In 2015 won de Boskoopse boomkweker Roland van der Werf met zijn besdragende Skimmia japonica ‘Pabella’ de Glazen Tulp Award van Royal Flora Holland in de categorie Tuinplanten. Dit leverde hem een hoop publiciteit op, onder andere via het televisieprogramma van tuinman Rob Verlinden. De omvang van de teelt en bijbehorende afzet groeien langzaam maar zeker. Op het moment deelt hij de productie met drie andere telers.

Een Glazen Tulp Award is bestemd voor de meest geslaagde marktintroductie. De besdragende skimmia van Roland van der Werf kreeg de prijs omdat het een plant is waar de consument lang plezier van heeft. ‘De plant heeft een uitbundige bloeiwijze met enorme knalrode bes trossen. Die goedgevulde trossen steken boven de bladeren uit, waardoor het een heel rijkbloeiende plant is’, zo luidde het persbericht.
Voordat Van der Werf de award won, raakte hij hooguit twintig folderboekjes met prijslijsten kwijt op de beurs in Aalsmeer. Toen liep het ineens storm. “Kopers kwamen ernaar vragen en we werden volop gefeliciteerd. We konden niet aan de vraag voldoen.”

Toevalstreffer

De boomkweker heeft samen met zijn vrouw Sandra een bedrijf van 3 ha buitenteelt en 5.000 m2 overdekt in een glas- en foliekas. Tot een aantal jaren geleden teelde hij alleen bloeiende skimmia’s. De prijswinnaar ontdekte hij bij toeval. “Toen ik in 1999 door de kwekerij wandelde, zag ik tussen de gewone ‘Rubella’-planten een afwijkend exemplaar met een compacter bloemetje, een speling van de natuur. Ik dacht al gelijk dat het om een bessoort ging. We hebben de plant apart gezet en de bloemetjes het voorjaar erop bestoven met stuifmeel van de ‘Rubella’ om te zien of ze bessen zouden vormen.”
De jaren daarna vermeerderde hij zijn vondst via stek. “Je kunt maar eens per jaar stek plukken. We hebben twaalf jaar nodig gehad om van zes stekken te komen tot een paar duizend planten.” Dit jaar zit hij voor het eerst op 20.000 planten.

Telen onder licentie

Van der Werf heeft zijn vinding beschermd, een website opgezet en een etiket laten ontwerpen. De ‘Pabella’ neemt inmiddels 1 ha op zijn kwekerij in beslag. Daarnaast hebben ze nog drie andere soorten skimmia’s met bloemen en een vroegbloeiende ceanothus.
Drie collega’s, twee uit Nederland en een uit België, telen de planten onder licentie. Ze maken zelf stek. Van der Werf houdt de optie open om in de toekomst zelf nog door te groeien voor het geval een van zijn zoons in het bedrijf komt. Voorlopig heeft hij een gedeelte van het stekken voor zijn eigen bedrijf uitbesteed aan een gepensioneerde collega.
In de toekomst willen de vier telers gezamenlijk promotie maken. “Mijn drie collega’s hebben voorgesteld om de licentie iets te verhogen, zodat er een spaarpotje kan ontstaan voor de marketing.”

Pabella

De naamgeving is een verhaal apart. Het is een woordspeling en eerbetoon aan zijn vader. “De plant is ontstaan uit de ‘Rubella’. Door de eerste lettergreep te vervangen door ‘pa’ ontstond de naam ‘Pabella’. Op de binnenzijde van het dubbele etiket staat een actiefotootje van zijn vader die stek knipt.
Het bedrijf van Roland van der Werf is, dankzij zijn vader, op een bijzondere manier gestart. “Mijn vader was vooruitstrevend. Net van school wilde ik graag bij hem aan de slag. Maar zijn bedrijf was te klein voor twee. Mijn vader verkocht het en ik kocht een stuk land ergens anders in Boskoop, dat wél groot genoeg was. Hij wilde geen maatschap of BV, maar koos bewust voor gescheiden bedrijven, waarin ieder verantwoordelijk was voor het eigen deel. Hij ging achterin snijheesters telen. Ik ben vooraan aan de slag gegaan met een pottenteelt. We werkten wel samen en hadden regelmatig overleg.” Tussen 1990 en 2000 ging het land geleidelijk over van vader op zoon. Toen hij in 2000 geen grond meer had, ging vader Van der Werf bij zijn zoon werken, tot zijn overlijden in 2010.
Het bedrijf groeit langzaam door. “Ik wilde in 2009 een kas van 1.000 m2 huren van de buurman. Twee weken later kreeg ik een taxatierapport met de vraag of ik zijn 2 ha wilde kopen. Dat was wel een verrassing. Uiteindelijk heb ik het gedaan. Twee maanden geleden hebben we nog een keer 15.000 m2 van hem bijgekocht.”

