De doelstellingen stapelen zich op bij Stolk Brothers. De potanthuriumtelers uit Bergschenhoek maken er intensief werk van om hun teelt verder te verduurzamen. Ze verlagen de kunstmestgift en zoeken naar meer interactie tussen plant en bodemleven. Alles om de kwaliteit van het eindproduct op een nog hoger plan te brengen.

Zolang Pieter Stolk zich kan herinneren, hanteert het familiebedrijf een meer ecologische teeltstrategie. “Nadat mijn vader allergisch bleek voor verschillende gewasbeschermingsmiddelen, hebben we die keuze bewust gemaakt.” In de jaren die volgden, weet het bedrijf nieuwe kennis en biologische producten steeds beter te benutten. De vertaalslag blijft echter lastig, vertelt Stolk.
“Theoretisch weten we steeds meer. Zaken als klimaat en biologie staan uitgebreid omschreven. Maar de daadwerkelijke inzet en uitwerking van maatregelen, verschilt per bedrijf. En dat is een ingewikkelde puzzel.”

Minder stress

Die puzzel lossen de telers stapsgewijs op. Sinds januari worden ze daarbij ondersteund door hun teeltmanager Ed Konijn. Hij heeft veel ervaring als anthurium- en phalaenopsis-adviseur en verheugt zich erop om weer midden in de teelt te staan. Hij richt zich voornamelijk op het meer weerbaar maken van de plant en een betere benutting van meststoffen. Dit in combinatie met het verder terugdringen van chemie en kunstmest (met name stikstof).
Konijn: “Uiteindelijk willen we chemievrij telen. Hierin zijn we al ver gevorderd. Een tweede doelstelling is een vermindering in gebruik van bepaalde meststoffen. Ook hierin zien we absoluut nog mogelijkheden. Zeker omdat beide doelstellingen sterk met elkaar in verband staan.” Zo verwachten de telers dat een lagere stikstofgift de planten minder aantrekkelijk maakt voor plaaginsecten. Hierdoor zal de noodzaak van gewasbeschermingsmiddelen afnemen. En hoe minder vaak middelen ingezet worden, hoe lager het aantal stressmomenten voor de plant is en hoe beter de natuurlijke vijanden aan slaan.

Goede wortels

Speciale aandacht gaat uit naar de start van de teelt, de ontwikkeling van een goede wortelkluit. Konijn: “Ze zeggen niet voor niks: ‘een slechte wortel is een slechte plant’. Zowel de kwaliteit als kwantiteit van het wortelpakket spelen een cruciale rol bij de verdere interactie tussen plant en bodem. Daar moet je dus gelijk voldoende aandacht aan geven.”
De telers gieten daarom het substraat in met Vidi Parva. Dit 100% plantaardige extract zorgt dat de planthormonen beter verdeeld worden. “Juist naar de wortel. Want daar worden de ziektewerende bacteriën gevoed die de plant als geheel weerbaarder maken.” Vervolgens is het belangrijk om dat mooie product schadevrij te houden zonder het (volvelds) te hoeven bespuiten. Het bedrijf scout daartoe al jaren zeer intensief.

Elke luis gespot

Met scouten bedoelt de teeltmanager niet alleen vangplaten tellen, maar echt alle vloeren en planten nalopen. Stolk Brothers heeft twee medewerkers in dienst die samen minimaal 16 uur per week het gewas controleren. Jenette Douma van Koppert Biological Systems kent ze en is zeer onder de indruk.
“Als er een paar luizen op een blad zitten, worden ze gespot. Heel goed, want door een potentiële haard klein te houden, kun je het vaak af met de plaatselijke inzet van extra natuurlijke vijanden.” En als het dan toch tot een chemische behandeling komt, is het lokaal spuiten van enkele planten voldoende, stelt ze. “Vergeet niet dat chemie ook de nauwkeurig opgebouwde biologie dwarsboomt.”
Ook Konijn benadrukt dat voorkomen altijd beter is dan genezen. Een uitgekiende biologie en een dichtgetimmerd scoutingsregime moeten de behoefte aan gewasbeschermingsmiddelen minimaliseren. “We willen al het personeel daarbij betrekken. Begin juli organiseerde ik daarom een seminar binnen ons bedrijf over herkennen en kennen van plagen en ziekten. Hoe meer medewerkers schadelijke insecten en schadebeelden herkennen, hoe sneller we erop kunnen reageren.”

