Wagenings onderzoek aan slimme land- en tuinbouwrobots krijgt 12 tot 17 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds van het ministerie van Economische zaken en klimaat. Deze bijdrage moet een flinke impuls geven aan de agrifoodtechnologie. In 2029 moeten de meeste nieuwe systemen uit het project klaar zijn voor gebruik.

In de wereld is Nederland de derde grootste exporteur van machines in de agri- en foodtechnologie. Ook in de toekomst willen Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen hier een leidende rol in blijven spelen. Om dit mogelijk te maken is NXTGEN HIGHTECH in het leven geroepen. In totaal is er ruim 1 miljard euro verdeeld binnen de hightech sector, waarvan bijna 200 miljoen voor handsfree agrifood. Robottechnologie voor de land- en tuinbouw is één van de zes toepassingsgebieden binnen het fonds, naast schone energie, lasercommunicatie, medicijnontwikkeling, snellere chips en lichte materialen.

Gewassen autonoom telen

De bijdrage uit het fonds moet het mogelijk maken om gewassen zoveel mogelijk autonoom te gaan telen. “In de land- en tuinbouw is nog steeds veel handwerk nodig en arbeidskrachten worden schaarser. Dat is één reden om robotica in deze sector verder te ontwikkelen”, vertelt Erik Pekkeriet, programmamanager van het Agro Food Robotics onderzoek van Wageningen University & Research.“Aan de andere kant zou je duurzaamheid willen stimuleren. Daarvoor hebben we tools nodig met sensoren die data verzamelen en beslissingen ondersteunen. Een teler kan zo veel scherpere keuzes maken en zuiniger omgaan met chemicaliën, water, bemesting en energie. En het wordt ook makkelijker om beslissingen te nemen die zorgen voor meer biodiversiteit. Tegelijk kun je dus beter sturen op kwaliteitsverhoging van je product.” Samen met tientallen partners uit voornamelijk het bedrijfsleven gaat WUR hieraan werken.

Kassen van de toekomst

De projecten die nu gaan starten, bouwen voort op bestaande systemen. Die zijn al getest in een relevante omgeving in de land- en tuinbouw of in de voedingsmiddelenindustrie, maar de bedrijfseconomische validatie moet nog beter.
“Er kan al heel veel”, volgens Pekkeriet, “maar de afzonderlijke systemen praten nog niet goed met elkaar en ze zijn niet gebruiksvriendelijk. Dat levert zorgen op voor de ondernemer, terwijl de technologie hem juist moet ontzorgen.” Daarom wil de onderzoeker de virtuele omgeving vereenvoudigen.
Om de doelen te behalen, zet WUR in op technische ontwikkeling en uitgebreide testen en inpassing op praktijkschaal. Door het hele land komen kassen en fabrieken van de toekomst, waarbij elk toepassingsgebied een eigen locatie krijgt. In 2029 moeten de meeste nieuwe systemen uit het project klaar zijn voor gebruik.