De 6 hectare tellende kwekerij Beyond Chrysant in Hoek van Holland, eigendom van Martijn en Wouter Duijvesteijn, werd dit jaar in een keer voorzien van een hybride lichtinstallatie met een extreem hoog lichtniveau: 220 µmol/m²/s. Uniek in de chrysantenteelt. “Het enige risico dat ik loop is dat ik niet de volledige potentie om kan zetten in groei.”

De broers telen jaarrond troschrysanten (uitsluitend Baltica wit) voor export naar de Oost-Europese markten. De ombouw naar hybride belichting werd gestart in november 2019, in samenwerking met Signify en installateur Stolze. Technisch en commercieel adviseur Tom Markus van Stolze krabbelde zich wel even achter zijn oren, toen de vraag op zijn bureau belandde. Een lichtniveau van 220 µmol/m²/s was toentertijd echt extreem. “Het hoogste wat er in de praktijk boven chrysant hing was 150 µmol. Inmiddels zijn er meer chrysantenbedrijven die met meer dan 200 µmol belichten.”

Plantdichtheid

Het uitgangspunt voor de verhoging van het lichtniveau was helder. Martijn Duijvesteijn: “We willen in de winter dezelfde aantallen kunnen leveren als in de zomer. Want in de zomer hebben we meestal te veel takken, maar in de winter altijd een tekort. Normaal gesproken planten we in de winter 30 procent dunner dan in de zomer. Nu kunnen we jaarrond dezelfde plantdichtheid aanhouden, circa 60 takken per vierkante meter. Als ik de planten langer in de lange dag wil houden plant ik iets dikker.”
De chrysantenteler berekende dat meer dan 200 µmol/m²/s nodig zou zijn om jaarrond met dezelfde plantdichtheid te kunnen telen. “Wij zijn toen met Wilco Verkuil, accountmanager van Signify, aan de slag gegaan”, vervolgt Markus. “Duijvesteijn had al 145 micromol aan SON-T hangen. Daar is 75 micromol aan LED’s bij gehangen. Dat kost wel meer vermogen, maar hun WKK kon dat prima aan.”

Lichtontwerp

De chrysantenteler vond 100 µmol/m²/s SON-T voldoende, maar hij zag het weghalen van een deel van deze lampen uiteindelijk niet zitten omdat dit kapitaalvernietiging zou zijn. Daar is uitgebreid over gediscussieerd, zegt Verkuil. “Ik denk dat er wel tien verschillende lichtplannen de revue zijn gepasseerd. Dankzij de hoge kas en de hoge lichtintensiteit konden we volstaan met onze meest efficiënte lamp, zonder lenzen. Die hangt in lijn tussen de SON-T-lampen, in een verhouding van een op twee. Omdat er op het bedrijf voldoende eigen elektriciteit beschikbaar was, zijn we tot deze oplossing gekomen.”
Een ander discussiepunt was de lichtverdeling langs de gevels. Verkuil: “Voor de gevels hebben we lineaire modules geadviseerd, die minder lichtsterk zijn dan de andere LED-lampen. Met deze combinatie bereiken we in de hele kas een 90% uniforme lichtverdeling, ook in de hoeken.”

Planttemperatuur

Duijvesteijn had wel vertrouwen in het definitieve lichtontwerp. “We hebben het niet van tevoren getest, maar gelijk op het hele bedrijf toegepast. In 2014 deed Philips bij ons al praktijkproeven met LED-belichting in de chrysanten. Het was een van de allereerste modules die het bedrijf destijds had. Dat was toen nog niet praktijkrijp, maar we hebben er wel veel van geleerd. Nu zijn de investeringen per µmol gunstiger, de output is veel beter. Er is ook meer kennis gekomen over het telen met LED. Arcadia heeft twee winters ervaring en bij Linflowers hangen ze al een jaar of vier.”
Inmiddels is een lichtniveau van 200 µmol/m²/s of meer niet meer uniek. Bij J&A Flowers in De Lier hangt sinds oktober een hybride installatie van 210 µmol/m²/s, bestaande uit eenderde SON-T en tweederde LED, meldt Markus. Heeft Duijvesteijn nog aan die optie gedacht? “Eigenlijk niet, omdat ik in december en januari bij helder weer meer uitstraling heb dan instraling. De planttemperatuur wordt dan lager dan de ruimtetemperatuur. Dat wil je natuurlijk voorkomen. Een extra scherm dichttrekken zou een optie kunnen zijn, maar wij hebben alleen een verduisteringsdoek.”

Schakelbaar

De installatie is schakelbaar wat betekent dat Duijvesteijn 50% of 100% SON-T kan inzetten, maar ook alleen LED. “In principe gebruik ik SON-T op dezelfde manier als in andere jaren. Als de instraling boven de 250 watt komt gaat 50% van de SON-T uit. Bij 300 tot 350 watt gaat de andere 50% uit. De LED’s gaan pas boven de 400 watt uit. Dat is altijd mijn laatste stap. Als je veel zonlicht hebt stook je met SON-T je ramen open, waardoor je CO2 en vocht kwijtraakt. Daarom zet ik die stapsgewijs uit. LED produceert relatief minder warmte, dus kun je wat later uitschakelen.”
In de ochtend schakelt hij de LED’s gelijk aan met de SON-T installatie. In de avond stopt hij een kwartier eerder met LED om de overgang van generativiteit naar vegetativiteit aan het eind van de dag op peil te houden. “De ervaring bij mijn collega’s is dat ze anders te veel vertraging krijgen. Veel rood ten opzichte van verrood geeft een vegetatieve gewasreactie. Daarom gebruik ik de LED’s wat korter.”
De teler verwacht in het voor- en najaar wat langer door te belichten met LED. “Vooral in de randen van de belichtingsperiode zal ik ze gebruiken. Met SON-T maakte ik altijd 1.800 belichtingsuren per jaar, de LED’s heb ik op 2.400 uren begroot.”

Luchtbeweging

De resultaten onder hybride licht zijn volgens Duijvesteijn tot nu toe goed, al moet hij de eerste takken nog oogsten die vanaf het begin van de teelt met LED-licht zijn opgegroeid. “De uniformiteit van het gewas lijkt iets beter te zijn, verder ziet het er gezond en groeikrachtig uit. Normaal gesproken ben ik selectief aan het remmen, dus hier en daar een vakje aan het spuiten. Dat heb ik dit jaar tot nu toe niet hoeven doen. Daar ben ik wel door verrast.”
Tegelijk met de LED’s investeerde de chrysantenteler in Airmix-ventilatoren, om voldoende luchtbeweging in de kas te houden. “Die gebruik ik in de zomer vooral om het gewas mee te activeren, als alles dicht is onder het verduisteringsdoek. In de winter is het vooral handig voor het afvoeren van vocht. Dat zijn de twee belangrijkste functies.” Grote vraag is of de ventilatoren in staat zullen zijn om komende winter – bij een hoge plantdichtheid – voldoende luchtbeweging onder in het gewas te krijgen, zegt hij. “De minimumbuis heb ik alvast wat verhoogd, om het gewas overdag voldoende actief te houden. Dat zie ik nu als mijn grootste uitdaging.”
De terugverdientijd van de installatie is begroot op zes jaar, rekening houdend met een hogere winterproductie. Verkuil: “Dat kan een of twee jaar lager uitvallen als je SON-T weghaalt en daar LED voor in de plaats hangt. De meeste chrysantentelers kiezen toch voor een 50-50 oplossing. Nog wel. Ik ben ervan overtuigd dat we binnen vijf jaar de eerste tuin met full LED zullen zien.”

Tekst en beeld: Mario Bentvelsen