De overstap naar duurzame warmte is op dit moment te onaantrekkelijk voor ondernemers in de glastuinbouw. Onderzoeksbureau CE Delft maakte in opdracht van het ministerie van LNV een analyse van de kansrijke opties om dat te doorbreken en bracht hierover aanbevelingen uit. Glastuinbouw Nederland is vooral kritisch over de suggestie om het emissierechtenstelsel uit te breiden. “Dat heeft alleen maar nadelen.”

De redenen die glastuinbouwondernemers ervan weerhouden om over te stappen op duurzame warmtevoorziening zijn genoegzaam bekend. Het bureau analyseerde de marktsituatie voor zes typen glastuinbouwbedrijven en nam hierin ook de invloed van het huidige energiebeleid van de Nederlandse overheid mee.
De lage aardgasprijs in combinatie met de relatief hoge elektriciteitsprijzen maken de positie voor de gasgestookte WKK gunstig. Daarnaast blijkt dat het algemene overheidsbeleid deze prijsverhouding versterkt. Dat komt doordat de elektriciteitsprijs mede wordt bepaald door EU ETS (het emissierechtenstelsel) en dat de flexibele WKK’s in de glastuinbouw hier meestal niet onder vallen. Daarnaast zorgen ook de tariefstructuur binnen de ODE en de energiebelasting ervoor dat elektriciteitsinkoop momenteel duurder is dan gas.

Aanbevelingen

In de ‘Verkenning generieke maatregelen glastuinbouw’ staan vier aanbevelingen voor ‘kansrijk overheidsbeleid’. Onder meer stelt het bureau dat idealiter alle emissies van alle sectoren belast worden op EU-niveau. Daarbij doet ze de suggestie het ETS uit te breiden.
“Dat heeft alleen maar nadelen”, aldus energiespecialist Alexander Formsma van Glastuinbouw Nederland. “Nu vallen er tien glastuinbouwbedrijven in. Stel dat de ETS grens naar 10 MW gaat, dan worden dat er misschien wel duizend en knip je de sector in tweeën. De helft betaalt dan over alle CO2-emissie, de andere helft alleen over de overschrijding van het plafond in het sectorsysteem. Wij streven er juist naar om alle bedrijven in het sectorsysteem te krijgen.”
Een andere suggestie van het onderzoeksbureau is aanpassing van de belastingrichtlijn, met een Nederlandse invulling die in balans is met het buitenland. “Op die manier zou je ook een gelijk Europees speelveld krijgen. Maatvoering en internationale balans zijn in elk geval essentieel”, zegt Formsma.

Aandacht voor besparing

Een andere aanbeveling richt zich op meer besparing van energie en CO2-dosering in de kas, in relatie met teeltsystemen en besparingsgedrag. Die gedragsverandering blijft achter, omdat de huidige prikkels om te besparen te beperkt zijn, volgens het onderzoeksbureau.
Formsma: “Binnen Kas Als Energiebron en Het Nieuwe Telen gebeurt er al ontzettend veel om te besparen. Dat wordt momenteel ook geïntensiveerd, zowel voor energiebesparing als CO2-dosering. Waar het bureau op doelt is extra aandacht voor demonstratie. Daar zit inderdaad een verbeterpunt dat we gaan oppakken.”

Langetermijnvisie

CE Delft wijst ook op het belang van een langetermijnvisie, waarbij de transitie van de wortel naar de stok (met subsidies, geboden, verboden en belastingen) geschetst wordt. Hier hangt immers het investeringsperspectief van ondernemers af.
“De energietransitie moet weer vlot getrokken worden, maar de vraag is hoe”, reageert Formsma. “Een goede balans tussen prikkels en stimuleringsmaatregelen is nodig om de bedrijven richting te geven bij keuzes en hun concurrentiepositie te borgen. Binnen het aankomende convenant voor onze energietransitie 2030 wordt dit handen en voeten gegeven.”

Tekst: Koen van Wijk