Holstein Flowers neemt als één van de vijf pilotbedrijven deel aan 100% Groen Geteeld gerbera. Eén bedrijf gaat voor 100% groen. De andere bedrijven hebben alle voorkomende plagen ‘verdeeld’. Holstein Flowers richt zich op bestrijding van mineervlieg en Turkse mot. Digitalisering helpt bij goede monitoring. Evenals ondersteuning van partners, voorlopig een absolute must om 100% groen te kunnen telen.
Even vroeg Hans van Holstein zich af of Holstein Flowers de voorlopersrol weer moest oppakken. “Dat duurde niet lang”, zegt hij. “Via de groep ‘Versnellers Sierteelt’, kwam ik in aanraking met de pilot 100% Groen Geteeld. We staan bekend als vooruitstrevend. Dat willen we waarmaken. Als we naar de toekomst kijken, is het een noodzakelijke weg om te bewandelen.”
De reputatie als vooruitstrevend verkregen zij onder andere door in een vroeg stadium de handschoen op te pakken met Het Nieuwe Telen en de installatie van dynamische LED-belichting.
Schoon beginnen
Holstein Flowers in De Lier bestaat uit Kwekerij Futura van 4,7 ha en Kwekerij Bastille, 6 ha groot. Twee generaties vormen de directie. Hans van Holstein, twee ooms, een broer en een neef. Samen met Simon Kok, accountmanager bij Royal Brinkman, deelt hij hun ervaringen van 1 jaar 100% Groen Geteeld in de gerberateelt.
“We hebben veel geleerd. Gerbera is een driejarig gewas. Elk jaar wordt een derde van de kas vervangen, de rest blijft. We kunnen dus nooit helemaal schoon beginnen”, zegt Van Holstein. Ieder nadeel kent zijn voordeel. In dit geval is dat de ‘standing army’ met natuurlijke bestrijders die in het gewas achterblijft. “De vraag is of die snel genoeg lopen.”
Vertaalslag naar praktijk
Kok is binnen het project het algemene aanspreekpunt. Hij inventariseert of het wenselijk is of er specialisten, leveranciers of andere partners aanschuiven. Daarnaast regelt hij operationele zaken zoals afspraken tussen de leveranciers/partners, levering van producten en mogelijke productontwikkelingen.
De specialisten, partners en Holstein leveren de kennis, Kok maakt de vertaalslag richting de praktijk. “Door proeven te doen en te meten, vergaren we kennis. Zodra het succes is bewezen, rollen we verder uit naar de praktijk. De groep gerberatelers is open en communiceert goed met elkaar. Dat werkt prettig.”
Plagen voorspellen
De vijf deelnemende bedrijven zijn Gerbera United, Holstein Flowers, LG Flowers en Oudijk Gerbera − die zich richten op een aantal plagen − en EveryD Flowers, dat volledig 100% groen teelt.
“Bij de start van het project hebben we een ‘red flag’-overzicht gemaakt”, zegt Van Holstein. “Een inventarisatie van de plagen die de komende jaren een probleem vormen door middelen die verdwijnen, maar ook door klimaatverandering. De zomers worden warmer. De mineervlieg was nooit een probleem, vanwege de sluipwesp Diglyphus die naar binnen vloog en een handje hielp bij de bestrijding. Tijdens de warme zomers van de afgelopen jaren, merkten we dat deze sluipwesp minder actief werd.” Kok: “We kijken ook naar trends in weersomstandigheden, of we daarmee plagen kunnen voorspellen.”
Volledig open communicatie
Bijzonder aan het project is de openheid tussen alle deelnemende partijen aan het project, zowel voor telers onderling én voor de toeleveranciers, tevens concullega’s. “Als telers hebben we open communicatie geëist”, zegt de teler. “Dat gaat boven verwachting.”