Bessen of bloemen

Voor een goed begrip van de teelt is wat extra uitleg nodig. Veel soorten zijn tweehuizig. De mannelijke planten, die vaak voor de bloemen worden geteeld, hebben bloemen met meeldraden en stuifmeel. In het najaar vormen ze mooie compacte trosjes van dikke knoppen, die de hele winter al sierwaarde hebben. Pas in het voorjaar gaan de bloemen écht open.
De vrouwelijke planten hebben bloemen met een vruchtbeginsel en stamper. Na een geslaagde bevruchting in het voorjaar vormen ze in het najaar bessen die meestal lang aan de plant blijven zitten. Bij eenhuizige rassen, zoals Skimmia reveesiana, zitten er mannelijke en vrouwelijke bloemen aan één plant die elkaar kunnen bestuiven. Niet voor niets is dit daarom een veel geteelde bessoort. Bij tweehuizige planten heb je niet alleen een vrouwelijke, maar ook een mannelijke plant voor de bestuiving nodig als je bessen wilt.
De ‘Pabella’ is een vrouwelijke plant en moet dus worden bestoven met stuifmeel van de mannelijke ‘Rubella’. “Vooral de oudere generatie heeft er lol in om er weer bessen aan te krijgen. Maar het wordt nooit zo mooi als hier. Wij hebben hier alles optimaal en hebben vijftig besjes aan een trosje zitten. Thuis mag je blij zijn met twintig besjes per trosje. Uit een proef blijkt dat 90 procent van de mensen die extra moeite niet doet. Zij zien het als mooie blikvanger met knalrode bessen op het terras tussen oktober en mei, dus ook met kerst als er niet veel anders is.”

Introductie

Van der Werf is een man van principes. Hij houdt niet van kopers die alleen de krenten uit de pap vissen. Vaste klanten gaan bij hem voor en hij beloont zijn klanten als dat mogelijk is. “Toen een grote klant van mij naar de beurs in Four Oaks ging, mocht hij de nieuwe bijzondere soort daar voor het eerst presenteren. Ik kwam er pas een maand na de beurs mee, zodat hij daar de volle aandacht kreeg. Het is gewoon een zaak van de ander wat gunnen.”
De boomkweker hecht veel waarde aan een goede relatie met zijn klanten. Over en weer contact levert bijvoorbeeld informatie over de klantwensen. Hij hekelt de starre houding van tuincentra met hun marge van 2,4 maal de inkoopprijs. “Dat werkt misschien wel wanneer je het hebt over een lavendel van een euro die voor € 2,40 in het tuincentrum komt te staan. Het is een ander verhaal bij een skimmia van € 20 die voor bijna € 50 in het tuincentrum komt te staan.” Liever zou hij in gesprek gaan. “Wij komen met iets unieks. Voor welke prijs is deze plant nog interessant voor de consument? En dat moet je dan terug rekenen naar een prijs waar je beiden nog wat aan verdient.”
Verder gelooft hij in meer contact met de klant zelf. “Ik was eens in een tuincentrum waar ze maar een matige kwaliteit skimmia’s hadden staan. Ik zei: ‘Geef mij een paar vierkante meter tafel. Je hoeft me pas te betalen als ze verkocht zijn.’ Ik heb er een dag gestaan in het kader van ‘kweker ontmoet consument’. Vervolgens werden in vier weken tijd, twintig karren van de tuinplant verkocht. Door samenspel kom je verder. In tegenstelling tot een goedkoop product voor de klok gooi je niets weg; een tuincentrum is beter uit met iets duurdere producten die allemaal worden verkocht, dan met goedkopere producten waar ze vervolgens voor een deel mee blijven zitten.”

Vakmanschap

De teelt van skimmia’s vraagt om veel vakmanschap. Bij de teelt van de besvariant komt daar nog een schepje bovenop. Ze moeten nog een extra jaar staan om na de bestuiving bessen te kunnen vormen. “Bovendien is de techniek anders. Je moet met de bemesting zo sturen dat de bloemen compacter blijven, zodat de tros met bessen later niet omvalt. En nadat de bessen erin zitten, moeten we het naschot er met de hand uitknippen.”
Voor beide typen planten geldt dat het meerjarige teelten zijn. Wanneer een plant meer dan twee à drie jaar in dezelfde pot staat, is het lastig om hem gezond en vitaal te houden. “We kiezen voor een goed ontwaterende pot en duurdere, goed ontwaterende mengsels: luchtig met sterkere venen die niet zo snel verteren. Na twee jaar moet je de planten overpotten. Buiten is het lastiger om het meststoffengehalte op peil te houden dan binnen. We geven ze ook plantversterkende middelen mee op basis van zeewierextracten en planthormonen. Het is onze kunst om er de juiste middelen uit te kiezen. Ook een goede ondergrond van het bed is belangrijk. Wij hebben 8-9 cm lava met doek erover.”

Bladsapanalyse

Sinds dit voorjaar heeft hij een teeltadviseuse, die de planten meer met een glastuinbouwinsteek bekijkt. “We geven nu gerichter meststoffen. We bepalen op basis van een bladsapanalyse en een analyse van grondmonsters wat de planten nodig hebben. Voorheen namen we eens per jaar een grondmonster, nu eens per zes weken of driemaal per seizoen. We hebben bakken met enkelvoudige en samengestelde meststoffen, die beter op elkaar zijn afgestemd. We zien nu al een duidelijke verbetering.”
Goed gietwater is geen probleem. Het slootwater in de regio Boskoop is goed. De EC varieert van 0,3 na een regenbui tot 0,5 – 0,7. Voor gebruik meet hij de EC en vult de voedingsstoffen aan. De teler hergebruikt zijn gietwater.

Samenvatting

In 2015 won de Boskoopse boomkweker Roland van der Werf met zijn besdragende Skimmia japonica ‘Pabella’ de Glazen Tulp Award. Hij vond deze speling van de natuur tussen andere skimmia’s die hij als bloeiende plant teelde. Hij deed er twaalf jaar over om voldoende aantallen te krijgen door te stekken. Door de prijs kreeg de plant veel publiciteit. De omvang van de teelt en bijbehorende afzet groeien langzaam maar zeker. Op het moment deelt hij de productie met drie andere telers.

Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Gerelateerd