Insectengaas draagt bij aan een lagere plaagdruk en helpt om de inzet van chemie te reduceren. Die conclusie trekt chrysantenteler Koen Kreling, op basis van zijn eerste ervaringen met dit gaas. De invloed op het kasklimaat blijkt ook beperkt. Kreling weet de kastemperatuur op warme dagen goed onder controle te houden.

De 12 hectare glas van Diamond Flowers in Zuilichem werd in het najaar van 2021 uitgerust met insectengaas. Dit vanwege grote problemen met vliegende insecten, waaronder wantsen. “Doordat we steeds meer inzetten op biologische bestrijding zijn vliegende insecten in opmars”, vertelt Koen Kreling. “En hiertegen kun je alleen chemische middelen inzetten. Dat is logischerwijs niet wenselijk, aangezien je je biologisch systeem hiermee om zeep helpt. Vanwege de grote schade die vliegende insecten aanrichtten, móest er echter een oplossing komen. Dit deed ons vorig jaar besluiten om te investeren in insectengaas.”

Minder wittevliegen en mineervliegen

De investering werpt zijn vruchten af, geeft de chrysantenteler aan. Zo heeft hij dit jaar beduidend minder te stellen met vliegende insecten dan collega-telers zonder gaas. “Normaal gesproken worden vliegende insecten vanaf medio april een probleem. Dit jaar zien we echter fors minder wittevliegen en mineervliegen.”
De plaagdruk en het klimaat op het bedrijf worden in de gaten gehouden vanuit een speciaal monitoringsproject, waarbij de situatie op diverse bedrijven met en zonder gaas onder de loep wordt genomen. Dit project is opgezet door de landelijke commissie Chrysant van Glastuinbouw Nederland, samen met Delphy en Van Iperen. Het onderdeel klimaatmonitoring wordt gefinancierd vanuit het programma Kas als Energiebron. “Uit de tellingen blijkt dat de plaagdruk bij ons beduidend lager is dan bij collega’s zonder insectengaas. Hierdoor is er tot nu toe geen sprake van uitval en heb ik dit jaar nog geen chemie hoeven in te zetten tegen wittevlieg en mineervlieg. Dit was andere jaren rond deze tijd vaak wel al aan de orde.”
Of het insectengaas ook helpt om wantsen buiten de deur te houden, moet de komende tijd blijken. “Tot nu toe hebben we er nog geen gesignaleerd, maar het ‘wantsenseizoen’ ging ook pas kort geleden van start.”

Meer risico nemen

Ondanks de positieve resultaten moest de teler de afgelopen maanden wel al chemisch ingrijpen tegen rupsen. Iets wat hij niet had verwacht. “We hadden de afgelopen tijd behoorlijk wat last van rupsen. Waarschijnlijk doordat we in april en mei flink wat grond de kas in hebben gereden, waarbij de kasdeuren veelvuldig open stonden. Ik ga er vanuit dat het probleem hierdoor is het ontstaan en het insectengaas zal helpen om ook de rupsendruk naar de toekomst toe te verlagen.”
Kreling merkt daarnaast dat zijn eigen houding is veranderd. “Doordat ik weet dat insecten minder snel de kas in komen, durf ik meer risico te nemen. Preventief spuiten is voor sommige plagen nauwelijks meer aan de orde. Ook hierdoor helpt het gaas dus daadwerkelijk om de inzet van chemie verder te reduceren.”

Kastemperatuur onder controle

Het kasklimaat is een ander aandachtspunt bij de installatie van insectengaas. De hamvraag voor Kreling was vooral of de temperatuur in de kas op warme dagen niet te zeer zou oplopen. Door de installatie van het gaas boette hij namelijk 30% in op zijn luchtingscapaciteit. “Desondanks weten we de temperatuur op warme dagen goed onder controle te houden. Op de warmste pieken van de dag ligt de kastemperatuur bij ons 1 tot 2 graden hoger dan bij collega’s zonder gaas. Het schermdoek is dan wel dicht en de nevelinstallatie staat aan. Ook zetten we, wanneer het warm weer gaat worden, eerder de ramen open. Zodat we al koelen voordat het echt warm wordt. Kortom: de klimaateffecten vallen mee.”

Jaarlijks schoonmaken

Samenvattend zijn de eerste ervaringen van Kreling dus positief. Hij verwacht de gedane investering dan ook binnen drie tot vier jaar terug te verdienen. Het schoonmaken van het gaas is wel een punt van aandacht, geeft hij aan. “Het gaas wordt vrij snel vies. Wij zijn momenteel bezig met het schoonmaken hiervan; we spuiten dit gewoon af met water. Ieder jaar reinigen is een must; anders lever je makkelijk nog eens 10 tot 15 procent in aan luchtingscapaciteit.”

Tekst: Ank van Lier, beeld: Wilma Slegers