Kok geeft aan dat het voor hen als toeleverancier ook een noodzakelijke stap is: “Ons bestaansrecht hangt samen met het succes van de telers. Als we naar de toekomst kijken, zien we dat deze ontwikkeling onontkoombaar is. Dat maakt dat we ook als toeleveranciers over onze schaduw heenstappen en transparant zijn, zelfs met concullega’s aan tafel.”
De open communicatie gaat verder dan de eigen projectgroep. Dit gebeurt ook met de projectgroepen van chrysant, kalanchoë en phalaenopsis. Daarnaast met vruchtgroentetelers. “Die uitwisseling brengt ons gezamenlijk verder”, zegt Van Holstein.
Plagen eerder signaleren
Scouten is belangrijk om plagen in de kiem te kunnen smoren. Holstein Flowers krijgt hulp van de Robcam. Een digitale camera met een automatische draaiende vangplaatscanner met AI-herkenning. Deze geeft dagelijks door hoeveel en welke insecten rondvliegen. “Eén medewerker scout eenmaal per week alle afdelingen. De mineervlieg kan binnen 48 uur enorm uitbreiden. Als die opduikt als de ronde net is gemaakt, zijn we dus zes dagen te laat. Dankzij de vangplaatscanner zien we de onbalans eerder aankomen. Dat geeft meer inzicht”, licht Van Holstein toe.
Hij heeft op dit moment 1 ha uitgerust met 5 Robcams. Het advies is 10 per ha om voldoende overlap te bereiken. “Uiteindelijk is het een rekensom. Als we manuren voor het scouten kunnen uitsparen en ziekten en plagen sneller onder controle krijgen, kunnen we bepalen of we meer in deze camera’s willen investeren.”
Kok vult aan: “De gegevens worden naar het data verzamelplatform Auxin gestuurd. Samen met gegevens uit de MyScout app waarin medewerkers foto’s van plagen naar hetzelfde platform sturen, geeft het in het dashboard een goed inzicht in eventuele disbalans in de afdelingen.”
Signaal naar veredelaars
Weerbare planten zijn belangrijk voor een 100% groene teelt. “Plantversterkers maken planten harder en onaantrekkelijker zodat de mineervlieg zich minder ontwikkelt. We waren terughoudend. Omwille van de proef hebben we goed meegedaan en gemonitord. Helaas bracht dat nog niet het gewenste resultaat”, zegt Van Holstein.
Het heeft wel het vermoeden opgeleverd dat plantversterkers en biostimulanten cultivarspecifiek werken. “Met dit gegeven gaan we met PlantoSys terug naar de tekentafel en kijken hoe we deze informatie komend jaar gericht kunnen toepassen”, zegt Kok. Voor de toekomst zou het kunnen betekenen dat veredelaars daar rekening mee houden bij het ontwikkelen van nieuwe cultivars.
Gedragsverandering
De proef met bestrijding van de Turkse mot liep op Kwekerij Bastille. De focus lag op inzet van de sluipwesp Trichogramma. Die is uitgezet in een drievoudig hogere dosis dan gebruikelijk. De kosten hiervoor verdeelden Holstein Flowers, Royal Brinkman en Agrobío. “Het is belangrijk dat we samenwerken met leveranciers die hier ook in willen investeren. Zo’n hoge inzet van sluipwespen is niet rond te rekenen, maar wel heel belangrijk voor de proef”, zegt Van Holstein.
“Als het lukt met deze dosis, is de volgende stap om de inzet iets te verlagen”, voegt Kok toe. Hierbij prijst de teler ook de inzet van de praktijkonderzoeker van Agrobío die het gewas goed in de gaten houdt en de ontwikkeling van de populaties goed in beeld brengt.
Terugkijkend op het eerste jaar zijn Van Holstein en Kok tevreden met de resultaten. “Om echt 100% groen te telen, hebben we nog een weg te gaan. Mooi is de gedragsverandering binnen de excursiegroepen. Iedereen is zich bewust van de mogelijkheden met 100% groen telen. Dat hadden we van tevoren niet verwacht.”
Tekst en beeld: Wilma van den Oever













