Integrated Pest Management is één van de pijlers in de bedrijfsvoering van Vereijken Kwekerijen. Door deze focus wist het trostomatenbedrijf de inzet van chemie in de afgelopen jaren flink te reduceren. Een mottendetectiesysteem speelt een sleutelrol in de IPM-aanpak: doordat camera’s de motten vroegtijdig in beeld brengen, kunnen rupsen van de Turkse mot gerichter en beter worden bestreden met groene middelen.
Vereijken Kwekerijen hoort tot de toonaangevende trostomatenbedrijven van ons land. Hoewel de roots van de kwekerij in Brabant liggen, omvat het bedrijf nu zeven locaties in het Westland, Limburg én Brabant. Deze tellen gezamenlijk ruim 60 ha. De focus ligt op de teelt van trostomaten, met de Tasty Tom-troscocktailtomaat als belangrijkste product. “Doordat we in tien van onze vijftien kassen belichten met full LED kunnen we jaarrond leveren”, vertelt Roland Kouwenhoven. Hij is vestigingsmanager van de locatie in ’s-Gravenzande, die 12 ha telt.
Goede biologie als basis
Zo ‘groen’ mogelijk telen is één van de speerpunten van het bedrijf; er wordt vol ingezet op geïntegreerd telen. “Je kunt niet anders”, zegt Kouwenhoven. “Het middelenpakket verschraalt immers in rap tempo. Om dit op een goede manier handen en voeten te geven, ben ik binnen het bedrijf eindverantwoordelijk voor de IPM-aanpak. Binnen ons IPM-team stippelen we de strategie uit, onze IPM-coördinator Aike de Heer monitort de uitvoering. Dit doet hij samen met de teeltmanagers op de diverse locaties. Het plan dat we opstellen aan het begin van een teelt passen we gaandeweg steeds weer aan. IPM is continu in beweging.”
Het bedrijf streeft ernaar om plagen zoveel mogelijk onder controle te houden met biologie. Vooral een goede populatie van de Macrolophus-roofwants is volgens Kouwenhoven belangrijk. “Deze heeft namelijk een brede werking tegen plagen die voor problemen kunnen zorgen in onze teelt. Dan gaat het met name om wittevlieg, spint en rupsen.”
Groen middel
Kouwenhoven: “Kan de biologie het niet aan en moeten we toch ingrijpen, dan doen we dat in eerste instantie met een groen middel. Wanneer we de plaag dan nog niet onder de duim krijgen, zetten we chemie in. Maar dat is alleen in het uiterste geval aan de orde. Door onze focus op IPM wisten we de inzet van chemie in de afgelopen jaren al fors te reduceren. In 2025 daalde deze bijvoorbeeld met 7 procent ten opzichte van het jaar ervoor.”
Goed scouten is volgens Kouwenhoven ook cruciaal binnen een IPM-aanpak. “We zijn de laatste jaren intensiever gaan scouten. De vangplaten worden gecheckt door een medewerker en de focus ligt daarbij met name op wittevlieg en spint. Op termijn hopen we hierbij gebruik te kunnen gaan maken van cameratechnologie. Die ontwikkelingen gaan heel snel.”
Monitoren van motten
Het bedrijf zet wel al drie jaar cameratechniek in voor het monitoren van Turkse mot. Rupsen van deze mot zorgden in het verleden namelijk voor flink wat problemen en opbrengstderving. “Wanneer je er niet op tijd bij bent, vreten die beestjes blad en vruchten aan, met alle gevolgen van dien. In principe moet onze Macrolophus-populatie deze plaag onder controle houden, maar dat lukt niet altijd. Monitoren is daarom belangrijk.”
“Voorheen monitorden we de motten via vallen in het gewas. Maar als de motten in de vallen zitten, ben je eigenlijk al aan de late kant. Dan zitten er namelijk ook al flink wat in het gewas en is de kans groot dat ze al eitjes onder het blad hebben gelegd, waaruit rupsen zijn gekomen of gaan komen. Wanneer je dan nog een Bt-middel moet gaan inzetten, ben je al relatief laat en is een bespuiting niet altijd maximaal effectief.”
