In de chrysantenteelt is de trend ingezet om steeds zwaarder te belichten, zowel met SON-T lampen als hybride installaties met LED’s. Het lijkt zo dat in de winter de warmteafgifte van de lampen altijd wel voldoende is om het gewas actief te maken en te zorgen voor voldoende vochtafvoer. Dat is een denkfout. Hoe hoger het lichtniveau des te groter is het effect van die denkfout. Assimilatiebelichting produceert in verhouding meer ‘lamp-vocht’ dan ‘lampwarmte’.

Over het etmaal heeft het chrysantengewas te maken met twee verschillende situaties. In het donker is de gewasactiviteit laag. Wordt het licht, dan neemt de gewasverdamping sterk toe. ’s Zomers levert de zon, samen met het licht, voldoende andere energie om het gewas te activeren. Bovendien zijn de buitentemperaturen hoger. In de winter komt de gewasverdamping flink op gang door de assimilatiebelichting, maar er ontstaat niet vanzelf – zoals bij de zon – voldoende vochtafvoer vanuit de kas. Bij gebruik van LED-belichting is dit nog erger.

Temperatuur

Verder speelt de temperatuur ook nog een rol. In de chrysantenteelt is nooit veel aandacht gegeven aan de temperatuur overdag in de winter. Maar met zwaardere belichting ben je in de winter veel dure micromollen op het gewas aan het zetten. Dan is het extra belangrijk dat die micromollen maximaal worden omgezet in gewasmassa. Het assimilatieproces van een gewas verloopt bij 21°C beter dan bij 18°C.

Extra warmte

Voldoende vocht afvoeren én zorgen voor een goede groeitemperatuur kost extra warmte via buizen of vanuit luchtslurven. Het klinkt wat tegenstrijdig aan de beweging om meer energie te besparen, maar in de praktijk hebben telers vaak voldoende warmte van de WKK beschikbaar. Benut die warmte vooral overdag, als de lampen branden. In de nacht, als de gewassen in het donker staan, kunnen we ter compensatie met lagere temperaturen dan vaak wordt gedacht uit de voeten. Bovendien is dat goed voor de assimilatenbalans, omdat hierdoor de etmaaltemperatuur niet te hoog oploopt.

Tekst: Theo Roelofs, Delphy