In hoeverre de coronacrisis impact heeft op glastuinbouwbedrijven verschilt sterk per segment, maar ook per teelt. Terwijl veel paprikatelers nog redelijk optimistisch zijn, zijn de zorgen in de komkommerteelt groot. De prijsvorming is al enkele weken dramatisch. Een komkommer- en paprikateler delen hun ervaringen.

Afgelopen week werd er bij komkommerkwekerij Klimrek in Pijnacker opnieuw geplant. Maar teler Sjaak van Dijk vraagt zich sterk af of dit een juiste keuze was. “Aan het begin van de crisis waren de prijzen nog best goed, maar ruim twee weken geleden stortten deze in elkaar. We beurden nog maar één à twee cent per komkommer. Om die reden hebben we onze vorige teelt eerder geruimd. Opnieuw planten betekende een grote gok. Het is maar de vraag of de komkommerprijzen vanaf begin mei beter zullen zijn.”
Dat de teler toch heeft geplant komt vooral doordat hij een behoorlijke financiële buffer heeft. “Daarnaast vind ik dat je als ondernemer je verantwoordelijkheid moet nemen, zeker in deze tijd. Ik vind het belangrijk om mijn mensen aan het werk te houden, en op deze manier een steentje bij te dragen aan het draaiend houden van de economie.”

Geen regie

Van Dijk, die zijn komkommers afzet via Oxin Growers, stoort zich momenteel met name aan het feit dat er binnen de vruchtgroentesector geen regie wordt genomen over de productie. “In de sierteeltsector coördineert Royal FloraHolland de aanvoer, telers mogen maar een bepaald percentage van hun productie leveren. Maar in de vruchtgroenten blijft iedereen blindelings produceren, er is geen enkele sturing. Dan is het niet zo gek dat de prijzen onderuitgaan op het moment dat de afzet hapert.” De komkommerteler is van mening dat partijen als Glastuinbouw Nederland en GroentenFruit Huis wat dit betreft steken laten vallen.

Productiebeperkingen

De teler: “Zij moeten nu de regie pakken en er op deze manier voor zorgen dat de komkommersector overeind blijft. Bijvoorbeeld door, afhankelijk van de ruimte in de markt, productiebeperkingen in te stellen. We hebben als totale sector een probleem, en moeten dit sámen oplossen in plaats van allemaal als individu te blijven opereren. In dat opzicht legt deze crisis wel de manco’s van onze sector bloot.”
Op andere vlakken ervaart Van Dijk nog weinig problemen door de coronacrisis. Hij heeft een ploeg vaste medewerkers, die nog steeds allemaal aan het werk zijn. “Wij zijn altijd heel loyaal geweest naar onze medewerkers, ook toen alles nog ‘normaal’ was. Hierdoor zijn de mensen heel betrokken. Dat betaalt zich nu uit.”

Business as usual

In tegenstelling tot Van Dijk heeft paprikateler Ruud Duijnisveld uit Nieuwveen op dit moment nog geen grote zorgen. De rode paprika’s van de ondernemer werden de afgelopen weken goed betaald. “Misschien heeft dat ermee te maken dat paprika’s veel vitamine C bevatten en veel mensen nu actief bezig zijn met het verbeteren van hun weerstand. Maar ik heb geen idee waarom komkommers dan zoveel slechter worden betaald.”
Verder is het over het algemeen ‘business as usual’ op het bedrijf van Duijnisveld. Ook qua personeelsvoorziening. “We zijn op dit moment nog niet vol in productie, dus er moeten de komende weken nog wel wat uitzendkrachten bijkomen. Maar ik voorzie geen grote problemen. Wellicht kunnen we ook wat mensen overnemen van siertelers in de buurt.”

Stroomprijs gekelderd

Wel ondervindt de paprikateler op dit moment nadeel van het feit dat de elektriciteitsprijzen fors zijn gekelderd. Hierdoor levert het laten draaien van zijn WKK minder op dan gebruikelijk. “Maar als het hierbij blijft, rollen wij nog redelijk goed door de coronacrisis. Het belangrijkste is dat de grenzen de komende tijd openblijven, zodat de export van groenten kan doorlopen. Ik ga ervanuit dat dit goedkomt, maar het is wel een belangrijk aandachtspunt.”
Hoewel corona momenteel nog geen groot probleem is voor Duijnisveld, maakt hij zich wel zorgen over de impact van het coronavirus op de gehele tuinbouwsector. “De problemen in de sierteeltsector zijn bijvoorbeeld enorm, dat is zorgelijk. Deze telers verdienen alle mogelijke steun.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Wilma Slegers en Mario Bentvelsen