Om meer grip te krijgen op deze plaag en motten eerder in beeld te krijgen, investeerde het bedrijf drie jaar geleden in het PATS-C-mottendetectiesysteem voor twee van haar locaties. Camera’s in de kas detecteren de motten en via een digitale portal is inzichtelijk of er motten binnen zijn en hoe de populatie zich ontwikkelt. Op basis daarvan kan worden bepaald of ingrijpen noodzakelijk is. “We testten dit systeem in eerste instantie op twee locaties; dat doen we met alle innovaties. De resultaten waren dusdanig positief dat we het systeem afgelopen jaar ook hebben uitgerold op onze andere locaties. Op al onze belichte locaties hangt nu een camera.”
Rust
Volgens Kouwenhoven kunnen motten dankzij de camera’s vooral eerder worden gedetecteerd. “Je ziet ook de eerste invlieg en signaleert de motten niet pas wanneer ze al in de vallen zitten. Hierdoor ben je er eerder bij en is de inzet van Bt-middelen effectiever. Op de locaties waar we al langer met het systeem werken, kunnen we de rupsen van de Turkse mot daardoor beter bestrijden.”
“Natuurlijk kost zo’n monitoringssysteem geld, maar de investering is snel terugverdiend wanneer je de plaag beter onder controle kunt houden en dus minder schade hebt. Ook besparen we kosten doordat bespuitingen effectiever zijn, waardoor we minder vaak hoeven te spuiten. Daarnaast geeft het systeem rust: je wéét dat je er op tijd bij bent. Dat geeft een veilig gevoel. Dit mottendetectiesysteem speelt inmiddels een sleutelrol in de geïntegreerde bestrijding op ons bedrijf.”
De camera’s monitoren ook wel de Tuta absoluta-mot, maar hierbij is de meerwaarde volgens Kouwenhoven minder groot. “We gaan deze mot namelijk ook al tegen met verwarringsferomonen. Dit is effectief, waardoor cameradetectie minder nodig is. De camera’s signaleren wel eens een Tuta absoluta, maar het onder controle houden van de rupsen van de Turkse mot heeft voor ons de hoogste prioriteit.”
Optimalisatie spuitmoment
Het systeem is sinds afgelopen jaar ook uitgerust met een speciaal algoritme, dat voorspelt wanneer de rupsen gaan uitkomen. Bij Vereijken wordt dit momenteel getest. Volgens Kouwenhoven zijn de eerste resultaten goed. “We verwachten dat het hulpmiddel PATS-Vinder een meerwaarde kan hebben in de strijd tegen rupsen. Tot nu toe zetten we Bt-middelen in op basis van de mottenactiviteit die we zagen op het dashboard. Maar we wisten dan niet exact wanneer de ei-afzetting zou plaatsvinden en wanneer de rupsjes zouden uitkomen. Door die informatie wel mee te nemen, kunnen we het moment en daarmee de effectiviteit van de bespuiting optimaliseren en ervoor zorgen dat de kleine rupsen een optimale hoeveelheid middel binnenkrijgen.”
Insectengaas
Het bedrijf wedt echter ook op andere paarden als het gaat om het onder controle houden van motten en daarmee rupsen. Vorig jaar werd een eerste kas voorzien van insectengaas en de eerste resultaten zijn volgens Kouwenhoven zeer goed. “Met insectengaas houd je veel insecten buiten de deur, maar desondanks ben je niet volledig safe. Ook met gaas kun je immers nog motten binnenkrijgen: via kapotte ramen of de toegangsdeur. Dankzij het PATS-C-detectiesysteem weten we echter snel wanneer we een ‘lek’ in de kas hebben. Hierdoor konden we dit seizoen tijdig ingrijpen en was er geen sprake van doorontwikkeling van de Turkse mot. Ook met insectengaas blijft een mottendetectiesysteem dus nodig en zijn meerwaarde houden.”
Tekst: Ank van Lier, beeld: Michel Heerkens












