Dingen veranderen soms wel heel snel. Het gezond houden van je gewas via geïntegreerde gewasbescherming is een wankel evenwicht. De noodzakelijke combinatie van biologische en chemische middelen kun je vergelijken met een kaartenhuis, al helemaal als je het hebt over luisbestrijding in de groententeelt. Want geef een luis één vinger en binnen no-time staat je hele tuin vet.
Als je een van de onderste kaarten wegpakt uit je kaartenhuis, dan valt het hele bouwwerk in elkaar. Laat Plenum nou zo’n ‘onderste kaart’ zijn. Vanaf dit seizoen moeten we het zonder doen. Dit was eigenlijk onze laatste troefkaart om een opkomende luisplaag heel snel en plaatselijk de kop te kunnen indrukken, tegen aanvaardbare kosten en met een acceptabele milieudruk. Indien gebruik van dit middel kans geeft op hormoonverstoring, zoals het argument luidt, dan moeten we daar als glastuinbouw uiteraard rekening mee houden. Dat wil je natuurlijk niet.
Maar van het een op het andere moment worden we nu gedwongen tot een keuze voor of maximaal biologische teelt, of doortobben met de enige nog resterende chemische middelen. Ik zal geen namen noemen, maar die alternatieven zijn of slecht integreerbaar met de meeste biologische bestrijders of ze leiden snel tot resistentie. In beiden gevallen span je het paard achter de wagen. Want wat heb je eraan als je moet bijsturen met een middel dat een groot deel van je biologische bestrijders om zeep helpt?
Dan de biologische weg: een biologische teler is aan luisbestrijding per meter vijf keer zoveel geld kwijt als een gangbare teler voor zijn complete gewasbescherming. Een vervijfvoudiging van deze kostenpost. Dat betekent dat de gehele kostprijs 15 procent stijgt. Paprika’s telen wordt zo wel heel erg duur.
Ik ben echt boos over deze versmalling van het middelenpakket. Dit gaat veel te snel, te onverantwoord. We lopen dit jaar groot risico op vette zetsels in de kas. Laten we hopen dat het geen drama wordt.
Maikel van den Berg, zaadteler in Bleiswijk











