Meeldauw komt regelmatig voor in de glastuinbouw. De hoeveelheid beschikbare middelen neemt af. De afgelopen twee jaar bekeken onderzoekers de mogelijkheid om de natuurlijke weerbaarheid van planten tegen echte meeldauw te verhogen. Voor gerbera kwamen ze uit op inhoudsstoffen en voor roos op de dikte en structuur van de waslaag op de bladeren.

Het project ‘Natuurlijke weerbaarheid tegen echte meeldauw’ is glastuinbouwbreed van belang. Het onderzoek spitst zich toe op roos en gerbera en daarom levert het ook specifieke resultaten op voor die gewassen. “We kijken welk mechanisme er fundamenteel achter de weerbaarheid zit. Inhoudsstoffen kunnen een rol spelen, maar ook de bouw van het gewas. Dat levert veel puzzelstukken op, waarmee telers aan de slag kunnen”, vertelt Helma Verberkt, programmamanager plantgezondheid bij KijK (Kennis in je Kas), vanuit Glastuinbouw Nederland.

Specifieke inhoudsstoffen

Bij Wageningen University& Research onderzoekt projectleider Kirsten Leiss de inhoudsstoffen die bij de weerbaarheid van gerberaplanten tegen echte meeldauw betrokken zijn. In het eerste jaar heeft ze een compleet pakket van inhoudsstoffen van wel en niet resistente rassen vergeleken. Dit gaf haar een beeld welke stoffen verantwoordelijk kunnen zijn voor de weerbaarheid (zie Onder Glas maart 2020).
“We hadden aan veredelaars en telers gevraagd om vatbare en resistente rassen van standaard en mini gerbera’s. Uit een eerste analyse van zestien verschillende gerberamonsters kwam een spectaculair resultaat. We vonden vier specifieke plantinhoudsstoffen die gerelateerd zijn aan resistentie tegen meeldauw: één hoofdstof – gerberine – en drie andere stoffen uit dezelfde groep van metabolieten. Op basis van deze stoffen hebben we een voorspellingsmodel voor meeldauwresistentie ontworpen.”
Als wetenschapper wilde Leiss een ‘bewijs’ om te zien of het model klopt. Ze vroeg telers en veredelaars om plantmateriaal van veertig wel en niet resistente gerberarassen. Ze vergeleek de inhoudsstoffen van de samples met het voorspellingsmodel. “Daaruit kwam een mooi resultaat. De voorspelling wel of niet resistent was in 76% van de gevallen goed.”

Specifieke aanvalstoffen gerbera

Johanna Bac-Molenaar, onderzoeker plantgezondheid deed literatuuronderzoek naar de vier gevonden plantinhoudsstoffen. Leiss: “Zij vond dat er één enzym betrokken is bij de synthese van alle vier de stoffen.” Dit enzym kan geactiveerd worden via salicylzuur of via elicitors (stof die het natuurlijk afweermechanisme van de plant kan aanzetten) die de werking van salicylzuur nabootsen.
In samenspraak met de begeleidingscommissie doet Leiss vanaf eind april een vervolgexperiment. “We kijken of we de vier gevonden stoffen in de plant kunnen verhogen met elicitors en of dit bij verschillende gerberarassen werkt. We behandelen vijf meeldauwvatbare rassen en een meeldauwresistent ras met verschillende al geregistreerde elicitors. Daarna moeten we fine-tunen en een gebruiksvoorschrift ontwikkelen. Bijvoorbeeld een of een paar maal per jaar toepassen of alleen als er meeldauwproblemen zijn.” Verberkt voegt toe: “Als het mechanisme bekend is, weet je beter aan welke knoppen je moet draaien om de planten minder vatbaar te maken.”
Veredelaars kunnen in een vroeg stadium hun populaties screenen op de aanwezigheid van stoffen die de plant minder vatbaar maken en meenemen in hun veredelingsprogramma.

Korte- en lange termijn

Volgens gerberateler Ruud Batist, woordvoerder namens de coöperatie gerbera, is meeldauw een groot knelpunt. “Het is belangrijk dat we meer grip op meeldauw krijgen. Dus niet op zoek naar nieuwe middelen, maar de oorzaak achterhalen. Toen de vraag bij onze coöperatie kwam om mee te financieren aan het onderzoek, was het antwoord positief. We vinden het zinvol om als telers een steentje bij te dragen om meer grip op het probleem te krijgen. Voorkomen is beter dan genezen.”
Met het einde van het project in zicht heeft Batist het gevoel dat er stappen zijn gezet. “We hebben nu een beter idee wat er in de plant gebeurt en hoe gerberatelers op de korte termijn meer grip kunnen krijgen op de weerbaarheid van hun planten.” Voor de langere termijn oplossing kijkt hij naar de veredelaars die gericht kunnen veredelen om rassen te krijgen met een verhoogd gehalte aan gerberine, die beter bestand zijn tegen meeldauw.

Waslaag roos

De insteek bij roos is anders. Het onderzoek is niet gericht op inhoudsstoffen, zoals bij gerbera maar op de dikte van de waslaag. Uit metingen blijkt namelijk dat rozen die resistent zijn tegen echte meeldauw meer was op hun bladeren produceren dan rozen die gevoelig zijn voor deze schimmel en dat jonge bladeren een dikkere waslaag hebben dan oudere bladeren.
Leiss: “Jonge bladeren van de roos zijn glad. Meeldauw vind je meestal terug op de oudere bladeren. Estuardo Hernandéz Olesinski bekeek onder de elektronenmicroscoop de verschillen tussen jonge en oude bladeren. Opvallend waren de verschillen in de samenstelling, dikte en vorm van de waslaag. Vervolgens heeft hij een methode ontwikkeld om de dikte van de waslaag indirect te bepalen, met behulp van een hoekmeting. Een waterdruppel op een dikke laag was is hoger en boller en loopt er gemakkelijk vanaf. Op een dunne waslaag is de druppel platter en blijft liggen. Schimmelsporen krijgen zo een kans om te kiemen.”

Dikkere waslaag

Leiss ging in gesprek met een aantal telers. Het idee kwam naar voren om het gewas te bespuiten met was. De vraag is dan welke was en hoe dik. Ze wil in juni een proef doen met twee verschillende wassoorten. Ook wil ze bekijken in hoeverre UV-B kan helpen om de waslaag te verdikken.
Rozenteler Tom Meewisse is vanuit de landelijke gewascommissie roos betrokken bij het onderzoek. “In de rozen hebben we veel last van meeldauw. Zowel via het onderzoek, bijvoorbeeld toepassing van silicium, als door individuele telers wordt gezocht naar oplossingen. We hadden bij dit onderzoek gehoopt dat er, net als bij gerbera, een stofje gevonden zou worden dat de gevoeligheid van de planten beïnvloedt. Het belangrijkste resultaat tot nu toe is dat er vooral verschillen zijn in de dikte van de waslaag. We zijn benieuwd naar het vervolg in juni, waaruit mogelijk een praktische oplossing komt.”
Het onderzoek wordt gefinancierd door KijK, Topsector T&U, Royal FloraHolland en de gewascoöperaties Roos en Gerbera.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn en Mario Bentvelsen