De wolluis is een oud, maar toenemend probleem in rozen. Die toename loopt parallel met de opmars van geïntegreerd telen. In Onder Glas van februari gaf Wageningen UR Glastuinbouw inzage in het onderzoek naar een beter werkend systeem voor geïntegreerde bestrijding.

“Het is inderdaad een groot probleem”, bevestigt rozenteler Sam van den Ende uit Monster. “Een chemisch middel tegen de ene plaag heeft een nadelig effect op de biologische aanpak van een ander probleem.”

Nieuwe plagen

De teler ervaart dat er nog geen beestje is dat een aantasting van wolluis bij kan houden. “De vermeerdering daarvan gaat zo snel.” Na een chemische bestrijding doemen vervolgens problemen op met spint, omdat de chemie de natuurlijke vijanden daarvan heeft gedood.” Van den Ende noemt het best wrang dat je enerzijds zo biologisch mogelijk probeert te telen, maar daardoor nieuwe plagen krijgt als ‘cadeau’. “Een schoon gewas is nu eenmaal aantrekkelijk voor bepaalde plagen.”

Zorgvuldig scouten

Het onderzoek naar wolluis volgt de teler dan ook met belangstelling. “Sommige beestjes doen het best redelijk, maar een afdoende oplossing heb ik helaas nog niet gezien. De tolerantie in een proef bij Wageningen UR Glastuinbouw is bovendien hoger dan bij mij op het bedrijf.” Het onderzoek naar wolluis en ook schildluis moet volgens Van den Ende dan ook breed worden opgepakt. “Tot die tijd is zorgvuldig scouten de eerste stap om problemen binnen de perken te kunnen houden.”

Tekst: Roger Abbenhuijs