De glastuinbouwsector sloot enkele weken geleden een convenant met de Nederlandse overheid over de energietransitie met daarbij vastgelegde emissiedoelen. Glastuinbouw Nederland is blij met de overeenkomst, die de overheid mede tot daden dwingt om de doelen te halen. Energiedeskundige Remco de Boer waakt echter voor te veel optimisme. “Hoe hard zijn deze afspraken voor een volgend kabinet? Lange termijnperspectief en zekerheid is hiermee niet gegeven.”

Onderzoeker en publicist Remco de Boer geniet landelijke bekendheid als volger en duider van de energietransitie. Dat doet hij op radio, tv en in zijn Podcast Studio Energie en recent stond hij ook ‘op de kist’ in Onder Glas.
Hij weet dat eind november het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 is getekend door de sector en enkele ministeries. Daarin is vastgelegd dat de restemissie van de glastuinbouw terug moet naar 4,3 a 4,8 Mton CO2 equivalenten in 2030. Glastuinbouw Nederland benadrukte het belang van dit convenant, omdat dit ook een bijdrage van de overheid vraagt. Een eerste stap daarin is de toezegging dat de SDE-subsidie voor nieuwe beschikkingen op de warmteprijs wordt gebaseerd in plaats van de gasprijs.

‘Wat is de status?’

“De brancheorganisatie is zichtbaar tevreden dat haar tijd en inspanningen tot dit convenant hebben geleid. Het is ook een compliment waard, dat ze afspraken hebben kunnen maken met de huidige bewindslieden en daarbij goede punten hebben binnengehaald”, is De Boers eerste reactie.
“Maar deze overeenkomst roept bij mij ook vragen op. Wat is de status van het convenant, hoe hard zijn de afspraken die erin staan, of gaat het slechts om intenties? Ik waak voor te veel tevredenheid. Wat gebeurt er als er een volgend kabinet aantreedt, dat de sector mogelijk minder welgevallig is?”
Hij wijst op één van de uitgangspunten die op papier zijn gezet: ‘er moet consistent en voorspelbaar overheidsbeleid zijn om de energietransitie te realiseren’. “Die toezegging is moeilijk te maken in deze energiemarkt en gezien de geopolitieke verhoudingen. Kun je nog wel spreken van stabiel kabinetsbeleid op dit terrein? Het zou knap zijn om te stellen dat dit energieconvenant in steen gehouwen is en tot 2030 intact blijft”, vindt De Boer.

Vraag nadrukkelijk aan de overheid wat ze wil

De energiespecialist raadt de sectorvertegenwoordigers aan om snel terug te keren naar Den Haag om duidelijkheid te krijgen over het perspectief op de langere termijn. Dan gaat het om de plek die er is voor de tuinbouw in dit land, zoals hij eerder stelde in het interview in de november editie van Onder Glas.
“Ik bedoel, dit convenant is mooi maar verlies niet het zicht op de bal. Het blijft een sector die veel energie gebruikt en je hoort steeds meer geluiden dat die tuinbouwproducten niet allemaal meer in Nederland gemaakt hoeven worden. Vraag nadrukkelijk aan de overheid wat ze wil.”

Koploper blijven in tuinbouwinnovatie

Hij somt scenario’s op. Groei, krimp, kwalitatieve groei met kwantitatieve krimp. “Wil Nederland wereldwijd trendsetter en koploper blijven in tuinbouwinnovatie? Daar zou ik het commitment op willen hebben, daarna kun je afspraken maken hoe je dit gaat vormgeven. Ook voor de energietransitie.”
Dit scenario geldt niet alleen voor de glastuinbouw, stelt De Boer. “Alle energie-intensieve sectoren moeten de komende jaren permanent in gesprek met Den Haag. Over de rol van hun sector én over de vraag waar Nederland zijn geld mee wil verdienen. Los van de politieke wil moet je je ook afvragen of het economisch wel uit kan om hier te blijven produceren als dat veel energie vraagt.”

Tekst: Koen van Wijk, beeld Fotostudio G.J. Vlekke