaard heeft een plantenkweker 90 µmol/m²/s (6.500 lux) hangen. Bij hogere lichtniveaus, zeg 115 µmol/m²/s (8.500 lux), zie je een betere uitloop van de scheuten. “Als dat niet haalbaar is, is het advies om de temperatuur wat te laten zakken en wat rustiger op te kweken.”
Keuze onderstam
“Wat de keuze van de tomatenonderstam betreft: Maxifort is een veel gebruikte, en Kardia van Syngenta. Emperor kom ik ook wel tegen. Eigenlijk wijkt het sortiment niet heel erg af van tomaat. De meest bekende onderstam in tomaat, de DRO141 kom ik eigenlijk niet tegen in aubergine. Omdat een aubergine makkelijk blijft groeien is die onderstam gewoon te sterk voor een auberginegewas.”
In balans
De eerste vrucht komt bij getopte planten wat lager te zitten. Dus de verhouding vrucht/blad slaat wat eerder door naar de vrucht. Dat is gunstig voor de beheersing van de plant. Omdat eerder balans wordt bereikt (en dus een hogere assimilatenvraag) kan het wel nodig zijn om in de eerste weken van de teelt wat lagere etmaaltemperaturen aan te houden dan je gewend bent. Zo houdt de plant genoeg energie over voor de groei.
Tot slot nog een advies: Gebruik voor de start van de aubergineteelt geen AC-folie, maar zoveel mogelijk beweegbare schermdoeken. Folie biedt meer nadelen, zoals druip en vochtplekken en klimaatongelijkheid, dan voordelen. Gebruik dan wel een goed helder, lichtdoorlatend energiescherm.
Tekst: Willem Valstar, Stargrow Consultancy