Complexe eiwitten

Een schone tuin vraagt om investeringen en een consequente visie. Aan het begin van elk jaar steken telers en toeleverancier daarom de koppen bij elkaar om de ontwikkelingen door te nemen. Stolk: “Hoe staan we ervoor, wat moet er beter en welke mogelijkheden zijn er? Zes jaar geleden hebben we bijvoorbeeld trips goed beetgepakt. De komende twee jaar staat luis op het programma. Door onder meer onze bemesting aan te passen, willen we dat insect ontmoedigen.”
De teler doelt op de overmaat aan stikstof die via kunstmest aan het gewas wordt gegeven. Die overmaat zorgt ervoor dat de plant stikstof omzet naar simpele eiwitten die luizen erg lekker vinden. Obesitas planten, noemt Douma die. “Als beschikbare stikstof in de plant snel kan worden omgezet naar aminozuren en complexe eiwitten, maakt het de plant minder aantrekkelijk voor bladluis. Maar het is best ingewikkeld om die grens te bepalen.” Daarom monitort Konijn nauwkeurig de doorstroming van elementen in de plant. Tekorten mogen niet optreden.

Sturen op cijfers

Nova Cropcontrol analyseert om de week bladsapmonsters van het potanthuriumbedrijf. “We laten alle hoofdelementen en sporenelementen controleren in zowel jong als oud blad. Met die waarden kan ik vervolgens weer de bemesting finetunen”, verklaart de teeltmanager. Daarvoor gebruikt hij trouwens niet alleen de cijfers van de bladsapanalyses. Ook regelmatige bodem- en watermonsters, geanalyseerd door SGS, dragen bij aan het benodigde inzicht om de injectie-unit scherp te stellen.
Konijn toetst de analyses constant aan de streefwaarden die gelden. Daarbij let hij uiteraard op het stikstof- en fosfaatgehalte in de plant, maar zeker ook op magnesium en sulfaat. Deze laatste twee zijn belangrijk voor de vorming van de eerdergenoemde complexere eiwitten die insecten afstoten. En zo noemt hij nog tientallen elementen die direct, dan wel indirect de plantprestaties kunnen verbeteren. “Het is mooi om te zien dat ondanks de 20% stikstofreductie er nog voldoende organische stikstof in de plant zit. We kunnen dus veilig de volgende stapjes zetten.”

Steuntje in de rug

Konijn benadrukt dat hij zich niet blindstaart op alleen de cijfers. “De analyseresultaten verschaffen veel kennis over wat er in het gewas gebeurt, maar uiteraard geeft de plant zelf ook de nodige informatie. Je moet daarom altijd blijven kijken en helpen waar nodig.” Het juiste klimaat, voldoende licht, een goede waterhuishouding, de juiste voedingsstoffen voor het gewas en geïntegreerde gewasbescherming zijn allemaal handvatten om de plantgezondheid op peil te houden.
Douma: “Daarnaast hebben de telers nog de beschikking over onze NatuGro-producten. Tijdens de teelt treden verschillende situaties op waarbij de plant en wortel wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Onze biostimulanten stimuleren de weerbaarheid en zorgen dat de groei mooi blijft doorgaan, juist op die moeilijke momenten.” Maar ook dit is weer maatwerk. Voor het potanthuriumbedrijf blijken naast Vidi Parva bij de start, vooral Vidi Terrum en Vidi Fortum van toegevoegde waarde.
Al met al een heel pakket aan maatregelen. Het helpt de telers om die ‘eco friendly anthurium’ te produceren waar ze al jaren om bekend staan. Maar goed, het kan altijd beter. De telers werken daarom hard aan een product dat nog langer mooi blijft. En daar zijn hun afnemers maar wat blij mee.

Tekst: Jojanneke Rodenburg, beeld: LD Photography